Publicaties > Artes-bibliografie
 
 



 
 
Artes-bibliografie
 

Overzicht van recent verschenen literatuur en recensies, gesorteerd op jaartal.
Door: Erwin Huizenga
Uit:
W-mail jaargang 1 t/m 9

Sorteer op auteursnaam

Aanvullingen uit W-mail jaargang 10-13

 

1990 | 1991 | 1993 | 1997 | 1998 | 1999 | 2000 | 2001 |
2002 | 2003 | 2004 | 2005 | 2006 | 2007 | 2008

1990

J.P. Westgeest, '[Recensie van Traude-Marie Nischik, Das volkssprachliche Naturbuch im späten Mittelalter. Sachkunde und Dinginterpretation bei Jacob van Maerlant und Konrad von Megenberg]' (Tübingen, 1986). In: De Nieuwe Taalgids 83 (1990), p. 453-457.

E. Whitney, Paradise Restored. The Mechanical Arts from Antiquity through the Thirteenth Century. Philadelphia, 1990. Transactions of the American Philosophical Society 80.

1991

J.P. Westgeest, 'Maerlant bij de dokter: het dichterlijk gewaad gaat uit'. In: W.P. Gerritsen e.a., Een school spierinkjes. Kleine opstellen over Middelnederlandse artes-literatuur (Hilversum, 1991), p. 178-181.

J.P. Westgeest, [Recensie van Jacob van Maerlant, Het boek der natuur. Samenstelling en vertaling Peter Burger, Griffioenreeks, Amsterdam, 1989]. In: Literatuur 8 (1991), p. 328-329.

1993

J.P. Westgeest, 'Tegenstrijdigheden: toeval of verwantschap? Over de handschriftenfiliatie van Der naturen bloeme'. In: De Nieuwe Taalgids 86 (1993), p. 149-169.

1997

W.L. Braekman, Middeleeuwse witte en zwarte magie in het Nederlands taalgebied. Gecommentarieerd compendium van incantamenta tot einde 16de eeuw. Gent, 1997.

W.L. Braekman, Middeleeuwse witte en zwarte magie in het Nederlands taalgebied. Gecommentarieerd compendium van incantamenta tot einde 16de eeuw. Gent, 1997.

R. Jansen-Sieben, ‘La médecine sous Philippe le Bon. La médecine et Philippe le Bon’. In: Sartoniana 10 (1997), 117-162. [Uitgebreide lijst met doctores en chirurgen onder de Bourgondiërs.]

J.P. Westgeest, 'De Trierse fragmenten van Der naturen bloeme'. In: Tijdschrift voor Nederlandse taal- en letterkunde 113 (1997), p. 317-335.

1998

B. van den Abeele, ‘De wetenschappen en de geneeskunde buiten het aristotelisme’. In: R. Halleux, C. Opsomer en J. Vandersmissen (ed.), Geschiedenis van de wetenschappen in België van de Oudheid tot 1815. Brussel, 1998, 57-70. 

C. de Backer, ‘Een Middelnederlands allegorisch recept uit het kartuizerklooster te Leuven’. In: Oost-Brabant 35 (1998), 94-98. [Ook verschenen in: Farmaleuven-info 21 (1998), 25-27.]

C. de Backer, J. Lemli en R. Lievens, ‘Middelnederlandse medische recepten uit een handschrift van de kartuize te Leuven gekopiëerd in het begin van de 16de eeuw’. In: Bulletin van de Kring van de Geschiedenis van de Pharmacie in Benelux, nr. 94, 47 (1998), 3-13.

R.A. Blondeau, `Het Nederlands in de wetenschap en het onderwijs'. In: De IJzerbode. Informatieblad voor de diepe Westhoek 28 (1998), nr. 11, 395-396, 398; nr. 12, 417-419; 29 (1999), nr. 1, 437-439.

R.J.G.A.A. Gaspar (ed.), Ambrosius Zeebout, Tvoyage van Mher Joos van Ghistele. Hilversum, 1998. Middeleeuwse Studies en Bronnen 58.

 R. Halleux, ‘De Lotharingse wiskundeschool en de opkomst van de Arabisch-Latijnse wetenschap in de 11de en de 12de eeuw’. In: R. Halleux, C. Opsomer en J. Vandersmissen (ed.), Geschiedenis van de wetenschappen in België van de Oudheid tot 1815. Brussel, 1998, 27-40.

R. Halleux, ‘Het antieke erfgoed en de voortleving ervan in de Vroege Middeleeuwen’. In: R. Halleux, C. Opsomer en J. Vandersmissen (ed.), Geschiedenis van de wetenschappen in België van de Oudheid tot 1815. Brussel, 1998, 17-26.

 R. Halleux, C. Opsomer en J. Vandersmissen (ed.), Geschiedenis van de wetenschappen in België van de Oudheid tot 1815. Brussel, 1998. [Ook verschenen in het Frans: Histoire des sciences en Belgique de l'Antiquité à 1815. Brussel, 1998.]

S.C. McCluskey, Astronomies and Cultures in Early Medieval Europe. Cambridge, 1998.

J. Vandersmissen en R. Halleux, ‘De wetenschappelijke belangstelling, begin 12de - eind 15de eeuw’. In: R. Halleux, C. Opsomer en J. Vandersmissen (ed.), Geschiedenis van de wetenschappen in België van de Oudheid tot 1815. Brussel, 1998, 71-84.

G. Verbeke, ‘Het Belgisch aristotelisme en de wetenschappen'. In: R. Halleux, C. Opsomer en J. Vandersmissen (ed.), Geschiedenis van de wetenschappen in België van de Oudheid tot 1815. Brussel, 1998, 41-56.

C. Walker (ed.), Astronomy Before the Telescope. Londen, 1998.
Bespreekt ontwikkelingen in de astronomie tot en met de zestiende eeuw, met aandacht voor astronomie ook voor andere dan de West-Europese culturen (Inca’s, China etc.). Uitvoerige recensie: F. Verbunt, ‘Sterrenkunde voor de uitvinding van de telescoop’. In: De Academische Boekengids, nr. 28, 2001, 12-13.

Würzburger Wundarznei
Vanaf 1998 verschijnt bij het Institut für Geschichte der Medizin in hoog tempo een reeks dissertaties, waarin delen van de fascinerende Würzburger Wundarznei (een chirurgisch compendium, rond 1490 in Würzburg totstandgebracht) nauwkeurig geëditeerd worden, voorzien van een deskundig commentaar en veel achtergrondinformatie bij de verschillende onderdelen van het compendium. Tot nu toe zijn de volgende delen verschenen:

  • H. Kaipert, Die ‘Würzburger Wundarznei’. Ein chirurgisches Arzneimittel-Handbuch des Spätmittelalters. Textausgabe, Teil I: Edition des ersten Segments (Pflasterverbände). Diss. Würzburg, 1998.

  • W. Groeben, Die 'Würzburger Wundarznei'. Ein chirurgisches Arzneimittel-Handbuch des Spätmittelalters. Textausgabe, Teil I/2: Edition der Nachträge (1/2.1-15) zu den Pflasterverbänden des ersten Segments. Diss. Würzburg, 2001.

  • D. Schelletter, Die 'Würzburger Wundarznei'. Ein chirurgisches Arzneimittel-Handbuch des Spätmittelalters. Textausgabe, Teil II: Edition des zweiten Segments (Salbenverbände). Diss. Würzburg, 2001.

  • F. Hieninger, Die 'Würzburger Wundarznei'. Ein chirurgisches Arzneimittel-Handbuch des Spätmittelalters. Textausgabe, Teil III: Edition des dritten Segmentes (Styptika). Diss. Würzburg, 1999.

  • U. Springer, Die 'Würzburger Wundarznei'. Ein chirurgisches Arzneimittel-Handbuch des Spätmittelalters. Textausgabe, Teil IV: Edition des vierten Segments (Styptika). Diss. Würzburg, 2002.

  • C. Crone, Die 'Würzburger Wundarznei'. Ein chirurgisches Arzneimittel-Handbuch des Spätmittelalters. Textausgabe, Teil VII: Edition des siebten Segments (Arzneiöle). Diss. Würzburg, 2002.

Daarnaast:

  • P. Hille, Die Arzneiform 'pulver' in der chirurgischen Fachliteratur des Hoch- und Spätmittelalters (unter besonderer Berücksichtigung der 'Würzburger Wundarznei'). Diss. Würzburg, 2001.

1999

D. Aichholzer, “Wildu machen ayn guet essen…”. Drei mittelhochdeutsche Kochbücher: Erstedition, Übersetzung, Kommentar. Bern [etc.], 1999. Wiener Arbeiten zur gemanistischen Altertumskunde und Philologie 35.

C. de Backer, ‘Maatregelen tegen de pest te Diest in de 15de en 16de eeuw’. In: De pest in de Nederlanden: medisch-historische beschouwingen 650 jaar na de Zwarte Dood. Vierde symposium «Geschiedenis der Geneeskundige Wetenschappen». La peste aux Pays-Bas: considérations médico historiques 650 ans après la Peste Noire. Quatrième Symposium «Histoire des Sciences Médicales». Brussel, 1999, 183-209. Academia Regia Belgica Medicinae, Dissertationes, Series Historica 7. [Ook verschenen in: Verhandelingen Koninklijke Academie voor Geneeskunde van België 61 (1999), 273-299.]

C. de Backer, ‘Tintenrezepte aus den Kartäuserklöstern Regensburg-Prüll, Köln, Liège und Jülich, 16. bis 18. Jahrhundert’. In: J. Hogg, A. Girard, D. Le Blévec (ed.), Die Kartäuser und das Heilige Römische Reich. Band 2. Internationaler Kongress vom 9.-11 September 1997. Salzburg, 1999, 105-112. Analecta Cartusiana 140.

S. Becker, `Oud zeer. Pijnbestrijding'. In: Trouw - De Verdieping, 23-08-1999, 11. [Gesprek met K. van 't Land over Yperman en Scellinck.]

B. Besamusca en G. Sonnemans (ed.), De crumen diet volc niet eten en mochte. Nederlandse beschouwingen over vertalen tot 1550. Den Haag, 1999. Vertaalhistorie 6.
[Ook interessant voor artes-liefhebbers, omdat het laat zien hoe middeleeuwers over vertalen dachten.]

Jos A.A.M. Biemans, `Het chirurgijnsboek van Jan van Aalter. Over schaalvergroting en nieuwe toepassingen bij de productie en vormgeving van het handgeschreven boek in de veertiende eeuw'. In: Jaarboek voor Nederlandse Boekgeschiedenis 6 (1999), 67-86. Themanummer: Geschreven gedrukt gedigitaliseerd. Elf eeuwen boekcultuur in de lage landen.

S. Braadbaart, `De taal van enige medische instrumenten.' In: Hermeneus. Tijdschrift voor antieke cultuur 71 (1999), 107-115. Themanummer: De patiënt en zijn artsen.

W.L. Braekman, ‘Een Kasselse verzameling Middelnederlandse medische recepten’. In: Verslagen en mededelingen van de Koninkelijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde N.R. (1999), 219-261.

H. Brinkman en J. Schenkel (ed.), Het handschrift-Van Hulthem. Hs. Brussel, Koninklijke Bibliotheek van België, 15.589-623. 2 Dln. Hilversum, 1999.

M. Dembińska, Food and Drink in Medieval Poland. Vert. M. Thomas. Ed. W.W. Weaver. Philadelphia, 1999.

V. Fraeters, `"Vanden leeuwe wert hi lam". Alchemie en religie in de Middelnederlandse vertaling van Tabula chemica'. In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde 115 (1999), 97-112.

V. Fraeters, Gods gouden thesaurus. Het Middelnederlandse handschrift Wenen, ÖNB, 2372 in de alchemistische traditie. Leuven, 1999. Antwerpse Studies over Nederlandse Literatuurgeschiedenis 3.

J.G.W. Gispen, ‘Oudegyptische medische teksten’. In: Geschiedenis der Geneeskunde 6 (1999), 35-42.

A. Grafton en N. Siraisi (ed.), Natural Particulars. Nature and the Disciplines in Renaissance Europe. Cambridge, Mass. [etc.], 1999.
Bijzonder aardige bundel, waarin veel artes-onderwerpen besproken worden, en, in tegenstelling tot wat de titel suggereert, zeker ook met betrekking tot de Middeleeuwen. Inhoud onder andere:

  • V. Nutton, ‘“A Diet for Barbarians”. Introducing Renaissance Medicine to Tudor England’. In: A. Grafton en N. Siraisi (ed.), Natural Particulars. Nature and the Disciplines in Renaissance Europe. Cambridge, Mass. [etc.], 1999, 275-293.

  • C. Crisciani, ‘From the Laboratory to the Library. Alchemy According to Guglielmo Fabri’. In: A. Grafton en N. Siraisi (ed.), Natural Particulars. Nature and the Disciplines in Renaissance Europe. Cambridge, Mass. [etc.], 1999, 295-319.

  • D.M. Carrara, ‘Epistemological Problems in Giovanni Mainardi’s Commentary on Galen’s Ars Parva’. In: A. Grafton en N. Siraisi (ed.), Natural Particulars. Nature and the Disciplines in Renaissance Europe. Cambridge, Mass. [etc.], 1999, 251-273.

  • T. DaCosta Kaufmann, ‘Empiricism and Community in Early Modern Science and Art. Some Comments on Baths, Plants, and Courts’. In: A. Grafton en N. Siraisi (ed.), Natural Particulars. Nature and the Disciplines in Renaissance Europe. Cambridge, Mass. [etc.], 1999, 401-417.

K. Heene, `Ad sanguinis effusionem. Automutilatie en gender in middeleeuwse heiligenlevens'. In: Queeste. Tijdschrift over middeleeuwse letterkunde in de Nederlanden 6 (1999), 1-22.

M. Hoogvliet, Mappae mundi: scriptura et pictura. Textes, images et herméneutiques des mappemondes du Moyen Age long (XIIIe-XVIe siècles). Diss. Groningen, 1999.

H.F.J. Horstmanshoff, `Hoe ging Galenus met zijn patiënten om?' In: Hermeneus. Tijdschrift voor antieke cultuur 71 (1999), 131-139. Themanummer: De patiënt en zijn artsen.

E. Huizenga, `[Recensie van: W.L. Braekman, Middeleeuwse witte en zwarte magie in het Nederlands taalgebied. Gecommentarieerd compendium van incantamenta tot einde 16de eeuw. Gent, 1997.]'. In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde 115 (1999), 166-171.

E. Huizenga, `Middelnederlandse chirurgieën en hun maatschappelijke context. Bij wijze van introductie'. In: Literatuur. Tijdschrift over Nederlandse letterkunde 16 (1999), [...]

E. Huizenga, ‘[Recensie van: M. Kool, Die conste vanden getale. Een studie over Nederlandstalige rekenboeken uit de vijftiende en zestiende eeuw, met een glossarium van rekenkundige termen. Diss. Utrecht. Hilversum, 1999. MSB 64.]’. In: Scriptorium. Revue internationale des études relatives aus manuscrits 53 (1999), II, 167*-169*.

R. Jansen-Sieben, `Het pestregimen van Arent Schryver'. In: De pest in de Nederlanden: medisch-historische beschouwingen 650 jaar na de Zwarte Dood. Vierde symposium “Geschiedenis der Geneeskundige Wetenschappen”. La peste aux Pays-Bas: considérations médico historiques 650 ans après la Peste Noire. Quatrième Symposium Histoire des Sciences Médicales. Brussel, 1999, 109-140. Academia Regia Belgica Medicinae, Dissertationes, Series Historica 7.

R. Jansen-Sieben, `Ooggetuigen en flagellanten anno 1349'. In: De pest in de Nederlanden: medisch-historische beschouwingen 650 jaar na de Zwarte Dood. Vierde symposium “Geschiedenis der Geneeskundige Wetenschappen”. La peste aux Pays-Bas: considérations médico historiques 650 ans après la Peste Noire. Quatrième Symposium Histoire des Sciences Médicales. Brussel, 1999, 85-108. Academia Regia Belgica Medicinae, Dissertationes, Series Historica 7.

R. Jansen-Sieben, ‘[Recensie van: D. Aichholzer, “Wildu machen ayn guet essen…”. Drei mittelhochdeutsche Kochbücher: Erstedition, Übersetzung, Kommentar. Bern [etc.], 1999. Wiener Arbeiten zur gemanistischen Altertumskunde und Philologie 35.]’ In: Scientiarum Historia 25 (1999), 106.

R. Jansen-Sieben, ‘[Recensie van: R. Luff, Wissensvermittlung im europäischen Mittelalter. «Imago mundi»-Werke und ihre Prologe. Tübingen, 1999. Texte und Textgeschichte 47.]’ In: Scientiarum Historia 25 (1999), 104-105.

R. Jansen-Sieben, ‘[Recensie van: R.J.G.A.A. Gaspar (ed.), Ambrosius Zeebout, Tvoyage van Mher Joos van Ghistele. Hilversum, 1998. MSB 58.]’ In: Scientiarum Historia 25 (1999), 105.

R. Jansen-Sieben, ‘[Recensie van: W.L. Braekman, Middeleeuwse witte en zwarte magie in het Nederlands taalgebied. Gecommentarieerd compendium van incantamenta tot einde 16de eeuw. Gent, 1997.]’ In: Scientiarum Historia 25 (1999), 105.

E. Jorink, Wetenschap en wereldbeeld in de Gouden Eeuw. Hilversum, 1999. Zeven Provinciën Reeks 17. [Van belang, omdat het laat zien hoe de ME in dit opzicht doorwerkten in de 17e eeuw.]

M.E.M. Jungman, in samenw. met J.B. Voorbij, Repertorium van teksten in het handschrift-Van Hulthem (Brussel, Kon. bibl. Albert I, 15.589-623). CD-ROM editie. Utrecht, 1999.

M. Kool, Die conste vanden getale. Een studie over Nederlandstalige rekenboeken uit de vijftiende en zestiende eeuw, met een glossarium van rekenkundige termen. Diss. Utrecht. Hilversum, 1999. Middeleuwse Studies en Bronnen 64. [Bevat diskette met glossarium van Mnl. rekentermen.]

R. Kruk, `De goede arts. Ideaalbeeld en werkelijkheid in de middeleeuws-Arabsiche wereld. In: Hermeneus. Tijdschrift voor antieke cultuur 71 (1999), 140-148. Themanummer: De patiënt en zijn artsen.

A.Th. Lantink-Ferguson, ‘Drie tandwielsystemen voor een maankalender’. In: Gewina. Tijdschrift voor de Geschiedenis der Geneeskunde, Natuurwetenschappen, Wiskunde en Techniek 22 (1999), 195-220.

O.S.H. Lie en E.M. Versèlewel de Witt Hamer, `Beproefde middeleeuwse recepten in het Hattemse gemeentearchief. Voor dr. J.H. Sypkens Smit'. In: Heemkunde Hattem. Tijdschrift van de Vereniging Heemkunde Hattem, nr. 81, (december 1999), 197-204.

O.S.H. Lie, `[Recensie van: E. Huizenga, Een nuttelike practijke van cirurgien. Geneeskunde en astrologie in het Middelnederlandse handschrift Wenen, Östereichische Nationalbibliothek, 2818. Diss. Groningen. Hilversum, 1997. Middeleeuwse Studies en Bronnen 54]'. In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde 115 (1999), 171-174.

O.S.H. Lie, Vrouwengeheimen. Geneeskunst en beeldvorming in de Middelnederlandse artesliteratuur. Achtste Bert van Selm-lezing. Amsterdam, 1999.

R. Luff, Wissensvermittlung im europäischen Mittelalter. «Imago mundi»-Werke und ihre Prologe. Tübingen, 1999. Texte und Textgeschichte 47.

A. Moyer, ‘The Astronomers' Game. Astrology and University Culture in the Fifteenth and Sixteenth Century’. In: Early Science and Medicine 4 (1999), 228-250.

M. Pereira, ‘Alchemy and the Use of Vernacular Languages in the Late Middle Ages’. In: Speculum. A Journal of Medieval Studies 74 (1999), 336-356.

J. Reynaert, `Over medische kennis in de late Middeleeuwen. De Middelnederlandse vertaling van Lanfrancs Chirurgia magna'. In: Millennium 13 (1999), 21-30.

P.L. Reynolds, Food and the Body. Some peculiar Questions in High Medieval Theology. Leiden, 1999. Studien und Texte zur Geistesgeschichte des Mittelalters 69.
Hoewel van iets oudere datum, lijkt het gerechtvaardigd om deze titel op te nemen in de literatuurlijst. Het belang van deze relatief onbekende studie ligt in het inzicht dat verschaft wordt in de bijzondere relatie in de Middeleeuwen tussen theologie en theologen enerzijds, en geneeskunde en artsen anderzijds. Inhoud:

  • Deel I, Background: ‘In whom all sinned’; The truth of human nature; Aristotle on Growth and Nutrition; Radical Moisture; Theologia, Physica, Medicina.

  • Deel II, Foreground: Development of the Parisian Consensus; In defense of Peter Lombard; Albertus Magnus (I): Nutrition; Albertus Magnus (II): Sexual Reproduction and the Formative Power; Albertus Magnus (III): Differentiation and Regeneration; Albertus Magnus (IV): The Truth of Human Nature; Bonaventure; Thomas Aquinas (I): Food and the Body; Thomas Aquinas (II): Identity and Reiteration in the Resurrection

  • Epilogue.

U. Schaefer (ed.), Artes im Mittelalter. Berlijn, 1999.
Hierin wordt een groot deel van de middeleeuwse artes-literatuur bestreken, met name gericht op de Duitse situatie; om een overzicht te geven volgt hieronder de inhoud van deze bundel symposium-lezingen.

U. Schaefer, ‘Artes im Mittelalter: Eine Einleitung’, p. 1-10.

I: Formationen und Transformationen des Wissens

  • M. Haas, ‘Über die Funktion der ars musica im Mittelalter’, p. 13-33;

  • C. Brinker-von der Heyde, ‘Durch Bildung zur Tugend: Zur Wissenschaftslehre des Thomasin von Zerclære’, p. 34-52;

  • B. Englisch, ‘Artes und Weltsicht bei Roger Bacon’, p. 53-67;

  • J. Sarnowsky, ‘Die Artes im Lehrplan der Universitäten’, p. 68-82;

  • B.R. Tammen en F. Hentschel, ‘Divisio musicae und auditus im frühen 14. Jahrhundert’, p. 83-109;

  • J. Pfeiffer, ‘Macht der Sterne oder Miasmen der Erde: Heinrich von Mügeln und Konrad von Megenburg über die Pest von 1348’, p. 110-123;

  • K. Kellermann, ‘Zwischen Gelehrsamkeit und Information: Wissen und Wahrheit im Umbruch vom Mittelalter zur Neuzeit’, p. 124-140.

II: Fortschreibungen von Wissensbeständen

  • F. Tinnefeld, ‘Zu Begriff und Konzepten des Enzyklopädismus in Byzanz’, p. 143-150;

  • W. Knoch, ‘Die theologische Summa: Zur Bedeutung einer hochmittelalterlichen Literaturgattung’, p. 151-160;

  • D. de Rentiis, ‘Für eine neue Geschichte der Nachahmungskategorie: Imitatio morum und lectio auctorum in ‘Policraticus’ VII, 10’, p. 161-173;

  • W. Hirschmann, ‘Das Kompositionskapittel als Modell poietischer Reflexion: Zur pragmatischen Transformation der ars muscia in der Musiktheorie des Hoch- und Spätmittelalters’, p. 174-186;

  • N. H. Kaylor, Jr., ‘Boethius’ “De Consolatione Philosophiae” didaktisch aufbereitet: Die anonyme mittelenglische Übersetzung von Buch I in Ms. Oxford Auct. F 3.5’, p. 187-197;

  • U. Goerlitz, ‘Wissen und Repräsentation: Zur Auseinandersetzung des Hermannus Piscator mit Johannes Trithemius um die Rekonstruktion der Vergangenheit’, p. 198-212.

III: Wissen und Magie

  • H. Brall, ‘Die Macht der Magie: Zauberer in der hochmittelalterlichen Epik’, p. 215-229;

  • K. Herbers, ‘Wissenskontakte und Wissensvermittlung in Spanien im 12. und 13. Jahrhundert: Sprache, Verbreitung und Reaktionen’, p. 230-248;

  • F. Fürbeth, ‘Die Stellung der artes magicae in den hochmittelalterlichen ‘Divisiones philosophiae’’, p. 249-262;

  • R. Schlechtweg-Jahn, ‘Magie, Religion und Wissenschaft: Hans Stadens Brasilien-Reisebericht von 1577’, p. 263-279.

IV: Die Künste und die Kunst

  • B. Reudenbach, ‘Rectitudo als Project: Bildpolitik und Bildungsreform Karls des Großen’, p. 283-308;

  • G. Björkvall en A. Haug, ‘Verslehre und Versvertonung im lateinischen Mittelalter’, p. 309-323;

  • T. Michalsky, ‘Der Reliefzyklus des Florentines Domcampanile oder die Kunst der Bildhauer, sich an der Heilsgeschichte zu beteiligen’, p. 324-343;

  • A. Gross, ‘Narr und Null im Tarock’, p. 344-357.

V: Darstellungen der artes

  • K. Arnold, Bibdung im Bild: Darstellungen der septem artes liberales in der Kunst des Mittelalters und der Renaissance’, p. 361-375;

  • M. Schumacher, ‘Über die Notwendigkeit der kunst für das Menschsein bei Thomasin von Zerklaere und Henirch dem Teichner’, p. 376-390;

  • K. Ridder, ‘Der Gelehrte als Narr: Das Lachen über die artes und Wissen im Fastnachtspiel’, p. 391-409.

J. Schatzmiller, ‘The Jurisprudence of the Dead body. Medical Practition at the Service of Civic and Legal Authorities’. In: Micrologus 7 (1999), 223-230. Themanummer: “Il cadavere. The corpse”.

J. Schenkel, ‘...nemende den wille voor de daet ende tdeel voor al’. [Recensie van: R.J.G.A.A. Gaspar (ed.), Ambrosius Zeebout, Tvoyage van Mher Joos van Ghistele. Hilversum, 1998. Middeleeuwse Studies en Bronnen 58.] In: Queeste 6 (1999), 201-204.

J. Schenkel, ‘Medieval Miscellanies from the Low Countries in Diplomatic Editions’. In: H.T.M. van Vliet (ed.), Produktion und Kontext. Tübingen, 1999, 65-75. Beihefte zu Editio.

J. Vandersmissen, ‘Medieval booklists and library catalogues as indicators of a scientific culture in the Southern Low Countries (early 12th - end 15th century’. In: Scientiarum Historia 25 (1999), 3-11.

E.A. Zaitsev, ‘The Meaning of Early Medieval Geometry. From Euclid and Surveyors' Manuals to Christian Philosophy’. In: Isis 90 (1999), 522-553.

J. Ziegler, ‘Practitioners and Saints. Medical Men in Canonization Processes in the Thirteenth to Fifteenth Centuries’. In: Social History of Medicine 12 (1999), 191-225.

2000

W. van Anrooij, ‘Schepen achter de horizon. Jacob Cnoyen uit ’s-Hertogenbosch over koning Artur’. In: B. Besamusca, F. Brandsma en D. van der Poel (red.), Hoort wonder! Opstellen voor W.P. Gerritsen bij zijn emeritaat. Hilversum, 2000, 19-24. Middeleeuwse Studies en Bronnen 70.

A.J. Baetens, ‘Een onderzoek naar de geschiedenis van de geneeskunde in België’. In: Geschiedenis der Geneeskunde 6 (2000), 196-208. Themanummer: H. Beukers en R. van Hee (red.), Inleiding in het beoefenen van de ‘geschiedenis der geneeskunde’ in het bijzonder in de Lage Landen.

K. Bentele en G. Keil, ‘Die “Würzburger Wundarznei”. Anmerkungen zu einem neugefundenen Arzneimittel-Handbuch des Spätmittelalters’. In: P.J. Becker, E. Bliembach, H. Nickel, R. Schipke en G. Staccioli (ed.), Scrinium berolinense. Festschrift Tilo Brandis (2 dln.). Dl. I. Berlijn, 2000, 358-382.

H. Beukers, ‘Professie of hobby: geschiedenis van de geneeskunde in Nederland aan het begin van de 20ste eeuw’. In: Geschiedenis der Geneeskunde 6 (2000), 222-229. Themanummer: H. Beukers en R. van Hee (red.), Inleiding in het beoefenen van de ‘geschiedenis der geneeskunde’ in het bijzonder in de Lage Landen.

R. Beyers (red.), Van vader- naar moedertaal. Latijn, Frans en Nederlands in de dertiende-eeuwse Nederlanden. Handelingen van het colloquium georganiseerd door de Koninklijke Zuid-Nederlandse Maatschappij voor Taal- en Letterkunde en Geschiedenis op 23 oktober 1999. Brussel, 2000. Handelingen van de Koninklijke Zuid-Nederlandse Maatschappij 53.

P. Biller, The Measure of Multitude. Population in Medieval Thought. Oxford, 2000.
Belangrijk, maar tamelijk abstract en moeilijk toegankelijk werk over de kwantificering van de Middeleeuwse maatschappij, met name in kringen van filosofen. Veel aandacht voor het verwekken van kinderen en andere seksueel-gynaecologische aangelegenheden, de leeftijden van de mens, en de invloed van het klimaat en de plaats van geboorte op de groei van de bevolking. Veel indirecte links met de artesliteratuur.

R.A. Blondeau, ‘De vader van de Vlaamse heelkunde. Hoe werd Jan Yperman ontdekt?’. In: Geschiedenis der Geneeskunde 6 (2000), 264-272. Themanummer: H. Beukers en R. van Hee (red.), Inleiding in het beoefenen van de ‘geschiedenis der geneeskunde’ in het bijzonder in de Lage Landen.

N. Bockaert, ‘Leon Elaut (1897-1978). Flamingant, uroloog en (door omstandigheden) medisch historicus’. In: Geschiedenis der Geneeskunde 6 (2000), 241-245. Themanummer: H. Beukers en R. van Hee (red.), Inleiding in het beoefenen van de ‘geschiedenis der geneeskunde’ in het bijzonder in de Lage Landen.

W. Bracke en H. Deumens (ed.), Medical Latin from the Late Middle Ages to the Eighteenth Century. Proceedings of the European Science Foundation Exploratory Workshop in the Humanities. Organized under the Supervision of Albert Derolez in Brussels on 3 and 4 September 1999. Brussel, 2000. Academia Regia Belgica Medicinae - Dissertationes. Series Historica 8.
Hierin ook veel interessants over de verhouding Latijn-volkstalen. Inhoud o.a.:

  • M.R. McVaugh, ‘Surface Meanings: The Identification of Apostemes in Medieval Surgery’, 13-29;

  • M.-L. Monfort, ‘La notion de vulgate hippocratique’, 53-66;

  • T. Pesenti, ‘How Did Early Printers Choose Medical Commentaries for the Press?’, 67-92;

  • I. Maclean, ‘The Diffusion of Learned Medicine in the Sixteenth Century through the Printed Book’, 93-114;

  • P.M. Jones, ‘Medical Libraries and Medical Latin, 1400-1700’, 115-135;

  • D. Jacquart, ‘Médecine et lexicographie au XVe siècle: Jacques Despars dans les traces de Simon de Gênes’, 137-150;

  • G. Keil, ‘Zwei altdeutsche Übersetzungen der Diaetae particulares von Isaak Judäus’, 197-222.

W.L. Braekman, ‘De Boete’. In: A.J.A. Bijsterveld en D. Van de Perre (ed.), Het mirakelboek en de stichtingsgeschiedenis van de Ninoofse abdij. Liber miraculorum sancti Cornelii Ninivensis historia fundationis Ninivensis abbatiae de Boete. Leuven, 2000, 165-169. Symbolae facultatis litterarum Lovaniensis, series B, vol. 24.
Betreft een regimen voor de horigen van Sint-Cornelis, vereerd in zijn abdij te Ninove.

W.L. Braekman, ‘Een collectie veterinaire recepten uit Meerbeke (16de E.)’. In: Volkskunde 101 (2000), 35-63.

W.L. Braekman, ‘Middeleeuws “nutscap van evelen”: een medisch receptarium uit het stadsarchief’. In: Handelingen van de Koninklijke Kring voor Oudheidkunde, Letteren en Kunst te Mechelen 103 (2000), 97-123.

W.L. Braekman, ‘Zestiende-eeuwse remedies uit Meerbeke voor jachtvogels en - honden’. In: Verslagen en mededelingen van de Koninkelijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde N.R. (2000), 221-240.

M.-A. Brayer (ed.), Orbis Terrarum - Ways Of World Making. Antwerpen, 2000. [Catalogus bij gelijknamige tentoonstelling.]

W.J. Courtenay en J. Miethke (ed.), Universities and Schooling in the Middle Ages. Leiden, 2000. Education and Society in the Middle Ages and Renaissance 10.

W. Crossgrove, ‘The Vernacularization of Science, Medicine, and Technology in Late Medieval Europe: Broadening our Perspectives’. In: Early Science and Medicine 5 (2000), 47-63.

W. Eamon, ‘Alchemy in Popular Culture. Leonardo Fioravanti and the Search for the Philosopher’s Stone’. In: Early Science and Medicine 5 (2000), 196-213. Themanummer: Alchemy and Hermeticism.

M. Ehrefeuchter en T. Ehlen (ed.), Als das wissend die meister wol. Beiträge zur Darstellung und Vermittlung von Wissen in Fachliteratur und Dichtung des Mittelalters und der frühen Neuzeit. Walter Blank zum 65. Geburtstag. Frankfurt am Main, 2000. [Recensie: R. Jansen-Sieben in Scientiarum Historia 28 (2002), 95-96.]

A. Faems, ‘[Recensie van: V. Fraeters, Gods gouden thesaurus. Het Middelnederlandse handschrift Wenen, ÖNB, 2372 in de alchemistische traditie. Leuven, 1999. Antwerpse Studies over Nederlandse Literatuurgeschiedenis 3]’. In: Spiegel der Letteren. Tijdschrift voor Nederlandse literatuurgeschiedenis en voor literatuurwetenschap 42 (2000), 341-343.

G.B. Ferngren, E.J. Larson en D.W.Amundsen (ed.), The History of Science and Religion in the Western Tradition. An Encyclopedia. New York [etc.], 2000. Garland Referece Library of the Humanities 1833.

V. Fraeters, ‘Schrijven om niet begrepen te worden. Hermetisch taalgebruik in Middelnederlandse alchemistische teksten’. In: R. Jansen-Sieben, J. Janssens en F. Willaert (red.), Medioneerlandistiek. Een inleiding tot de Middelnederlandse letterkunde. Hilversum, 2000, 263-274. Middeleeuwse Studies en Bronnen 69.

R. French, Ancients and Modern in the Medical Sciences. From Hippocrates to Harvey. Aldershot, 2000. Variorum Collected Studies Series 685.

R. French, Ancients and Moderns in the Medical Sciences. From Hippocrates to Harvey. Aldershot, Hampshire, 2000. VCSS 685.

M. Grant, Galen on Food and Diet. Londen [etc.], 2000.

M. Green, Women’s Healthcare in the Medieval West. Texts and Contexts. Aldershot, Hampshire, 2000. VCSS 680.

M. Green, Women’s Healthcare in the Medieval West. Texts and Contexts. Aldershot, 2000. Variorum Collected Studies Series 680.

R. van Hee, ‘Corneille Broeckx (1807-1869). Sociaal bewogen voorvechter van de medische geschiedenis in België.’ In: Geschiedenis der Geneeskunde 6 (2000), 259-263. Themanummer: H. Beukers en R. van Hee (red.), Inleiding in het beoefenen van de ‘geschiedenis der geneeskunde’ in het bijzonder in de Lage Landen.

B.A. Henish, The Medieval Calendar Year. Pennsylvania, 2000.
Beschrijft m.n. de picturale traditie met betrekking tot de kalendermaanden, en de manier waarop daarmee in de late middeleeuwen werd omgegaan. Zeer veel illustraties.

M. Honold, ‘Die Kochrezepte des Cod. Guelf. 16.17. Aug. 4o, Bl. 102r-118v’. In: Würzburger Medizinhistorische Mitteilungen 19 (2000), 177-208.

P. Horden, Music as Medicine. The History of Music Therapy Since Antiquity. Aldershot, 2000.

E. Huizenga, ‘‘Drie coop-lieden maken een buerse’, en andere netelige vraagstukken.’ [Recensie van: M. Kool, Die conste vanden getale. Een studie over Nederlandstalige rekenboeken uit de vijftiende en zestiende eeuw, met een glossarium van rekenkundige termen. Diss. Utrecht. Hilversum, 1999. Middeleeuwse Studies en Bronnen 64. (Bevat diskette met glossarium van Middelnederlandse rekentermen.)]’. In: Queeste. Tijdschrift over middeleeuwse letterkunde in de Nederlanden 7 (2000), 181-185.

E. Huizenga, ‘De diepe kloof. Over het onderscheid tussen ideaal en realiteit van de middeleeuwse chirurg, in het bijzonder in de Nederlanden’. In: Millennium. Tijdschrift voor middeleeuwse studies 14 (2000), 251-278.

E. Huizenga, ‘Waar zijn de sleutels van de schatkamer?’ [Recensie van: V. Fraeters, Gods gouden thesaurus. Het Middelnederlandse handschrift Wenen, ÖNB, 2372 in de alchemistische traditie. Leuven, 1999. Antwerpse Studies over Neder-landse Literatuurgeschiedenis 3.]. In: Literatuur. Tijdschrift over Nederlandse let-terkunde 17 (2000), 296-298.

A. Janse en J.M. van Winter, ‘Een bruiloftsmaal aan het Hollandse hof in 1369’. In: Jaarboek voor Middeleeuwse Geschiedenis 3 (2000), 163-195.

R. Jansen-Sieben, ‘Het wereldbeeld van een Utrechtse monnik, anno 1300’. In: R. Jansen-Sieben, J. Janssens en F. Willaert (red.), Medioneerlandistiek. Een inleiding tot de Middelnederlandse letterkunde. Hilversum, 2000, 251-261. Middeleeuwse Studies en Bronnen 69.

G. Keil, ‘Hildegard von Bingen deutsch: Das “Speyrer Kräuterbuch”’. In: A. Haverkamp (ed.) en A. Reverchon (red.), Hildegard von Bingen in ihrem historischen Umfeld. Internationaler wissenschaftlicher Kongreß zum 900jährigen Jubiläum, 13.-19. September 1998, Bingen am Rhein. Mainz, 2000, 441-458.

M. Kool, ‘Raden of rekenen?’. In: B. Besamusca, F. Brandsma en D. van der Poel (red.), Hoort wonder! Opstellen voor W.P. Gerritsen bij zijn emeritaat. Hilversum, 2000, 91-96. Middeleeuwse Studies en Bronnen 70.

J.K. van der Korst, ‘Aan de slag met het verleden. Bronnen waaruit de medisch historicus kan putten’. In: Geschiedenis der Geneeskunde 6 (2000), 215-221. Themanummer: H. Beukers en R. van Hee (red.), Inleiding in het beoefenen van de ‘geschiedenis der geneeskunde’ in het bijzonder in de Lage Landen.

M. Künzel, ‘Beilngrieser Aderlaßmännlein’. In: Würzburger Medizinhistorische Mitteilungen 19 (2000), 153-175.

P.J. Kuijjer, ‘Over de geschiedenis in het algemeen en de geschiedenis der geneeskunde in het bijzonder’. In: Geschiedenis der Geneeskunde 6 (2000), 196-207. Themanummer: H. Beukers en R. van Hee (red.), Inleiding in het beoefenen van de ‘geschiedenis der geneeskunde’ in het bijzonder in de Lage Landen.

R. Leng, ‘Andreas der Jude, Jost von der Neißen und Niclas Preuß: Drei verhinderte “Verfasser” eines Fechtbuches’. In: Würzburger Medizinhistorische Mitteilungen 19 (2000), 209-220.
Betreft middeleeuws Duits ‘vechtboek’.

O.S.H. Lie, ‘[Recensie van: M. Kool, Die conste vanden getale. Een studie over Nederlandstalige rekenboeken uit de vijftiende en zestiende eeuw, met een glossarium van rekenkundige termen. Diss. Utrecht. Hilversum, 1999. Middeleeuwse Studies en Bronnen 64]’. In: Nederlandse Letterkunde 5 (2000), 349-352.

O.S.H. Lie, ‘Boendale langs de meetlat’. [N.a.v. d. Kinable, Facetten van Boendale. Literair-historische verkenningen van Jans teesteye en de Lekenspiegel. Leiden, 1998. Leidse opstellen 31. Ook verschenen als diss. Leiden.] In: Queeste. Tijdschrift over middeleeuwse letterkunde in de Nederlanden 7 (2000), 81-85.

O.S.H. Lie, ‘Vrouwenprivileges: voorrecht of keurslijf? De epiloog van Het bouc van de Stede der Vrauwen’. In: B. Besamusca, F. Brandsma en D. van der Poel (red.), Hoort wonder! Opstellen voor W.P. Gerritsen bij zijn emeritaat. Hilversum, 2000, 105-111. Middeleeuwse Studies en Bronnen 70.

A.M. Luyendijk-Elshout, ‘M.A. van Andel (1878-1941) & J.G. de Lint (1867-1936). Twee pioniers in de geschiedenis der geneeskunde uit Gorinchem’. In: Geschiedenis der Geneeskunde 6 (2000), 246-250. Themanummer: H. Beukers en R. van Hee (red.), Inleiding in het beoefenen van de ‘geschiedenis der geneeskunde’ in het bijzonder in de Lage Landen.

Z. von Martels, ‘Augurello’s Chrysopoeia (1515) – A Turning Point in the Literary Tradition of Alchemical Textst’. In: Early Science and Medicine 5 (2000), 178-195. Themanummer: Alchemy and Hermeticism.

T. Padmos en G. Vanpaemel (ed.), De geleerde wereld van Keizer Karel. Catalogus tentoonstelling Wereldwijs. Wetenschappers rond keizer Karel. Leuven, 2000. Symbolae Facultatis Litterarum Lovaniensis, Series B, 19.

M. Pereira, ‘Heavens on Earth. From the Tabula Smaragdina to the Alchemical Fifth Essence’. In: Early Science and Medicine 5 (2000), 131-144. Themanummer: Alchemy and Hermeticism.

P. Porter, Medieval Warfare in Manuscripts. Toronto, 2000. The Medieval World in Manuscripts.

W.F. Reddig, Bader, Medicus und Weise Frau. Wege und Erfolge der mittelalterlichen Heilkunst. München, 2000.

T.J. Rinsema, ‘Beoefening van de geschiedenis van de farmacie in de Lage Landen’. In: Geschiedenis der Geneeskunde 6 (2000), 230-240. Themanummer: H. Beukers en R. van Hee (red.), Inleiding in het beoefenen van de ‘geschiedenis der geneeskunde’ in het bijzonder in de Lage Landen.

M. Sachs, Geschichte der operativen Chirurgie in 5 Bänden. Heidelberg, 2000-2004.

  • Dl. 1: Historische Entwicklung chirurgischer Operationen. Heidelberg, 2000.

  • Dl. 2: Historische Entwicklung des chirurgischen Instrumentariums. Heidelberg, 2001.

  • Dl. 3: Historisches Chirurgenlexikon. Ein biographisch-bibliographisches Handbuch bedeutender Chirurgen und Wundärzte. Heidelberg, 2002.

  • Dl. 4: Vom Handwerk zur Wissenschaft. Die Entwicklung der Chirurgie im deutschen Sprachraum vom 16. bis zum 20. Jahrhundert. Heidelberg, 2003.

  • Dl. 5: Ergänzungs- und Registerband. Heidelberg, 2004.

B.J.P. Salemans, Building Stemmas with the Computer in a Cladistic, Neo-Lachmannian Way. Diss. Nijmegen, 2000. [Bespreking: M. Zijlmans, ‘Lanseloet heeft digitale stamboom’. In: Volkskrant, 19 februari 2000.]
Van belang vanwege inzichten in de tekstgenese van middeleeuwse teksten.

C. Schabel, Theology at Paris 1316-1345. Peter Auriol and the Problem of Divine Foreknowledge and Future Contingents. Aldershot, Hampshire, 2000.
Interessant, omdat de problemen rond goddelijke voorkennis nauw verbonden zijn met astrologie en andere voorspellende kunsten.

M. Thiery, ‘Albert J.J. van de Velde (1871-1956). Polymath, wetenschapshistoricus en stichter van het ‘Museum Historiae Scientiarium’ te Gent’. In: Geschiedenis der Geneeskunde 6 (2000), 251-258. Themanummer: H. Beukers en R. van Hee (red.), Inleiding in het beoefenen van de ‘geschiedenis der geneeskunde’ in het bijzonder in de Lage Landen.

J.P. Westgeest, 'De illustraties in de Der Naturen Bloeme-handschriften'. In: Jacob van Maerlants Der naturen bloeme. Vorläufer – Redaktionen – Rezeption. Herausgegeben von A. Berteloot und D. Hellfaier. Münster, New York, München, Berlin. Niederlande-Studien 23 (2000), p. 153-164.

J.M. van Winter, ‘Medieval Recipes for Invalid Food’. In: P. Lysaght (ed.), Food from Nature. Attitudes, Strategies and Culinary Practices. Proceedings of the 12th Conference of the International Commission for Ethnological Food Research, Umeå and Frostviken, Sweden 8-14 June, 1998. Uppsala, 2000, 382-387. The Royal Gustavus Adolphus Academy for Swedish Folk Culture. Acta Academiae Regiae Gustavi Adolphi 71.

2001

B. Ankarloo en S. Clark (ed.), Witchcraft and Magic in Europe. Vol. 3: The Middle Ages. Londen, 2001.[Begeleidende tekst uit catalogus:] ‘Between the age of St. Augustine and the sixteenth-century Reformations magic continued to be both a matter of popular practice and of learned inquiry. This volume deals with its use in such contexts as healing and divination and as an aspect of the knowledge of nature's occult virtues and secrets. Also covered is the development and consolidation of official prohibitions of magic, the growing tendency to think of magic in terms of superstition and heresy, and the emergence of the stereotype of the devil-worshipping witch.’

G. Baader en G. Keil (samenst.), Medizinhistorische Mittelalterforschung 1950-1980. Eine Auswahlbibliographie. Würzburg, 2001. Würzburger Medizinhistorische Forschungen 25.

C. de Backer, ‘Geneeskundige zorgen en voeding voor de cisterciënzerinnenabdij Terhagen in Axelambacht (Zeeuw-Vlaanderen) tussen 1499 en 1509’. In: Bulletin van de Kring voor de Geschiedenis van de Pharmacie in Benelux, nr. 100, 50 (2001), 26-44.

B. Baert en V. Fraeters (red.), Aan de vruchten kent men de boom. De boom in tekst en beeld in de middeleeuwse Nederlanden. Leuven, 2001. Symbolae. Facultatis Litterarum Lovaniensis, series B, vol. 25.
Hierin de volgende artikelen:

  • Barbara Baert en Veerle Fraeters, ‘Inleiding - Aan de vruchten kent men de boom’, 13-17;

  • Barbara Baert, ‘«Totten paradise soe sult ghi gaen». De verbeelding over de herkomst van het kruishout’, 18-47;

  • Rob Faesen, ‘«Een boem die hadde wortele op wert ende den tsop neder wert». Een mystieke boom bij Hadewijch en Ruusbroec’, 48-65;

  • Veerle Fraeters, ‘«Een uytlegginge vanden boom mercurii». Onderzoek naar de betekenis en de herkomst van de arbor mercurialis aan de hand van een Middelnederlandse rijmtekst’, 66-95;

  • Katrien Heene, ‘De symbolische betekenis en de materiële functie van bomen in Latijnse heiligenlevens uit de middeleeuwse Nederlanden’, 96-119;

  • Ria Jansen-Sieben, ‘De balsemboom. Mythisch, medisch, magisch’, 120-139;

  • Jos Koldeweij, ‘De “bosboom” als beeld voor ’s Hertogenbosch’, 140-165;

  • Johan Oosterman, ‘Ik breng u de mei. Meigebruiken, meitakken en meibomen in Middelnederlandse meiliederen’, 166-189;

  • Cyriel Stroo, ‘De boom als teken van de Bourgondische heerschappij’, 190-207;

  • Janet van der Meulen, ‘Onze Lieve Vrouwe van de Droge Boom in Brugge. Devotiebeeld en literaire traditie’, 208-237;

  • Dieuwke van der Poel, ‘Memorabele bomen. De minneboom als allegorische constructie in de Middelnederlandse wereldlijke letterkunde’, 238-257;

  • Renilde Vervoort, ‘Duivelse bomen of toverbomen? Een onderzoek naar de betekenis van de boom op heksenvoorstellingen’, 258-279.

A. Barrat, The Knowing of Woman’s Kind in Childing. A Middle English Trotula-text. Turnhout, 2001. Medieval Women. Texts and Contexts.

N. Bell, Music in Medieval Manuscripts. Toronto, 2001.

A. Berteloot en D. Hellfaier (ed.), Jacob van Maerlants ‘Der naturen bloeme’ und das Umfeld. Vorläufer – Redaktionen – Rezeption. Münster [etc.]. 2001. Niederlande-Studien 23.
De voor de artesliteratuur meest relevante artikelen in deze in het algemeen zeer aanbevelenswaardige bundel zijn:

  • P. Wackers, ‘Die mittelniederländische enzyklopädische Tradition’, 11-27;

  • C. Meier, ‘Tendenzen der neueren Forschung zur Enzyklopädie des Mittelalters’, 29-47;

  • S. Bogaart, ‘Die Tierwelt in zwei mittelniederländischen Enzyklopädien: Jacob van Maerlants Der Naturen Bloeme und die niederländische Übersetzung von bartholomaeus’ Anglicus De proprietatibus rerum’, 83-103;

  • T. Schoonheim, ‘Bronnen van Maerlants Der Naturen Bloeme in het licht van de geografie’, 197-216;

  • M. van der Voort, ‘Onderzoek naar het slangenboek in Maerlants Der Naturen Bloeme. Een verslag’, 217-232;

  • K.H. van Dalen-Oskam, ‘Experimentator en de anderen. Over de bronverwijzingen in Der Naturen Bloeme’, 253-265.

R. Black, Humanism and Education in Medieval and Renaissance Italy. Tradition and Innovation in Latin Schools from the Twelfth to the Fifteenth CenturyCambridge, 2001.

I. Blanchard, Mining, Metallurgy and Minting in the Middle Ages. Dl. 1: Asiatic supremacy, 425-1125; dl. 2: Afro-European supremacy, 1125-1225. Stuttgart, 2001.
Eerste twee delen van een geplande reeks van vier delen over de geschiedenis van niet-ijzerhoudende metalen. Ze bestrijken een enorm gebied, zowel in termen van geografie (van China tot Afrika en Europa), als van chronologie (vanaf 425 n.Chr. tot, in deel vier, rond 1575). Zoals de titels al aangeven is de achterliggende gedachte dat in de vroege Middeleeuwen Azië op dit gebied superieur was, waarna het zwaartepunt zich verplaatste naar Afrika en, in de late Middeleeuwen, naar Europa.

W.L. Braekman, ‘Fragment van een zestiende-eeuws handgeschreven kookboek’. In: Volkskunde 102 (2001), 145-155.

W.L. Braekman, ‘Vakkennis van een Antwerpse scribent, miniaturist en etser (ca. 1600)’. In: Verslagen en Mededelingen van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde 111 (2001), afl. 2, 299-322.

J. de Bruijn-van der Helm, F. van Buuren, M. van Donkelaar, G. Gerritsen-Geywitz en O. Lie (ed.), in samenwerking met R. Jansen-Sieben en J. van Aelst, Een koopman in Venetië. Een Italiaans-Nederlands gespreksboekje uit de late Middeleeuwen. Hilversum, 2001. Middelnederlandse tekstedities 6.

C. Cennini, Het handboek van de kunstenaar. Vert. H. van den Bossche en H. Theuns. Amsterdam, 2001.
Vertaling van Il Libro dell’Arte (1437), één van de meest invloedrijke schildershandboeken van de late Middeleeuwen, met onder andere veel informatie over de bereiding van verven, in de vorm van recepten, en aspecten van het ambachtelijke leven van de kunstenaar/schrijver.

J. Dangler, Mediating Fictions. Literature, Women Healers and the Go-Between in Medieval and Early Modern Iberia. Lewisburg, 2001.

L. Demaitre, ‘Domesticity in Middle Dutch “Secrets of Men and Women”’. In: Social History of Medicine 14 (2001), 1-25.

J. Dequeker, G. Fabry en L. Vanopdenbosch, ‘De processie van kreupelen naar Jeroen Bosch (ca. 1450-1516): een historische analyse’. In: Millennium. Tijdschrift voor middeleeuwse studies 15 (2001), 140-153.
Analyse vanuit modern-medisch perspectief van de ziekten, wonden en aandoeningen van een reeks van 31 afgebeelde kreupelen door een zestiende-eeuwse navolger van Jeroen Bosch in een tekening uit ca. 1530-1540. Geeft prachtig beeld van de belangrijkste ziekten in deze periode.

S. Deschauer, ‘Zur Durchführung der Neunerprobe in frühen deutschen Rechenbüchern’. In: Sufhoffs Archiv. Zeitschrift für Wissenschaftsgeschichte 85 (2001), 129-137.

A.-M. Doyen-Higuet, ‘Contribution à l’histoire de la médecine vétérinaire: à propos des textes hippiatriques grecs’. In: Scientiarum Historia 27 (2001), 3-52.
Met veel prachtige kleurenafbeeldingen uit een Grieks hippiatrisch handschrift.

W. S. van Egmond en M. Mostert (red.), Spelen in de Middeleeuwen. Over schaken, dammen, dobbelen en kaarten. Hilversum, 2001. [ubm 17]
Marco MostertA.P. Orbán, ‘“Ieder spel is ijdelheid”: Enkele visies op het ‘spel’ in de oudchristelijke en middeleeuwse Latijnse literatuur’;

  • Johann-Christian Klamt en Lia Couwenberg, ‘De moraal van het schaakspel versus het dobbelen: bekende en minder bekende voorstellingen opnieuw bekeken’;

  • Remke Kruk, ‘Is schaken wel een spel voor heren? Over het schaakspel in de middeleeuwse Arabische cultuur’;

  • René Stuip, ‘Een les voor de koning’;

  • Marco Mostert, ‘Kansspelen in laatmiddeleeuws Italië’.

  • M. Elsakkers, ‘In pain you shall bear children (Gen. 3:16): medieval prayers for a safe delivery’. In: Anne-Marie Korte (ed.), Women and Miracle Stories. A Multidisciplinary Exploration. Leiden, 2001, 179-209. Studies in the history of Religion 88.

    R. French, Canonical Medicine. Gentile da Foligno and Scholasticism. New York, 2001. [Recensie door J. Ziegler in: Isis. An International Review Devoted to the History of Science and its Cultural Influences 94 (2003), p. 141-143.]

    L. García-Ballester, Medicine in a Multicultural Society. Christian, Jewish and Muslim practitioners in the Spanish Kingdoms, 1222-1610. Aldershot, 2001. Variorum Collected Studies Series 702.

    B. Götte, ‘Das Sammellunar aus dem Schlettstädter Kodex 49’. In: Würzburger Medizinhistorische Mitteilungen 20 (2001), 168-177.

    M.H. Green (ed. en vert.), The Trotula. A Medieval Compendium of Women’s Medicine. Philadelphia, 2001. The Middle Ages Series.

    M. Habermann, Deutsche Fachtexte der frühen Neuzeit. Naturkundlich-medizinische Wissensvermittlung im Spannungsfeld von Latein und Volkssprache. Berlijn [etc.], 2001. Studia Linguistica Germanica 61.

    P. Harrison, ‘Curiosity, Forbidden Knowledge, and the Reformation of Natural Philosophy in Early Modern England’. In: Isis. International Review Devoted to the History of Science and its Civilisation 92 (2001), 265-290.
    Concentreert zich op Engeland in de zestiende en zeventiende eeuw, maar is interessant vanwege de overgang van Middeleeuwen naar Renaissance in het wetenschappelijk denken; zie ook de recensie over het werk van Gerolamo Cardano elders in deze W-mail.

    B.W. Holsinger, Music, Body, and Desire in Medieval Culture. Hildegard of Bingen to Chaucer. Londen, 2001. Figurae. Reading Medieval Culture.
    Bespreekt de musica ook vanuit wetenschappelijk perspectief, en schenkt aandacht aan volkstalige literatuur hierover.

    E. Huizenga, ‘Een decennium van artes-studies. Bibliografisch overzicht van publicaties over artes-literatuur sinds 1989, met de nadruk op de medioneerlandistiek’. In: Verslagen en Mededelingen van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde 111 (2001), afl. 1, 99-164.

    E. Huizenga, ‘Middelnederlandse chirurgische literatuur’. In: Nieuwsbrief Nederlandse Literatuur en Cultuur in de Middeleeuwen 16 (2001), 9-16.

    E. Huizenga, ‘Over dwalers en vinders’ [Recensie van: V. Fraeters, Gods gouden thesaurus. Het Middelnederlandse handschrift Wenen, ÖNB, 2372 in de alchemistische traditie. Leuven, 1999. Antwerpse Studies over Nederlandse Literatuurgeschiedenis 3.]. In: Queeste. Tijdschrift over middeleeuwse letterkunde in de Nederlanden 8 (2001), 113-118.

    D. Jacquart, ‘Hippocrate astrologue au Moyen Âge’. In: Revue de philosophie ancienne 19 (2001), 2, p. 77-86.

    M. Kirnbauer, Hartmann Schedel und sein “Liederbuch”. Studien zu einer spätmittelalterlichen Musikhandschrift (Bayerische Staatsbibliothek München, Cgm 810) und ihrem Kontext. Bern, 2001. Publikationen der Schweizerischen Musikforschenden Gesellschaft, serie II, vol. 42.

    N.R. Kline, Maps of Medieval Thought. The Hereford Paradigm. Woodbridge, 2001

    A.Th. Lantink-Ferguson, ‘De stadsarmborstier. De gevarieerde werkzaamheden van de kruisboogmaker’. In: Scientiarum Historia 27 (2001), 53-72.

    O.S.H. Lie, ‘Gevaarlijke vrouwen’. In: Surplus. Over boeken en schrijfsters 15 (2001), 5-7.

    O.S.H. Lie, ‘Middelnederlandse literatuur vanuit genderperspectief’. In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde 117 (2001), 246-267.

    P. Linehan en J.T. Nelson (ed.), The Medieval World. Londen, 2001.
    Hierin komen enkele interessante, inhoudelijk aan de artes gerelateerde artikelen voor:

    • P. Jackson, ‘Christians, Barbarians and Monsters. The European Discovery of the World Beyond Islam’, p. 93-110.

    • A.P. Bagliani, ‘The Corpse in the Middle Ages. The Problem of the division of the body’, p. 327-341;

    • J. Le Goff, ‘What did the Twelfth-Century Renaissance Mean?’, p. 635-647.

    Madoc 15, nr. 4 (2001). Themanummer: De Middeleeuwen in kleur.
    Zeer interessant en goedverzorgd themanummer. Voor de artes zijn met name de volgende artikelen van belang:

    • J.P. Gumbert, ‘Kleur in middeleeuwse handschriften’, 217-225. [Betrekt hierin ook middeleeuwse teksten over de bereiding van pigmenten.]

    • S. Bogaart, ‘Bartholomaeus Anglicus over kleuren’, 238-245. [Bartholomaeus’ ideeën over m.n. het ontstaan van kleur en de rol van het licht.]

    • J.M.M.H. Thijssen, ‘Kleur bekennen. Middeleeuwse theorieën over de waarneming van kleuren’, 271-278. [Over natuurfilosofische aspecten van het waarnemen van kleur; ondanks het lastige onderwerp toch nog erg leesbaar.]

    R.J. Magnusson, Water Technology in the Middle Ages. Cities, Monasteries, and Waterworks after the Roman Empire. Baltimore, 2001.

    J.G. Mayer, ‘Abbreviatio Palladii oder De plantatione arborum – das Pelzbuch Gottfrieds von Franken. Entstehungszeit und Wirkung unter besonderer Berücksichtigung der deutschen Fassungen’. In: Scientiarum Historia. Tijdschrift voor de geschiedenis van de wetenschappen en de geneeskunde 27 (2001), 3-26.

    M.R. McVaugh, ‘Cataracts and Hernias. Aspects of Surgical Practice in the Fourteenth Century’. In: Medical History. A Quarterly Journal Devoted to the History of Medicine and Related Sciences 45 (2001), 319-340.

    M. Pastoureau, Blue. The History of a Color. Princeton/Oxford, 2001. [Vert. van: Blue. Histoire d’une coleur. Parijs, 2000.]
    Voor de artes met name van belang vanwege de aandacht voor de ambachtelijke bereiding van blauwe verven, de receptuur, en het kleuren van stoffen (hoofdstukken 2-3, periode elfde – zeventiende eeuw). Schitterend geïllustreerd.

    J.E. Rauws, ‘Is de baarstoel 500 jaar geleden opnieuw uitgevonden?’. In: Geschiedenis der Geneeskunde 7 (2001), 72-84.

    J. Reynaert, ‘Der vrouwen heimelijcheit als secundaire bron in de Zuid-Nederlandse bewerking van de Chirurgia magna van Lanfranc van Milaan’. In: Verslagen en Mededelingen van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde 111 (2001), afl. 1, 165-188.

    D. Salter, Holy and Noble Beasts. Encounters with Animals in Medieval Literature. Cambridge, 2001.

    N.G. Siraisi, Medicine in the Italian Universities, 1275-1600. Leiden [etc.], 2001. Education and Society in the Middle Ages and Renaissance 12.
    Belangrijke verzameling van vijftien eerder gepubliceerde, merendeels lastig verkrijgbare artikelen.

    A. Smets, ‘[Recensie van: M. van der Voort, Dat seste boec van serpenten. Een onderzoek naar en een uitgave van boek VI van Jacob van Maerlants «Der naturen bloeme». Hilversum, 2001. Middeleeuwse Studies en Bronnen 75]’. In: Scientiarum Historia. Tijdschrift voor de geschiedenis van de wetenschappen en de geneeskunde 27 (2001), 141-142.

    A.S. Staub, Die Basler Rezeptsammlung. Studien zu spätmittelalterlichen deutschen Kochbüchern. Erstausgabe mit Kommentar und Fachglossar der Handschriften Basel, ÖUB D II 30, Bl. 300ra-310va, und Heidelberg, UB cpg. 551, Bl. 186r-196v und 197r-204r. Würzburg, 2001. Würzburger Medizinhistorische Forschungen 71.

    J.-F. Stoffel, ‘Géocentrisme, héliocentrisme, anthropocentrisme: quelles interactions?’. In: Scientiarum Historia. Tijdschrift voor de geschiedenis van de wetenschappen en de geneeskunde 27 (2001), 77-92.

    A. Verbaeys en M. Audenaert, ‘Slechte gewoonten en veel gebreken. Het leven van Keizer Karel uit medisch oogpunt’. In: Geschiedenis der Geneeskunde 7 (2001), 136-143.

    R. Vollmuth, ‘Verbrannt oder vergiftet? Zur Theorie von Schußverletzungen durch Feuerwaffen im 15. und 16. Jahrhundert’. In: Würzburger Medizinhistorische Mitteilungen 20 (2001), 36-42.

    R. Vollmuth, Traumatologie und Feldchirurgie an der Wende vom Mittelalter zur Neuzeit. Stuttgart, 2001. Sudhoffs Archiv Beihefte 45.
    [Recensie: G. Baader, in: Early Science and Medicine 8 (2003), nr. 3, p. 271-272.]

    M. van der Voort, Dat seste boec van serpenten.Een onderzoek naar en een uitgave van boek VI van Jacob van Maerlants Der naturen bloeme. Diss. Nijmegen. Hilversum, 2001. Middeleeuwse Studies en Bronnen 75.

    S.A. Walton, ‘Theophrastus on Lyngurium. Medieval and Early Modern Lore from the Classical Lapidary Tradition’. In: Annals of Science 58 (2001), 357-380.

    J.P. Westgeest, 'De Leidse lapidariumfragmenten: delen van Maerlants cortten lapydarys?', In: Queeste 8 (2001), p. 1-26.

    S.D. Westrem, The Hereford Map. Turnhout, 2001. Terrarum Orbis. Histoire des représentations de l’espace: textes, images 1.

    M. Wolf, ‘Prof.em.dr. Ria Jansen-Sieben: Een Neerlandica die al haar hele leven met de geschiedenis der geneeskunde flirt’. In: Geschiedenis der Geneeskunde 8 (2001), 34-37. [Interview.]

    2002

    B. van den Abeele, ‘[recensie van: E. Huizenga, O.S.H. Lie, en L.M. Veltman (ed.), Een wereld van kennis. Bloemlezing van de Middelnederlandse artes-literatuur. Hilversum, 2002. Artesliteratuur in de Nederlanden 1]’. In: Scriptorium. Bulletin Codicologique 56 (2002), dl. 2, p. 172*.
    Bespreekt daarnaast ook heel kort iedere bijdrage in deze bloemlezing afzonderlijk, met vooral aandacht voor de handschriften waarop de edities berusten:

    • Veerle Fraeters (p. 107-132 in de bundel): p. 179*;

    • Erwin Huizenga (p. 169-194): p. 200*-201*;

    • Orlanda Lie (p. 195-215): p. 216*;

    • Christianne Muusers (p. 147-167): p. 231*;

    • Ben van der Have (p. 37-62): p. 279*;

    • Hans van Dijk (p. 133-145): p. 279*;

    • Annelies van Gijsen (p. 63-83): p. 279*;

    • Lenny Veltman (p. 85-105): p. 279*.

    B. Ankarloo en S. Clark (ed.), Witchcraft and Magic in Europe. Dl. 3: The Middle Ages. Philadelphia, 2002.

    C. Baufeld (ed.), Gesundheits- und Haushaltlehren des Mittelalters. Edition des 8o Ms 875 der Universitätsbibliothek Greifswald mit Einführung, Kommentar und Glossar. Bern, 2002. Kultur, Wissenschaft, Literatur. Beiträge zur Mittelalterforschung 1.

    R.-A. Blondeau, ‘Het medisch bedrijf in de Nederlanden ten tijde van keizer Karel V. De medicus Gemma Frisius als eerste aanhanger van Copernicus in de Nederlanden’. In: Geschiedenis der Geneeskunde 8 (2002), 295-303.

    D.E.H. de Boer, ‘Astrologie, alchemie, navigatio. Kennis in de Middelnederlandse literatuur’. In: Roest. Tijdschrift voor geschiedenis en cultuur 13 (2002), 54-57. [Recensie van: E. Huizenga, O.S.H. Lie, en L.M. Veltman (ed.), Een wereld van kennis. Bloemlezing van de Middelnederlandse artesliteratuur. Hilversum, 2002. Artesliteratuur in de Nederlanden 1.]

    K. Bostoen, ‘Blijf met je tengels van mijn vrouw af en laat mijn dienstmeisje met rust! Genoegens en zorgen van een Nederlandse koopman in Venetië in de tweede helft van de vijftiende eeuw [Recensie van: J. de Bruijn-van der Helm, F. van Buuren, M. van Donkelaar, G. Gerritsen-Geywitz en O. Lie (ed.), in samenwerking met R. Jansen-Sieben en J. van Aelst, Een koopman in Venetië. Een Italiaans-Nederlands gespreksboekje uit de late Middeleeuwen. Hilversum, 2001. Middelnederlandse tekstedities 6].’ In: Queeste. Tijdschrift over middeleeuwse letterkunde in de Nederlanden 9 (2002), 77-82.

    M. Bougard (ed.), Alchemy, Chemistry and Pharmacy. Proceedings of the XXth International Congress of History of Science (Liège, 20-26 July 1997). Vol. 18. Turnhout, 2002. De Diversis Artibus 61 (NS 24).

    N. Bouloux, Culture et savoirs géographiques en Italie au XIVe siècle. Turnhout, 2002.

    A. Bovey, Monsters & Grotesques in Medieval Manuscripts. Toronto, 2002.

    G. Claassens, ‘[Recensie van: E. Huizenga, O.S.H. Lie, en L.M. Veltman (ed.), Een wereld van kennis. Bloemlezing van de Middelnederlandse artes-literatuur. Hilversum, 2002. Artesliteratuur in de Nederlanden 1.]’. In: Leuvense Bijdragen 91 (2002), Kroniek, nr. 2, p. 501-503.

    K. de Coene, ‘Mijn wijsheid in een boek. Over het verzamelen van kennis’. In: Meesterlijke Middeleeuwen. Miniaturen van Karel de Grote tot Karel de Stoute, 800-1475. [Catalogus bij de gelijknamige tentoonstelling in Leuven.] Zwolle/Leuven, 2002, 77-87.
    Betreft met name de Middeleeuwse encyclopedische traditie, de psychologische drijfveren achter het verzamelen van wetenschappelijke kennis en de vorming van (wetenschappelijke) collecties in middeleeuwse bibliotheken.

    S. Corbellini, ‘Antwerpen ontmoet Venetië [Recensie van: J. de Bruijn-van der Helm, F. van Buuren, M. van Donkelaar, G. Gerritsen-Geywitz en O. Lie (ed.), in samenwerking met R. Jansen-Sieben en J. van Aelst, Een koopman in Venetië. Een Italiaans-Nederlands gespreksboekje uit de late Middeleeuwen. Hilversum, 2001. Middelnederlandse tekstedities 6].’ In: Madoc. Tijdschrift over de Middeleeuwen 16 (2002), 109-111.

    F.I.W.M. van Dam, Van den warmen baden… wat crachte dat sy hebben / ende wie man sy gebrucken sal. Een poging tot reconstructie van een zestiende-eeuwse kuurrreis. Vijf kuurreisgidsen onderzocht. [Ongepubliceerde doctoraalscriptie.] Utrecht, 2002.

    F. Dominguez Reboiras, P. Vittalba-Varneda en P. Walter (ed.), Arbor scientiae. Der Baum des Wissens von Ramon Llull. Akten des Internationalen Kongresses aus Anlass des 40-jährigen Jubiläums des Raimundus-Llullus-Instituts der Universität Freiburg, 29. September – 2. Oktober 1996. Turnhout, 2002. Instrumenta patristica et mediaevalia 42. Subsidia Llulliana 1.

    B.S. Eastwood, The Revival of Planetary Astronomy in Carolingian and Post-Carolingian Europe. Aldershot, 2002. Variorum Collected Studies Series 729.

    S. Eisner (ed.), A Treatise On The Astrolabe. Norman, 2002. Variorum Edition of The Works Of Geoffrey Chaucer 6, pt. 1.

    J. R. Enterline, Erikson, Eskimos & Columbus. Medieval European Knowledge of America. Baltimore, 2002.

    L. García-Ballester, Galen and Galenism. Theory and Medical Practice from Antiquity to the European Renaissance. Ed. J. Arrizabalaga, M. Cabré, L. Cifuentes en F. Salmón. Aldershot, 2002. Variorum Collected Studies Series 710.

    M. Gibson, Demons, Aliens and Exorcists. A History of Magic, Superstition and Witchcraft. Stroud, [verschijnt februari 2002].

    A. van Gijsen, ‘[Recensie van: V. Fraeters, Gods gouden thesaurus. Het Middelnederlandse handschrift Wenen, ÖNB, 2372 in de alchemistische traditie. Leuven, 1999. Antwerpse Studies over Nederlandse Literatuurgeschiedenis 3.]’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde 118 (2002), website: www.leidenuniv.nl/host/mnl/tntl, Web 102-105.

    S. Giralt, ‘The Consilia attributed to Arnau de Vilanova’. In: Early Science and Medicine 7 (2002), 311-356.
    Lang, maar interessant artikel over de beschrijving van praktijkgevallen (consilia) in het werk van de arts Arnoldus de Villanova (tweede helft dertiende eeuw).

    K. Grol, ‘Een wereld van verschil?’. In: Nednr. Tijdschrift Nedwerk Alumnivereniging van Utrechtse neerlandici 7 (2002), 32-33. [Recensie van: E. Huizenga, O.S.H. Lie en L.M. Veltman (ed.), Een wereld van kennis. Bloemlezing uit de Middelnederlandse artesliteratuur. Hilversum, 2002. Artesliteratuur in de Nederlanden 1.]

    C. Grössinger, Humour and Folly in Secular and Profane Prints. Turnhout, 2002. Studies in Medieval and Early Renaissance Art History 35.

    S. Hackethal, ‘Der Beitrag bildender Künstler zur Entwicklung der Zoologie im ausgehenden 16. Jahrhundert’. In: M. Folkerts, S. Kirschner en A. Kühne (ed.), Pratum floridum. Festschrift für Brigitte Hoppe. Augsburg, 2002, 97-106. Algorismus. Studien zur Geschichte der Mathematik und der Naturwissenschaften herausgegeben von Menso Folkerts 38. Münchner Universitätsschriften.

    R. van Hee, ‘The Evolution of Surgery in the Low Countries During the Sixteenth Century’. In: Sartoniana 15 (2002), p. 97-153.
    Hoewel niet direct betrekking hebbend op de Middeleeuwen, toch van groot belang vanwege de zeer rijke inhoud en overvloedig illustratiemateriaal.

    K. Heene, ‘Vrouwen en mobiliteit in de Nederlanden. Een verkenning in Mediolatijnse teksten’. In: Queeste. Tijdschrift over middeleeuwse letterkunde in de Nederlanden 9 (2002), 19-37.

    R. Herz, Die “Reise ins gelobte Land” Hans Tuchers des Älteren (1479-1480). Untersuchungen zur Überlieferung und kritische Edition eines spätmittelalterlichen Reiseberichts. Wiesbaden, 2002. Wissensliteratur im Mittelalter 38.

    H.F.J. Horstmanshoff, A.M. Luyendijk-Elshout en F.G. Schlesinger (ed., vert. en comm.), The Four Seasons of Human Life. Four Ananymous Engravings from the Trent Collection. Rotterdam [etc.], 2002. Panthaleon Reeks 32. [Met CD-rom.]
    Aan de hand van vier unieke kopergravures waarin de vier jaargetijden in het leven van de mens zijn verbeeld, wordt een fascinerende analyse gegeven van de geneeskunde, astronomie, astrologie, meteorologie en alchemie tot in de zeventiende eeuw. De schitterende CR-rom laat prachtig de complexiteit van de gravures (waar sommige details bestaan uit tot wel twaalf uitklapbare lagen papier) uitkomen.

    E. Huizenga en J. Reynaert, ‘De Middelnederlandse vertalingen van de Chirurgia magna van Lanfranc van Milaan. Een vergelijkende editie van de preliminaire hoofdstukken’. In: Verslagen en Mededelingen van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde (2002), 57-197.

    E. Huizenga, ‘“Menegherande wijshede angaende surgijne ende medecine”. Over een bijzondere deeloverlevering van Jan Ypermans Cyrurgie.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde 118 (2002), 97-129.

    E. Huizenga, O.S.H. Lie, en L.M. Veltman (ed.), Een wereld van kennis. Bloemlezing van de Middelnederlandse artes-literatuur. Hilversum, 2002. Artesliteratuur in de Nederlanden 1.
    Eerste publicatie van de WEMAL. Inhoud:

    • E. Huizenga, O.S.H. Lie en L.M. Veltman, ‘Een wereld van kennis’, 11-36;

    • B. van der Have, ‘Taalonderwijs: vier triviumteksten’, 37-62;

    • A. van Gijsen, ‘Tussen tijd en ruimte. De chronologie in de Middelnederlandse Ashendenvertaling’, 63-83;

    • L.M. Veltman, Een astrologisch traktaat voor een adellijke dame. Aleid van Zandenburg en de Berlijnse codex mgq 1404’, 85-105;

    • V. Fraeters, ‘«Leringhe van alkemien». Een berijmde appendix bij de Middelnederlandse prozavertaling van Tabula chemica’, 107-132;

    • H. van Dijk, ‘Lezend reizen. Joos van Ghistele op bezoek bij de sultan van Kaïro’, 133-145;

    • C. Muusers, ‘«Ende dienet ter tafelen». Culinaire recepten uit de Middeleeuwen’, 146-167;

    • E. Huizenga, ‘«Twerc der handen makende sontheyt». Willem van den Egher tussen ganzenveer en scalpel’, 169-194;

    • O.S.H. Lie, ‘Verborgen kennis in de Middeleeuwen. De magische recepten van het Hattemse handschrift C 5’, 195-215;

    • S. Bogaart en M. van der Voort, ‘De beschrijvingen van slangen in Van den proprieteyten der dinghen’, 217-234.

    E. Huizenga, ‘Maerlant? Alweer Maerlant?’ [Recensie van: M. van der Voort, Dat seste boec van serpenten. Een onderzoek naar en een uitgave van boek VI van Jacob van Maerlants «Der naturen bloeme». Hilversum, 2001. Middeleeuwse Studies en Bronnen 75]. In: Literatuur. Tijdschrift over Nederlandse letterkunde 19 (2002), 38-40.

    J. Jacoby, ‘Die Übergießung mit Wasser – Hydrotherapeutische Vorschriften im Spätmittelalter’. In: Sudhoffs Archiv. Zeitschrift für Wissenschaftsgeschichte 86 (2002), 54-68.

    R. Jansen-Sieben, [Recensie van: H.F.J. Horstmanshoff, A.M. Luyendijk-Elshout, F.G. Schlesinger e.a. (ed., vert. en comm.), The Four Seasons of Human Life. Four Ananymous Engravings from the Trent Collection. Rotterdam [etc.], 2002. Panthaleon Reeks 32. (Met CD-rom.)]. In: Scientiarum Historia 28 (2002), 110-111.

    J. Janssens en D. de Smet (ed.), Avicenna and his Heritage. Acts of the International Colloquium. Leuven & Louvain-la-Neuve, September 8-11-1999. Leuven, 2002. Ancient and medieval philosophy. Series 1 / Université catholique de Louvain. Institut supérieur de philosophie. Centre De Wulf-Mansion 28.

    T.S. Jones en D.A. Sprunger (ed), Marvels, Monsters, and Miracles. Studies in the Mediaeval and Early Modern Imaginations. A festschrift in honor of John Block Friedman. Kalamazoo, 2002. Studies in Medieval Culture 42. 

    T.S. Jones en D.A. Sprunger (ed.), Marvels, Monsters, and Miracles. Studies in the Medieval and Early Modern Imaginations. Kalamazoo, Michigan, 2002. Studies in Medieval Culture 42.

    E. de Jong en W. Mulder, Vrouwen in de heelkunde. Een cultuurhistorische beschouwing. Diss. Amsterdam, 2002.
    Interessant voor WEMAL-leden is vooral hoofdstuk III: ‘Vrouwelijke genezers: van de middeleeuwen tot in de 18e eeuw’.

    G. Keil, ‘Roger Frugardi und die Tradition langobardischer Chirurgie’. In: Sudhoffs Archiv. Zeitschrift für Wissenschaftsgeschichte 86 (2002), 1-26.

    N. Klunder, ‘Schrijvende artsen, astrologen en koks’. In: Literatuur. Tijdschrift over Nederlandse letterkunde 19 (2002), 300-302. [Recensie van: E. Huizenga, O.S.H. Lie en L.M. Veltman (ed.), Een wereld van kennis. Bloemlezing uit de Middelnederlandse artesliteratuur. Hilversum, 2002. Artesliteratuur in de Nederlanden 1.]

    B.-A. Lamberg en H. Solin, ‘The Thyroid gland in Anothomia Mundini and in the Commentaria of Berengarius’. In: Sudhoffs Archiv. Zeitschrift für wissenschaftsgeschichte 86 (2002), p. 171-180.
    Gecompliceerd en erg technisch maar boeiend artikel over de anatomie van de schildklier (‘thyroid gland’) en de nek in laatmiddeleeuwse anatomische werken.

    K. van ’t Land, Een heet, dierlijk wezen. Betekenis en beleving van pijn binnen verschillende natuuropvattingen in laatmiddeleeuwse chirurgieën. Scriptie KU Nijmegen. Nijmegen, 2002.
    Betreft weliswaar ongepubliceerde scriptie, maar behandelt zeer gestructureerd en grondig een belangrijk aspect van de Middelnederlandse chirurgieën. Voor een exemplaar kan men contact opnemen met de auteur: Katholieke Universiteit Nijmegen / Erasmusgebouw, k. 10.16 / 024-3612178 / K.vantLand@let.kun.nl

    C.D. Lanham (ed.), Latin Grammar and Rhetoric. From Classical Theory to Medieval Practice. London [etc.], 2002. 

    C. Leijenhorst, C. Lüthy en J.M.M.H. Thijssen (ed.), The Dynamics of Aristotelian Natural Philosophy from antiquity to the Seventeenth Century. Leiden, 2002. Medieval and Early Modern Science 5.
    Hoewel geen gemakkelijk onderwerp, toch van belang als achtergrond bij de volkstalige artesliteratuur.

    R. Leng, Ars Belli. Deutsche taktische und kriegstechnische Bilderhandschriften und Traktate im 15. und 16. Jahrhundert. 2 Dln. Dl. 1: Entstehung und Entwicklung. Dl. 2: Beschreibung der Handschriften. Wiesbaden, 2002. Imagines medii aevi 12.

    I. Maclean, Logic, Signs and Nature in the Renaissance. The Case of Learned Medicine. Cambridge, 2002. Ideas in Context 62.

    A.H.H.M. Mathijsen, ‘Beoefening van de geschiedenis der diergeneeskunde’. In: Geschiedenis der Geneeskunde 8 (2002), 196-207. Themanummer: ‘De geschiedenis van de diergeneeskunde (eerste deel).’

    N.J. Mayhew en P. R. Schofield (ed.), Credit and Debt in Medieval England c.1180 - c.1350. Oxford, 2002.

    W. Metzger, Handel und Handwerk des Mittelalters im Spiegel der Buchmalerei. Graz, 2002.

    J. Muendel, ‘The Manufacture of the skullcap (cervelliera) in the Florentine Countryside During the Age of Dante and the Problem of Identifying Michael Scot as its Inventor’. In: Early Science and Medicine. A Journal for the Study of Science, Technology and Medicine in the Pre-Modern Period 7 (2002), 93-120.
    Bespreekt o.a. metallurgie en de vervaardiging van metalen beschermende schedelkappen, en de rol van Michael Scotus, hofastroloog van Frederik II, daarin.

    H.M. Nobis en B. Fritscher, ‘Mittelalterlich-scholastische Wurzeln der Mineralogie Georgius Agricolas. Ein Beitrag zur Geistesgeschichte der Geowissenschaften der frühen Neuzeit’. In: M. Folkerts, S. Kirschner en A. Kühne (ed.), Pratum floridum. Festschrift für Brigitte Hoppe. Augsburg, 2002, 325-358. Algorismus. Studien zur Geschichte der Mathematik und der Naturwissenschaften herausgegeben von Menso Folkerts 38. Münchner Universitätsschriften.

    A. van Oppenraay, ‘Schrijvers, scribae en serpenten: ‘herpetologie’ in de middeleeuwse volkstaal [Recensie van: M. van der Voort, Dat seste boec van serpenten. Een onderzoek naar en een uitgave van boek VI van Jacob van Maerlants “Der naturen bloeme”. Diss. Leiden. Hilversum, 2001. Middeleeuwse Studies en Bronnen 75.].’ In: Queeste. Tijdschrift over middeleeuwse letterkunde in de Nederlanden 9 (2002), 67-71.

    M. Osborn, Time and the Astrolabe in The Canterbury Tales. Norman, 2002. Science and Culture 5.

    S. Page, Astrology in Medieval Manuscripts. Toronto, 2002.

    H. Pleij, Van karmijn, blauw en purper. Over kleuren van de Middeleeuwen en daarna. Amsterdam, 2002.

    D. Schelletter, A. Rappert en G. Keil, ‘Aphorismen zur Arzneiform “Salbe” unter besonderer Berücksichtigung chirurgischer Fachprosa des deutschen Mittelalters’. In: M. Folkerts, S. Kirschner en A. Kühne (ed.), Pratum floridum. Festschrift für Brigitte Hoppe. Augsburg, 2002, 369-403. Algorismus. Studien zur Geschichte der Mathematik und der Naturwissenschaften herausgegeben von Menso Folkerts 38. Münchner Universitätsschriften.
    Betrekt in beschouwing ook Middelnederlandse bronnen; met zeer uitvoerige literatuurlijst. Te beschouwen als complementair bij Crone/Rappert/Keil 2003 (zie hierboven).

    M. Schoonderwoerd, ‘[Recensie van: B. Baert en V. Fraeters, Aan de vruchten kent men de boom. De boom in tekst en beeld in de middeleeuwse Nederlanden. Leuven, 2001. Symbolae Facultatis Litterarum Lovaniensis. Series B, 25]’. In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde 118 (2002), website: www.leidenuniv.nl/host/mnl/tntl, Web 158-160.

    F. Simmler (ed.), Textsorten deutscher Prosa vom 12./13. bis 18. Jahrhundert und ihre Merkmale. Akten zum Internationalen Kongress in Berlin 20. bis 22. September 1999. Bern [etc.], 2002. Jahrbuch für Internationale Germanistik, Reihe A, Kongressberichte 67.
    Bevat ook belangrijke artikelen over artesliteratuur in de germanistiek, o.a. over kookboeken en recepten, kruidenboeken, kalenders en almanakken, en (Duitse) grammatica’s en woordenboeken. Titels daarvan:

    • T. Gloning, ‘Textgebrauch und sprachliche Gestalt älterer deutscher Kochrezepte (1350-1800). Ergebnisse und Aufgaben’, p. 517-550.

    • M. Habermann, ‘Kräuterbücher im Wandel. Untersuchungen zur Textorganisation an ausgewählten Werken des 15. bis 18. Jahrhunderts’, p. 551-571.

    • H. Meise, ‘Der «Schreibkalender» als Textsorte. Konstutitionsbedingungen und Strukturmerkmale frühneuzeitliche Kalenderaufzeichnungen’, p. 573-587.

    • A. Greule, ‘Die Textsortengruppe «Sprachratgeber»’, p. 589-601.

    C. Strijbosch, ‘Van kosmos tot keuken’. In: De Volkskrant 7 juni 2002, Cicero, 30. [Recensie van: E. Huizenga, O.S.H. Lie en L.M. Veltman (ed.), Een wereld van kennis. Bloemlezing uit de Middelnederlandse artesliteratuur. Hilversum, 2002. Artesliteratuur in de Nederlanden 1.]

    M. Teeuwen, Harmony and the Music of the Spheres.The Ars Musica in Ninth-century Commentaries on Martianus Capella. Leiden, 2002. Mittellateinische Studien und Texte 30.

    M. Thiery, ‘Trotula: Magistra Salernitana (11de eeuw) en auteur van een traktaat over de vrouwenziekten’. In: Scientiarum Historia 28 (2002), 93-107.
    Beschrijft vooral de persoon van Trotula. Opvallend is dat dé standaardeditie van het werk van Trotula van Monica Green uit 2001 (zie hierboven in deze lijst) zelfs niet genoemd wordt, laat staan gebruikt.

    C. Tuczay, ‘Die Kunst der Kristallomantie und ihre Darstellung in deutschen Texten des Mittelalters’. In: Mediaevistik. Internationale Zeitschrift für interdisziplinäre Mittelalterforschung 15 (2002), p. 31-50.
    Over de volkstalige (l. Duitse) receptie van teksten over de kristallomantie, dat wil zeggen: waarzegkunst aan de hand van kristallen.

    J. Tulkens (ed.), Nicolaes Cleynaerts 1493-1542: de merkwaardige reisavonturen van een 16de-eeuwse humanist, arabist en islamdeskundige. Leuven, 2002.

    E. Ulivi, Benedetto da Firenze (1429-1479). Un maestro d'abaco del XV secolo (con documenti inediti e con un'Appendice su abacisti e scuole d'abaco a Firenze nei secoli XIII-XVI). Pisa [etc.], 2002. Bollettino di storia della scienze matamatiche 22, no. 1.

    L. Vañková, J.G. Mayer en G. Keil, ‘“Von unrechten wachen”. Ein spätmittelalterliches Schlafkapitel aus dem “Olmützer medizinischen Kompendium”’. In: Scientiarum Historia 28 (2002), 23-29.

    P. Vinken, ‘A heart was not intended’. In: Scientiarum Historia 28 (2002), 3-21.
    Over de vorm en de anatomie van het hart in de medische literatuur van de klassieke periode en de Middeleeuwen. Met veel afbeeldingen, ook in kleur.

    G.N.M. Vis, ‘Medicijnen en muziek. Egmondse kloosterrekeningen uit de zestiende eeuw als bron voor medische geschiedenis en muziekgeschiedenis in het noorden van Holland’. In: G.N.M. Vis (red.), De abdij van Egmond. Geschreven en beschreven. Hilversum, 2002, z.p. Egmondse Studiën 4.

    J. Vrebos, ‘De “écorché”: een typisch anatomisch dissectiebeeld uit de Middeleeuwen en de Renaissance’. In: Geschiedenis der Geneeskunde 8 (2002), 326-330.
    Met écorché wordt hier bedoeld: het zodanig ontleden van een lijk, dat de huid er in z’n geheel afgestroopt kan worden, en bewaard voor anatomische studie. Het artikel gaat in op enkele van de spaarzame afbeeldingen uit de Middeleeuwen en Renaissance, waarin zo’n afgestroopte huid wordt getoond.

    J. Vrebos, ‘De eerste klinische homotransplantatie van een lidmaat of het wonder van het zwarte been’. In: Geschiedenis der Geneeskunde 8 (2002), 114-121.
    Betreft beschrijving van beenamputatie door geneeskundige-heiligen Cosmas en Damianus in Legenda aurea; rijk geïllustreerd.

    J.P. Westgeest, ‘[Recensie van: M. van der Voort, Dat seste boec van serpenten. Een onderzoek naar en een uitgave van boek VI van Jacob van Maerlants “Der naturen bloeme”. Diss. Leiden. Hilversum, 2001. Middeleeuwse Studies en Bronnen 75].’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde 118 (2002), website: www.leidenuniv.nl/host/mnl/tntl, Web 98-102.

    J.M. van Winter, ‘The Low Countries in the Fifteenth and Sixteenth Centuries’. In: M. Weiss Adamson (ed.), Regional Cuisines of Medieval Europe. A Book of Essays. New York [etc.], 2002, 197-214.

    N.Y. Wu (ed.), Ad Quadratum. The Practical Application of Geometry in Medieval Architecture. Aldershot, 2002.

    N.Y. Wu (ed.), Ad Quadratum. The practical Application of Geometry in Medieval Architecture. Aldershot, 2002. Avista. Studies in the History of Medieval Technology, Science and Art.
    Uit de catalogus van Ashgate (2003): ‘Considering practical geometry and how it may have been applied in the design of medieval architecture, these 11 papers by an international team of contributors, together with an introduction by Eric Fernie, present an up-to-date look at the latest scholarship covering an area from Carolingian Germany and Romanesque Italy to Crusader Cyprus and gothic France. Figures largely generated by computer-assisted design (CAD) programs illustrate the applications of geometry and metrology, using new technology to overcome the limitations of earlier analysis of plans. These papers present the current state of thinking on the uses of geometry in medieval architecture, providing essential reading to historians of art, history, and science in the Middle Ages.’

    R. Zanderink, ‘De laag-bij-de-grondse én verheffende werking van de alruin (deel 1). Een overzicht van de geschiedenis van zowel de Europese alruin als de Amerikaanse mandrake’. In: Geschiedenis der Geneeskunde 8 (2002), 304-315.
    Met veel afbeeldingen, zowel in zwart-wit als in kleur.

    R. Zanderink, ‘De laag-bij-de-grondse én verheffende werking van de alruin (deel 2). Een overzicht van de geschiedenis van zowel de Europese alruin als de Amerikaanse mandrake’. In: GdG 8 (2002), 331-340.
    Opnieuw met veel afbeeldingen, zowel in zwart-wit als in kleur. Vervolg op deel 1 (zie W-mail 3 (2002), nr. 2, p. 22).

    2003

    A. Baggiani Cases en A.M. Saludes i Amat (vert. en ed.), Ramon Llull, «Doctrina pueril». Met introd. door G. Flores d’Arcais. Pisa, 2003.

    B. Bakhouche, B. Fauquier en F. Pérez-Jean (ed.), Picatrix. Un traité de magie médiéval. Turnhout, 2003. Miroir du Moyen Âge.
    Editie van een belangrijk middeleeuws magisch traktaat. Begeleidende tekst van de uitgever: ‘L’ouvrage expose les connaissances de toute nature indispensables à qui veut agir sur le monde et les hommes: fabrication des talismans, exploitation de tous les règnes - minéral, animal et végétal -, prières aux planètes, données astrologiques, physiques et philosophiques. La pratique magique s’inscrit ainsi dans un cadre philosophico-religieux très particulier où l’hermétisme et le néoplatonisme sont associés à l’orthodoxie religieuse. Le Picatrix illustre parfaitement l’idée selon laquelle la magie n’est pas seulement un reflet de la science, mais se présente aussi comme un système complet, une méthode de pensée, de croyance et de savoir. Il a exercé une profonde et durable influence au Moyen Age et à la Renaissance.

    K.H. Bartels, ‘Exotica et Transmarina: Arzneidrogen-Handel und Apotheke in Mmittelalter und früher Neuzeit’. In: C. Friedrich en S. Bernschneider-Reif (ed.), m.m.v. D. Schierhorn, Rosarium Litterarum. Beiträge zur Pharmazie- und Wissenschaftsgeschichte. Festschrift für Peter Dilg zum 65. Geburtstag. Eschborn, 2003, 33-48.

    A. Bergmann, ‘“Sextarius apud arabes” quid? Beitrag zur lateinischen Lexikographie der mittelalterlichen Heilkunde’. In: C. Friedrich en S. Bernschneider-Reif (ed.), m.m.v. D. Schierhorn, Rosarium Litterarum. Beiträge zur Pharmazie- und Wissenschaftsgeschichte. Festschrift für Peter Dilg zum 65. Geburtstag. Eschborn, 2003, 49-66.

    J.-C. Berthet, La raison des jeux. Jeux et sports dans la littérature narrative française du Moyen Âge (des origines au XIIIe siècle). Diss. Grenoble, 2003. [Bespreking door auteur in Perspectives Médiévales 29 (2004), p. 73-77.]

    D. Birkholz, The King’s Two Maps. Carthography and Culture in Thirteenth-Century England. Londen, 2003. Studies in Medieval History and Culture: Outstanding Dissertations.
    Uit de begeleidende tekst van de aanbiedingsbrochure: ‘(…) this book traces the map’s early development into an emblem of the state, and charts the social and cultural implications of this phenomenon. Instead of presenting a sequence of medieval mapping metaphors, Daniel Birkholz offers an account of the ways in which medieval cartographic discourse itself produces its artefacts, and so produces cultural meaning. This book chronicles the specific technologies, material and epistemological, by which the map – a peculiar artefact, part image and part treatise – shows itself capable of accessing, organizing and reorienting a tremendous range of information.’

    W.L. Braekman, ‘Een anonieme middeleeuwse alchemist-goudmaker aan het werk (ca. 1500)’. In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde (2003), p. 97-139.
    Betreft editie van 34 korte alchemistische Middelnederlandse prozateksten in handschrift Londen, British Library, Sloane 1416, fol. 172-185v. Met zeer goed glossarium van technische termen (p. 131-138), dat niet alleen de complexe alchemistische inhoud van de teksten ontsluit, maar ook treffend opnieuw laat zien hoeveel deze teksten kunnen bijdragen aan onze kennis van de woordenschat van het Middelnederlands: ruim een derde van de lemma’s ontbreekt in het MNW in deze betekenis of zelfs geheel.

    W.L. Braekman, ‘Een vrouw zo mooi als een paard: kenmerken van een goed paard en van een “schoone vrouwe”’. In: Jaarboek van de Koninklijke Soevereine Hoofdkamer van Retorica “De Fonteine” te Gent, 53-54 (2003-2004), tweede reeks nr. 45-46, p. 137-170.
    Met de bijzondere tekst De properheden vanden perden in handschrift Brussel, Koninklijke Bibliotheek, 837-845 uit 1433 als uitgangspunt, wordt de gelegenheid benut om te komen tot, aldus de inleiding, ‘een verkenning van een aspect van de cultuurgeschiedenis dat ons, na allerlei omwegen, ten slotte zal brengen bij de eeuwenoude strijd tussen de seksen en de vraag naar de plaats van de vrouw in de hiërarchie van de schepping’.

    W.L. Braekman, ‘Maijcken Jacquets’ verzameling medische recepten (16de E.)’. In: Verslagen en Mededelingen van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde (2003), nr. 3, p. 391-433.
    Editie van liefst 123 medische recepten in het nog onbekende arteshandschrift Brussel, Oud fonds van het Archief van de Stad Brussel, 829 (2), daterend uit 1582. Met uitvoerig glossarium.

    H. Brinkman en H. Mulder, ‘Recht, historie en schone letteren: het arbeidsterrein van een Gents kopiistencollectief. Hs. Brussel KB 16.762-75 en het Comburgse handschrift’. In: Queeste. Tijdschrift over middeleeuwse letterkunde in de Nederlanden 10 (2003), 27-78.
    Bijzonder lang artikel, dat voor het onderzoek naar de gehele Middelnederlandse schriftcultuur, met inbegrip van de artes, vanwege het grondleggende karakter van nauwelijks te overschatten belang is. Bij verschijnen al klassieke studie naar de werkwijze van een Gents collectief van kopiisten, die niet alleen verantwoordelijk blijken te zijn voor het Comburgse handschrift, één van de belangrijkste Middelnederlandse verzamelhandschriften, maar ook voor een verzamelhandschrift met rechtsteksten. Ragfijne ontrafeling van de werkwijze van de kopiisten, aan de hand van een uiterst zorgvuldige analyse van de genese van de codex.

    S. vanden Broecke, The Limits of Influence. Pico, Louvain, and the Crisis of Renaissance Astrology. Leiden, 2003. Medieval and Early Modern Science 4.

    C. Bruun en A. Saastamoinen (ed.), Technology, Ideology, Water. From Frontinus to the Renaissance and Beyond. Papers from a Conference at the Institutum Romanum Finlandiae, May 19-20, 2000. Rome, 2003.

    S. Bunsmann-Hopf, Zur Sprache in Kochbüchern des späten Mittelalters und der frühen Neuzeit – ein fachkundliches Wörterbuch. Würzburg, 2003. Würzburger medizinhistorische Forschungen 80.
    Biedt in meer dan 2400 lemmata schat aan informatie met betrekking tot terminologie, herkomst daarvan, en bronnenontsluiting van laatmiddeleeuwse Duitse kookboeken.

    A. Carmichael, ‘Plague and more plagues (Review Essay)’. In: Early Science and Medicine 8 (2003), nr. 3, p. 253-266.
    Bespreekt literatuur op het gebied van de pest en andere plagen vanaf de veertiende eeuw tot in de Renaissance.

    P. de Clerq, ‘[Recensie van: H.F.J. Horstmanshoff, A.M. Luyendijk-Elshout, F.G. Schlesinger e.a. (ed., vert. en comm.), The Four Seasons of Human Life. Four Anonymous Engravings from the Trent Collection. Rotterdam [etc.], 2002. Panthaleon Reeks 32. (Met CD-rom.); zie W-mail 3 (2002), nr. 2, p. 19]’. In: Gewina. Tijdschrift voor de Geschiedenis der Geneeskunde, Natuurwetenschappen, Wiskunde en Techniek 26 (2003), nr. 2, p. 120.

    S.K. Cohn, The Black Death Transformed. Disease and Culture in Early Renaissance Europe. New York, 2003.
    Een uitvoerige recensie van dit boek door Luke Demaitre is te vinden op de website van The Medieval Review: www.hti.umich.edu/t/tmr/, jaar 2003.

    S.K. Cohn, The Black Death Transformed. Disease and Culture in Early Renaissance Europe. New York, 2003.

    S. Corbellini, ‘[recensie van: J. de Bruijn-van der Helm, F. van Buuren, M. van Donkelaar, G. Gerritsen-Geywitz en O. Lie (ed.), in samenwerking met R. Jansen-Sieben en J. van Aelst, Een koopman in Venetië. Een Italiaans-Nederlands gespreksboekje uit de late Middeleeuwen. Hilversum, 2001. Middelnederlandse tekstedities 6]’. In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde 119 (2003), 2, website: www.leidenuniv.nl/host/mnl/tntl, Web p. 54.]

    C. Crisciani en A.P. Bagliani (ed.), Alchimia e medicina nel Medioevo. Florence [etc.], 2003. Micrologus’ Library 9.
    Belangrijke maar moeilijk toegankelijke bundel over de wisselwerking van twee belangrijke artesgebieden door enkele van de grootste specialisten. De meeste bijdragen zijn in het Italiaans, maar daarnaast zijn er ook enkele in het Frans en is er één in het Engels. Overzicht van de inhoud:

    • B. Cavarra, ‘Alchimia e medicina nei testi bizantini’, p. 1-18;

    • P. Carusi, ‘Il filosofo e il marinaio. Alchimia islamica e medicina alle prese con la natura’, p. 19-32;

    • A.P. Bagliani, ‘Ruggero Baccone e l’alchimia di lunga vita. Riflessioni sui testi’, p. 33-54;

    • M.R. McVaugh, ‘Alchemy in the Chirurgia of Teodorico Borgognoni’, p. 55-76;

    • M. Pereira, ‘L’alchimista come medico perfetto nel Testamentum pseudolulliano’, p. 77-108;

    • P. Barthélemy, ‘Les liens entre alchimie et médicine. L’exemple de Guillaume Sedacer’, p. 109-134;

    • C. Crisciani, ‘Artefici sensati: experientia e sensi in alchimia e chirurgia (secc. XIII-XIV)’, p. 135-160;

    • G. Zanier, ‘Procedimenti farmacologici e pratiche chemioterapeutiche nel De consideratione quintae essentiae’, p. 161-176;

    • A. Calvet, ‘À la recherche de la médicine universelle. Questions sur l’élixir et la thériaque au 14e siècle’, p. 177-216;

    • C. Crisciani, ‘Il farmaco d’oro. Alcuni testi tra i secoli XIV e XV’, p. 217-246;

    • D. Jacquart, ‘Calcus et pierres’, p. 247-264;

    • D. Kahn, ‘Recherches sur le Livre attribué au pétendu Bernard le Trévisan (fin du XVe siècle)’, p. 265-336;

    • A. Scotti, ‘Ipotesi per la creazione di un repertorio digitale relativo alle ricette mediche e alchemiche’, p. 337-370;

    • F. Abbri, ‘Conclusioni’, p. 371-378.

    Samenvattingen van de artikelen (in het Frans) zijn te vinden op: www.sismelfirenze.it/micrologus/Pubblicazioni/library/

    C. Crone, A. Rappert en G. Keil, ‘Arzneiöle als formbestimmendes Element in der chirurgischen Fachliteratur des Spätmittelalters’. In: C. Friedrich en S. Bernschneider-Reif (ed.), m.m.v. D. Schierhorn, Rosarium Litterarum. Beiträge zur Pharmazie- und Wissenschaftsgeschichte. Festschrift für Peter Dilg zum 65. Geburtstag. Eschborn, 2003, 67-104.
    Over een belangrijk onderdeel van de laatmiddeleeuwse chirurgische praktijk, gebaseerd op Duitse bronnen. Met in bijlagen edities van vier teksten over medicinale oliën.

    K. van Dalen-Oskam en M. Meuwese, ‘Een vreemde vogel in de Meermanno-Rijmbijbel’. In: Millennium. Tijdschrift voor middeleeuwse studies 17 (2003), p. 13-25.
    Over een foutieve afbeelding van de sperwer in Maerlants Rijmbijbel en het afbeelden van jachtvogels in middeleeuwse handschriften.

    P. van Dam en J.M. van Winter (red.), Theorie, praktijk en verbeelding van de vasten. Themanummer Tijdschrift voor Sociale Geschiedenis 29 (2003), 3.
    Over de Middeleeuwse eetcultuur.

    P.J.E.M. van Dam en J.M. van Winter (gastred.), Eetregimes in de Middeleeuwen. Themanummer Tijdschrift voor Sociale Geschiedenis 29 (2003), 4.
    Inhoud:

    • PJ.E.M. van Dam en J.M. van Winter, ‘Theorie en praktijk van eetregimes in de Middeleeuwen’;

    • J. van Moolenbroek, ‘Een monastiek eetregime in de twaalfde en dertiende eeuw. De voorschriften van de cisterciënzer orde en de exempels van Conradus van Eberbach en Caesarius van Heisterbach’;

    • K. Goudriaan, ‘Aan tafel bij de broeders en zusters van het gemene leven’;

    • M. Sherwood-Smith, ‘Vasten en Vraatzucht in preken voor leken. De lessen van de epistel- en evangeliepreken (ca. 1396)’;

    • P.J.E.M. van Dam, ‘Feestvissen en vastenvissen. Culturele, ecologische en economische aspecten van de visconsumptie in de Nederlanden in de Late Middeleeuwen’;

    • P. van Dael, ‘Voer voor wormen en padden. Eten en gegeten worden in laatmiddeleeuwse grafkunst en hellevoorstellingen’.

    Early Science and Medicine. A Journal For the Study of Science, Technology and Medicine in the Pre-Modern Period 8 (2003), no. 4. Themanummer: “The Reception of Aristotle’s Physical Works in the Middle Ages. Essays in Memory of Jozef Brams”.
    In dit themanummer o.a. de volgende artikelen:

    • P. Bakker, ‘Guiral Ot et le mouvement. autour de la question De motu conservée dan sle manuscrit Madrid, Biblioteca Nacional, 4229’, p. 298-319;

    • M. Dunne, ‘Thirteenth and Fourteenth-Century Commentaries on the De Longitudine et breviate vitae’, p. 320-335;

    • G. Galle, ‘Schoilastic Explanations of Why Local Motion Generates Heat’, p. 336-370;

    • J. Hamesse, ‘Les instruments de travail philosophiques médiévaux. Témoins de la réception d’Aristote’, p. 371-386;

    • A. van Oppenraay, ‘The Reception of Aritotle’s History of Animals in the Marginalia of some Latin Manuscripts of Michael Scot’s Arabic-Latin Translation’, p. 387-403.

    M. Elsakkers, ‘Abortion, poisoning, magic and contraception in Eckhardt’s Pactus Legis Salicae’. In: W. Pijnenburg, A. Quak en T. Schoonheim (ed.), Quod Vulgo Dicitur. Studien zum Altniederländischen. Amsterdam, 2003, p. 233-267. Amsterdamer Beiträge zur Älteren Germanistik 57.

    H. van Engen e.a. (red.), Tijd in de Middeleeuwen. Themanummer Madoc 17 (2003), nr. 4.

    Faems, A. ‘[Recensie van: A. Berteloot en D. Hellfaier (ed.), Jacob van Maerlants ‘Der naturen bloeme’ und das Umfeld. Vorläufer – Redaktionen – Rezeption. Münster [etc.]. 2001. Niederlande-Studien 23]’. In: Millennium. Tijdschrift voor middeleeuwse studies 17 (2003), p. 66-70.
    Zie W-mail 3 (2002), nr. 2, p. 17.

    M. Folkerts, Essays on Early Medieval Mathematics. Aldershot, [verschijnt februari 2003]. Variorum Collected Studies Series 751.

    R. French, Medicine Before Science. The Business of Medicine from the Middle Ages to the Enlightenment. Cambridge, 2003.

    R. French, Medicine before Science. The Business of Medicine from the Middle Ages to the Enlightenment. Cambridge, 2003.

    C. Frugoni en W. McCuaig, The Middle Ages on the Bridge of Your Nose. Glasses, Buttons, and Other Medieval Inventions. Columbia, 2003.

    C. Frugoni, Books, Banks, Buttons. And Other Inventions from the Middle Ages. Vert. W. McCuaig. New York. Columbia, 2003. [Vert. uit het Italiaans: Medioevo sul naso. Occhiali, bottoni e altre invenzioni medievali. Laterza, 2001.]
    Bij verschijning licht gewijzigde titel – zie W-mail 4 (2003), 2, p. 18. Schitterend geïllustreerde Engelse vertaling van bijzonder boeiend overzicht van middeleeuwse uitvindingen. Uit een bespreking: ‘This enchanting tale, masterfully recounted by a pre-eminent historian of the Middle Ages, reveals the fertile imagination and extraordinary inventiveness of a period whose legacy to the modern world included not just books, banks, and buttons, but also eyeglasses, playing cards, pasta, table forks, underwear, the mechanical clock, and domesticated cats inside the house.’ In het volgende nummer van W-mail zal een recensie van dit boek worden opgenomen.

    D. Geirnaert, ‘Oudfranse verzen in een Middelnederlands rekeningenboek’. In: Biekorf. West-Vlaams Archief voor Geschiedenis, Archeologie, Taal- en Volkskunde 103 (2003), nr. 3, p. 231-235.
    Kort, maar uit oogpunt van codicologie en receptiegeschiedenis erg interessant stuk, over het voorkomen van Oudfranse verzen uit de Roman de la rose in een rekeningenboek, een puur praktisch handschrift van de veertiende-eeuwse Bruggeling Simon de Rikelike.

    E. Gesbert, ‘Les jardins du Moyen Âge: du XIe au début du XIVe siècle’. In: Cahiers de Civilisation Médiévale 46 (2003), p. 381-408.

    M. Giese, ‘Zur lateinischen Überlieferung von Burgundinos Wein- und Gottfrieds Pelzbuch’. In: Sudhoffs Archiv. Zeitschrift für wissenschaftsgeschichte 87 (2003), p. 221-233.

    A.C. Gow, ‘“Sanguis Naturalis” and “Sanc de Miracle”. Ancient Medicine, “Superstition” and the Metaphysics of Mediaeval Healing Mircles’. In: Sudhoffs Archiv. Zeitschrift für wissenschaftsgeschichte 87 (2003), p. 127-158.
    Over de genezing van oogwonden met behulp van bloed, en de vermenging van geleerde medische kennis en volksgeneeskunde in de Middeleeuwen.

    M. Goyens en W. Verbeke (ed.), The Dawn of the Written Vernacular in Western Europe. Leuven, 2003. Mediaevalia Lovaniensia Series 1, Studia 33.

    D. Groß en M. Reiniger (ed.), Medizin in Geschichte, Philologie und Ethnologie. Festschrift für Gundolf Keil. Würzburg, 2003.
    Belangrijke huldebundel voor Gundolf Keil, één van de grootste kenners van de medische wetenschappen in de Middeleeuwen. Een selectie van de inhoud, gericht op de Middeleeuwen:

    • A.W. Bauer, ‘Die Medizin im Renaissance-Humanismus auf dem Weg von der mittelalterlichen Personalautorität zur neuzeitlichen Sachautorität am Beispiel von botanik, Anatomie und Chirurgie’, p. 11-26;

    • R. Vollmuth en P. Proff, ‘“Dieweil aber das angesicht ein sonderliche zier vnd wolstandt des menschen…”. Anmerkungen zur Frage der Ästhetik in der Mund-Kiefer-Gesichtschirurgie des Mittelalters und der Frühneuzeit’, p. 159-176;

    • C. Weisser, ‘Zur compilationstechnik spätmittelalterlicher Lunar-Autoren. Versuch einer Analyse am Beispiel des Sammellunars aus der Augsburger Handschrift 2o Cod. 67’, p. 177-186;

    • V. Zimmermann, ‘Gesundheit und Krankheit: Zur Rolle der Umwelt in der Geschichte der Medizin’, p. 187-198;

    • W.L. Braekman, ‘Geoffrey of Franconia: His Influence, His Friend Nicolas and the Mysterious Master “Daniel”’, p. 229-244. Over de receptiegeschiedenis van een laatmiddeleeuws traktaat over het planten van zaden, het groeien van bomen, en het verzorgen en plukken van diverse soorten vruchten - met name gericht op Engeland.

    • R. Jansen-Sieben, ‘Het Maagtraktaat van Nicolaus van Goudriaan’, p. 275-288;

    • T. Ehlert en R. Leng, ‘Frühe Koch- und Pulverrezepte aus der Nürnberger Handschrift GNM 3227a (um 1389)’, p. 289-320;

    • V. Nutton, ‘A Translation of Galen’s De substantia virtutum naturalium by Niccolò da Reggio’, p. 321-332.

    A.A. Guardo (ed.), Los pronosticos medicos en la medicina medieval: el Tractatus de crisi et de diebus creticis de Bernardo de Gordonio. Malaga, 2003.
    Editie van belangrijke tekst van de arts Bernard de Gordon. Uit de recensie van J. Dangler in The Medieval Review: ‘Alsonso Guardo demonstrates that Bernard of Gordon's De crisi is fundamental to understanding medieval medical practice, and that it demands future scholarly attention. Gordon’s work illustrates the complex ways in which disease, prognosis, and the body were formulated in the medieval period. His attention to the various factors associated with prognosis, that is, fevers, the non-naturals (forces that affected the body and caused corporeal imbalance, such as customs, habits, and geographical placement), paroxysms, symptoms, and critical days shows the breadth of medieval medicine’s scope, and the range of knowledge that a late medieval physician was expected to possess.

    B.D. Haage, ‘Latein und Volkssprache in der deutschen Artesliteratur des Mittelalters und der Frühen Neuzeit’. In: P. Sture Ureland (ed.), Convergence and Divergence of European Languages. Berlijn, 2003, 81-94. Studies in Eurolinguistics 1.

    J.P. Hogendijk en A.I. Sabra (ed.), The Enterprise of Science in Islam. New Perspectives. Cambridge, Mass., 2003.

    H.L. Houtzager en O.P. Bleker, ‘Anatomie en fysiologie van het foetale hart en de bloedvaten. Overzicht van de theorieën die over deze onderwerpen in de 16de en 17de eeuw zijn ontwikkeld’. In: Geschiedenis der Geneeskunde 9 (2003), nr. 5, p. 294-305.

    H.L. Houtzager, ‘De geneeskundige verzorging in het verleden’. In: Geschiedenis der Geneeskunde 9 (2003), p. 154-161.
    Concentreert zich vooral op de zestiende en zeventiende eeuw; uitbundig geïllustreerd.

    H.L. Houtzager, ‘Stedelijke reglementen en het verloskundig onderwijs in de 17de eeuw’. In: Geschiedenis der Geneeskunde 9 (2003), p. 366-371.

    S. Howard, ‘Imagining the Pain and Peril of Seventeenth-century Childbirth: Travail and Deliverance in the Making of an Early Modern World’. In: Social History of Medicine 16 (2003), p. 367-382.

    E. Huizenga, ‘The Relationship Between Latin and Middle Dutch in the artes-literature during the Late Middle Ages’. In: P. Sture Ureland (ed.), Convergence and Divergence of European Languages. Berlijn, 2003, 57-80. Studies in Eurolinguistics 1.

    E. Huizenga, Tussen autoriteit en empirie. De Middelnederlandse chirurgieën in de veertiende en vijftiende eeuw en hun maatschappelijke context. Hilversum, 2003. Artesliteratuur in de Nederlanden 2.

    R. Jansen-Sieben, ‘[Recensie van: M. Habermann, Deutsche Fachtexte der frühen Neuzeit (zie hierboven)]’. In: Amsterdamer Beiträge zur älteren Germanistik 58 (2003), p. 219-221.

    L. Jefferson (ed.), Wardens' Accounts and Court Minute Books of the Goldsmiths' Mistery of London, 1334-1446. Woodbridge, 2003.
    Over het reilen en zeilen van een belangrijk Londens gilde uit de veertiende eeuw. Uit de recensie van J.T. Rosenthal in The Medieval Review (04.12.27): ‘This vast register, spanning a long century from early Edward III into the middle days of Henry VI, is a treasure trove of information about the internal working of a major urban gild. Its riches lie mostly in tracking the internal demography and finances of the company, in allowing us to trace the company’s concern to maintain its privileged place in the pecking order of crafts and artisans and fraternities, and in our opportunity to peek through some of the windows it opens on chicanery and the realities of doing business in the late medieval world.’

    E. Jorink, ‘Het Boeck der Natuere’. Nederlandse geleerden en de wonderen van Gods Schepping, 1575-1715. Diss. Groningen, 2003.
    Hoewel uit een latere periode, toch heel interessant proefschrift vanwege zowel de overeenkomsten als de verschillen met de wetenschapsbeoefening in de Middeleeuwen.

    G. Keil, ‘Sudhoff and Medical History. The Germanist Medievalist’. In: Scientiarum Historia 29 (2003), nr. 1, p. 67-92.
    Biografisch artikel over één van de belangrijkste pioniers op het gebied van de geschiedenis van de geneeskunde.

    G.R. Keiser, ‘Two Medieval Plague Treatises and Their Afterlife in Early Modern England’. In: Journal of the History of Medicine and Allied Sciences 58 (2003), nr.3, p. 292-324.
    Lang maar interessant artikel over de receptie van twee laatmiddeleeuwse/vroegmoderne pesttraktaten in Engeland, met name in relatie tot religieuze aspecten.

    Joannes de Ketham, Fasciculus medicine houdende in hem dese nauolghende tractaten […]. Vertaald door Petrus Antonianus. Fotografische herdruk van de uitgave door Claes de Grave te Antwerpen uit 1512, ex. Brussel, Koninklijke Bibliotheek van België, II 12.786 A (RP). Brussel, 2003. Academia Regia Belgica Medicinae – Dissertationes – Series Historica 10.
    Prachtige facsimile van een zeer zeldzame Middelnederlandse druk van het werk van deze Ketham, die een belangrijke verzameling teksten op het gebied van de laatmiddeleeuwse chirurgie, complexieënleer, aderlating, iatromathematika, gynaecologie, anatomie, medicijnenbereiding, medische terminologie, uroscopie en pestbestrijding bevat.

    J. Van Keymeulen, M. Adriaen en G. Marechal (ed.), In Der Sieker Dienste. De oudste ambtelijke tekst in het Nederlands. Gent, 2003. [Uitgave van de Vakgroep Nederlandse Taalkunde van de Universiteit Gent en het Algemeen Ziekenhuis Maria Middelares St.-Jozef (Gent)].
    Uit de begeleidende tekst in Neder-l, 0306.b: ‘Het oudste in origineel bewaarde Nederlandstalige ambtelijke stuk is de tekst van de ‘Statuten van de Gentse Leprozerie’ uit 1236. Hij werd meer dan 50 jaar geleden ontdekt door Maurits Gysseling, die er ook de tekstuitgave van verzorgde. In In der Sieker Dienste wordt het handschrift integraal in facsimile (vierkleurendruk) uitgegeven, en parallel daarmee de tekstuitgave van Gysseling en een vertaling in modern Nederlands door Jacques Van Keymeulen. Het boek bevat ook een artikel van Griet Marechal over ‘lepra en leprozen’ in Vlaanderen. In der Sieker Dienste is te verkrijgen in de Gentse stadswinkel (Woodrow Wilsonplein) voor € 5,- en bij Mark Adriaen, AZ Maria Middelares / Sint-Jozef, Kortrijksesteenweg 1026, 9000 Gent, mark.adriaen@azmmsj.be, mits € 7,50 (inclusief verzendingskosten) overgeschreven wordt op rekening 290-0387150-44 met vermelding “Leprozerie”.’

    M.A. Kupfer, The Art of Healing. Painting for the Sick and the Sinner in a Medieval Town. University Park, Pennsylvania, 2003.

    S. Landsberg, The Medieval Garden. Toronto, 2003.

    A.Th. Lantink-Ferguson, ‘A Fifteenth-Century Illustrated Notebook on Rotary Mechanisms’. In: Scientiarum Historia 29 (2003), nr. 1, p. 3-66.
    Zeer lang, maar bijzonder boeiend stuk over een heel bijzondere Latijnse autograaf over tandwielen (vgl. voor een vergelijkbaar onderwerp W-mail, jg. 1, nr. 2). Met prachtige, duidelijke zwart-wit facsimile’s van het hele handschriftje, een editie van de Latijnse tekst en een Engelse vertaling. Uit de samenvatting (p. 13): ‘Codex 5153 * [nl. van de Österreichische Nationalbibliothek, Wenen] is een soort van geïllustreerd notaboek uit de eerste helft van de veertiende eeuw. Het handschrift telt slechts 11 folio’s. Het betreft een uniek exemplaar […]. De auteur genoot een universitaire opleiding […]. De tekst handelt over verschillende soorten tandwielen, hun combinaties en toepassingen. De auteur geeft enkele bijzonder originele voorbeelden. Hij beschrijft en schetst onder meer een zeer vroege toepassing van stoomkracht en neemt een kritische houding aan ten aanzien vanverschillende soorten perpetua mobilia. Zijn tekeningen van diverse vogelvallen, toestellen en eekhoornmolens zijn origineel.’

    W. Lefèvre, J. Renn en U. Schoepflin (ed.), The Power of Images in Early Modern Science. Basel [etc.], 2003. [Zie ook de recensie elders in deze W-mail.]
    Hierin o.a. de volgende, uitvoerig geïllustreerde artikelen:

    • J. Büttner, P. Damerow, J. Renn en M. Schemmel, ‘The Challeging Images of Artillery. Practical Knowledge at the Roots of the Scientific Revolution’, p. 3-27;

    • D. McGee, ‘Ships, Science and the Three Traditions of Early Modern Design’, p. 28-46;

    • P. Galluzzi, ‘Art and Artifice in the Depiction of Renaissance Machines’, p. 47-68;

    • W. Lefèvre, ‘The Limits of Pictures: Cognitive Functions of Images in Practical Mechanics – 1400 to 1600’, p. 69-88;

    • A.-F. Canella, ‘Alchemical Iconography at the Dawn of the Modern Age. The Splendor solis of Salomon Trismosin’, p. 107-116;

    • C. Lüthy, The Invention of Atomist Iconography’, p. 117-138;

    • B.W. Ogilvie, ‘Image and Text in Natural History, 1500-1700’, p. 141-166;

    • A. Ellenius, ‘Notes on the Function of Early Zoological Imagery’, p. 167-180;

    • B. Eastwood en G. Graßhoff, ‘Planetary Diagrams – Descriptions, Models, Theories. From Carolingian Deployments to Copernican Debates’, p. 197-226;

    • A. Angelini, ‘Encyclopaedias and Architecture in the Sixteenth Century’, p. 265-288.

    R. Lemay, ‘Le “Centiloquium” du pseudo-Ptolémée (Abû Ja’far Ahmad ibn Yûsuf) chez quelques grands scolastiques du treizième siècle: Robert Grosseteste – Albert le Grand – Guillaume d’Auvergne’. In: Scientiarum Historia. Driemaandelijks tijdschrift voor de geschiedenis van de geneeskunde, wiskunde en natuurwetenschappen 29 (2003), p. 133-146.

    S.J. Linden (ed.), The Alchemy Reader. From Hermes Trismegistus to Isaac Newton. Cambridge, 2003.
    Verzameling van primaire bronnen op het gebied van de alchemie, met aandacht voor het interdisciplinaire karakter van de alchemistische denkwijze, de relatie met de geneeskunde, filosofische en religieuze aspecten, en de visualisering van de alchemie.

    S.J. Linden, The Alchemy Reader. From Hermes Trismegistus to Isaac Newton. Cambridge, 2003.

    P. Long, ‘Of Mining, Smelting and Printing. Agricola’s De re metallica’. In: Technology and Culture. The International Quarterly of the Society for the History of Technology 44 (2003), nr. 1, p. 97-101. Serie: On the Cover.

    J.S. Lucas, Astrology and Numerology in Medieval and Early Modern Catalonia. The «Tractat de prenostication de la vida natural dels homens». Leiden [etc.], 2003. The Medieval and Early Modern Iberian World 18.

    Madoc. Tijdschrift over de Middeleeuwen 17 (2003), nr. 4. Themanummer: “Eeuwig gaat voor ogenblik. Tijd en de Middeleeuwen”.
    Zeer interessant, rijk geïllustreerd en belangrijk themanummer van Madoc, dat reeds eerder aangekondigd werd (W-mail 4 (2003), nr. 2, p. 18), maar pas in maart 2004 daadwerkelijk verscheen. Met speciale aandacht voor de Middelnederlandse artesliteratuur. Overzicht van de inhoud:

    • M. Mostert, ‘Middeleeuws tijdsbesef’, p. 195-199;

    • J. Raaijmakers, ‘Ontstijgen aan de tijd. De annales necrologici van Fulda’, p. 200-207;

    • P. Verbist, ‘Over chronologie en intellectuele geschiedenis. Middeleeuwse auteurs en hun correcties op de christelijke jaartelling (circa 990-1135)’, p. 208-214;

    • J.P. Gumbert, ‘In plaats van zakagenda’s. Laatmiddeleeuwse kalenderhandschriften’, p. 215-222;

    • L. van Tongeren, ‘De tijd gemarkeerd. Over de relatie tussen tijd en liturgie’, p. 223-231;

    • F. Brandsma en J-J. Haspels, ‘Horologium magicum. Een gesprek met Jan-Jaap Haspels’, p. 232-243;

    • I. van Renswoude, ‘De keizer krijgt de tijd. Liturgische tijd en politieke geschiedenis in de kroniek van Lobbes’, p. 244-253;

    • F. Brandsma, ‘Druk, druk, druk!’, p. 254-262;

    • O.S.H. Lie, ‘Eewigheid kent geen tijd. Kennisoverdracht in Middelnederlandse artesteksten’, p. 263-272;

    • R. Jansen-Sieben, ‘De levensstadia’, p. 273-281.

    G. Maréchal, ‘Lepra en leprozen’. In: J. Van Keymeulen, M. Adriaen en G. Marechal (ed.), In Der Sieker Dienste […]. Gent, 2003, p. 39-44. [Zie hierboven.]

    E. Marienberg, Niddah. Lorsque les juifs conceptualisent la menstruation. Parijs, 2003.

    P. McCracken, The Curse of Eve, The Wound of the Hero. Blood, Gender, and Medieval Literature. Philadelphia, 2003.

    M.A. Meadow en A.C.G. Fleurkens (ed.), Symon Andriessoon, Duytsche Adagia ofte Spreecwoorden. Antwerp, Heynrick Alssens, 1550. In Facsimile, Transcription of the Dutch Text and English Translation. With two introductory texts by S.A.C. Dudok van Heel and H. Roodenburg. 2003
    Facsimile-editie van één van de oudste spreekwoordenboeken. Uit de Nieuwsbrief van Verloren: ‘This book presents to the modern reader the only known sixteenth-century collection of Dutch language proverbs to provide explanations of its adages. Published in 1550, at the height of a frenzied period of proverb book compilation and publication in the Low Countries, Symon Andriessoon’s Duytsche adagia ofte spreeckwoorden is a unique resource of interest not only to paroemiologists, but also to scholars of Dutch philology, history and culture. In order to provide the fullest possible access to this important source, Andriesson’s book is presented in a series of formats: a facsimile reproduction of the original; a diplomatic transcription with philological annotations to modern Dutch; and an English translation, also annotated. The text is then framed by a corresponding interpretative apparatus: an introduction on proverb scholarship in the Netherlands; information concerning Symon Andriessoon; a philological commentary; and Dutch and English indices.’

    R. Meens, ‘[Recensie van: B. Baert en V. Fraeters (red.), Aan de vruchten kent men de boom. De boom in tekst en beeld in de middeleeuwse Nederlanden. Leuven, 2001. Symbolae. Facultatis Litterarum Lovaniensis, series B, vol. 25]’. In: Millennium. Tijdschrift voor middeleeuwse studies 17 (2003), p. 87-89.
    Zie W-mail 3 (2002), nr. 1, p. 32.

    M. Meuwese, ‘[Recensie van: B. Baert en V. Fraeters (red.), Aan de vruchten kent men de boom. De boom in tekst en beeld in de middeleeuwse Nederlanden. Leuven, 2001. Symbolae. Facultatis Litterarum Lovaniensis, series B, vol. 25]’. In: Queeste. Tijdschrift over middeleeuwse letterkunde in de Nederlanden 10 (2003), p. 87-91.
    Zie W-mail 3 (2002), nr. 1, p. 32.

    M.G. Morony (ed.), Manufacturing and Labour. Aldershot, 2003. The Formation of the Classical Islamic World 12.
    Over wat de ‘artes mechanicae’ in de Arabische Middeleeuwen zou kunnen worden genoemd.

    Q. Mould, I. Carlisle en E. Cameron, Leather and Leatherworking in Anglo-Scandinavian and Medieval York. York, 2003. The Archaeology of York 17. The Small Finds 16: Craft, Industry and Everyday Life.

    I. Müller en M. Martin, ‘Ein neuer Überlieferungszeuge von Johann Hartliebs Kräuterbuch: Die Handschrift “Ms. 46” der Fürstlich Salm-Salmschen Bibliothek der Wasserburg Anholt’. In: C. Friedrich en S. Bernschneider-Reif (ed.), m.m.v. D. Schierhorn, Rosarium Litterarum. Beiträge zur Pharmazie- und Wissenschaftsgeschichte. Festschrift für Peter Dilg zum 65. Geburtstag. Eschborn, 2003, 203-218.

    E. Neuenschwandler en L. Bouquiaux (ed.), Science, Philosophy and Music. Proceedings of the XXth International Congress of History of Science (Liège, 20-26 July 1997). Vol. 20. Turnhout, 2003. De Diversis Artibus 63 (NS 26).

    V. Nutton en C. Nutton, ‘The Archer of Meudon. A Curious Absence of Continuity in the History of Medicine’. In: Journal of the History of Medicine and Allied Sciences 58 (2003), p. 401-427.
    Interessant artikel over de manier waarop een vivisectie, die in Parijs in 1475 plaatsvond, in de loop der eeuwen in de medische en chirurgische geschiedschrijving tot mythische proporties werd opgeblazen, om uiteindelijk als een hoax te worden afgedaan.

    L.T. Olsan, ‘Charms and Prayers in Medieval Medical Theory and Practice’. In: Social History of Medicine 16 (2003), p. 343-366.
    Uit de Summary: ‘Although it is well-knwon that charms and prayers were employed as healing therapies during the medieval period, it has generally been assumed that these practicies were mostly confined to folk practitioners, herbalists, midwives, or other ‘lay’ practitioners, who might resort to ‘magical cures’. In contrast, this article calls attention to the charms and prayers recorded by four medical writers with academic credentials, Gilbertus Anglicus, John Gaddesden, John Arderne, and Thomas Fayreford. It locates the rationale for the inclusion of verbal therapy as acceptable forms of experimenta and empirica within the scholastic medical discourse of the period. Complex and widely-ranging attitudes toward such cures are found in the works of medieval authorities.’

    J. Reynaert, ‘“Ene suptile clergie, daer goet soetheit in leit”. Filosofie en Middelnederlandse literatuur omstreeks het begin van de veertiende eeuw. In: Queeste. Tijdschrift over middeleeuwse letterkunde in de Nederlanden 10 (2003), 1-14.
    Zeer boeiend artikel, ook van belang voor de vernacularisatie van de artes-literatuur, vanwege het onderzoek naar de betekenis van begrippen als philosophie en philosophe in Middelnederlandse teksten, die vaak een natuurwetenschappelijke invulling kregen.

    D.F. Rijkels, ‘Pestis Antoniniana: enigma of diagnose?’. In: Geschiedenis der Geneeskunde 9 (2003), 324-330.
    Beschrijving van pokken-epidemieën vanaf Galenus (2e eeuw n.Chr.) tot in de Middeleeuwen.

    J. Rocca, ‘Galenic Dietetics’. In: Early Science and Medicine 8 (2003), p. 44-51. [= Recensie-essay over Grant 2000, zie hierboven.]

    B. Ross (ed. en vert.), Accounts of the Stewards of the Talbot Household at Blakemere 1392-1425. Keele, 2003. Shropshire Record Series 7.
    Uit de recensie van S.M. Butler in The Medieval Review 05.03.08: ‘Even for those medievalists who immerse themselves in the records of the Middle Ages, it can often be difficult to get a sense of what it must have been like actually to live in the medieval world, with all the inconveniences and shortcomings of daily life: little access to fresh fruit or vegetables, undrinkable water, a wardrobe of very few clothes, meagre pharmaceutical knowledge, and no centralized heating. Examining a wide variety of records, from weekly expenses of the steward to yearly accounts, and even accounts of ale, Ross paints a picture of the life of a wealthy family in the medieval period. In doing so, she has created a source that will be of invaluable use to social historians whose specialties range from diet to medicine to wages to popular religion. She calls attention to trade relations (both local and long-distance), luxury goods, transportation difficulties, ale production, debates over the number of meals consumed by the household on a daily basis, and the number of employees working in a medieval household.’

    D. Schäfer, ‘Langlebige Beispiele. Überlegungen zur Funktion und Gestaltung historischer Exempla für ein hohes Alter in der diätischen Literatur der frühen Neuzeit’. In: Würzburger Medizinhistorische Mitteilungen 22 (2003), p. 188-203.
    Over het voorkomen van exempla in laatmiddeleeuwse en vroegmoderne dieet-teksten om de positieve werking van een goed dieet om een hoge leeftijd te verkrijgen te promoten.

    M. Schoonderwoerd, ‘[recensie van: E. Huizenga, O.S.H. Lie, en L.M. Veltman (ed.), Een wereld van kennis. Bloemlezing van de Middelnederlandse artes-literatuur. Hilversum, 2002. Artesliteratuur in de Nederlanden 1]’. In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde 119 (2003), 2, website: www.leidenuniv.nl/host/mnl/tntl, Web p. 52-53.

    M. Schumacher, Ärzte mit der Zunge. Leckende Hunde in der europäischen Literatur. Von der patristischen Exegese des Lazarus-Gleichnisses (Lk. 16) bis zum Romanzero Heinrich Heines. Bielefeld, 2003. Aisthesis Essay 16.
    Opmerkelijk diachroon boek over een opmerkelijk onderwerp. Gerelateerd aan de artes vanwege de medische implicaties en de verhouding daarvan tot religieuze metaforen. Uit de begeleidende tekst van de uitgever: ‘Hundezungen heilen Wunden: Nicht zuletzt aufgrund dieser medizinischen Funktion war die Zunge der Hunde in der älteren Literatur oft Metapher für die Sprache der Menschen. Vor allem die Hunde, die nach dem Evangelium die Wunden des armen Lazarus leckten, konnten auf das tröstende (‘heilende’) Sprechen von Predigern und Beichtvätern bezogen werden. Ein Gegenbild dazu ließ sich im Bellen und Beißen finden, wenn es um Tadel und Mahnung (etwa Ketzern gegenüber) ging. Sah man von der Heilwirkung des Hundeleckens ab, dann wurde meist die ‘hündische’ Schmeichelei kritisiert: eine der traditionellen ‘Sünden der Zunge’. Mit dieser Bedeutungsambivalenz der Hundezunge problematisiert ein spätes Gedicht Heines (‘Jehuda ben Halevy’) die Leistungen der (modernen) Poesie. Schumachers durch Literaturbeispiele und Bildzeugnisse reich dokumentierter Essay präsentiert ein etwas abgelegenes, doch höchst reizvolles Motiv aus der Metaphorik der ,Mündlichkeit’. Zugleich leistet er einen kleinen komparatistischen Beitrag zur Anthropologie der Tiere in der europäischen Literatur.

    R. C. Schwinges en M.-L. Bott (ed.), Jahrbuch für Universitätsgeschichte 6 (2003). Themanummer: Universität im Mittelalter.
    Hierin o.a.:

    • R.C. Schwinges, ‘Mit Mückensenf und Hellschepoff. Fest und Freizeit in der Universität des Mittelalters (14. bis 16. Jahrhundert)’, p. 11-27.
    • S. Irrgang, ‘Scholar vagus, goliardus, ioculator. Zur Rezeption des “fahrenden Scholaren” im Mittelalter’, p. 51-68.

    A. Smets, ‘“Kennis”-making met de Middelnederlandse Artesliteratuur’. In: Madoc. Tijdschrift over de Middeleeuwen 17 (2003), nr. 1, p. 48-50. [Recensie van: E. Huizenga, O.S.H. Lie, en L.M. Veltman (ed.), Een wereld van kennis. Bloemlezing van de Middelnederlandse artes-literatuur. Hilversum, 2002. Artesliteratuur in de Nederlanden 1.]

    M. Spiesser (ed.), Une arithmétique commerciale du XVe siècle: le Compendy de la practique des nombres de Barthélemy de Romans. Turnhout, 2003. De Diversis Artibus.

    R.E.V. Stuip (red.), Niet alleen muziek. In memoriam Kees Vellekoop. Hilversum, 2003. Utrechtse Bijdragen tot de Mediëvistiek 20.
    Bundel ter ere van de in 2002 overleden hoogleraar Kees Vellekoop. Behandelt diverse aspecten van de Middeleeuwse muziek.

    L. Taub, Ancient Meteorology. Londen [etc.], 2003.

    G. l’E. Turner, Renaissance Astrolabes and Their Makers. Aldershot, 2003. Variorum Collected Studies Series 766.

    R. Tzanaki, Mandeville’s Medieval Audiences. A Study on the Reception of the Book of Sir John Mandeville (1371-1550). Aldershot, 2003.

    R. van Uytven, De papegaai van de paus. Mens en dier in de Middeleeuwen. Leuven, 2003.

    R. Veit, ‘Quellenkundliches zu Leben und Werk von Constantinus Africanus’. In: Deutsches Archiv für Erforschung des Mittelalters 59 (2003), p. 121-152.
    Belangrijk artikel over Constantinus Africanus, één van de meest vooraanstaande scharnierpunten tussen de Arabische en de Latijnse wetenschappelijke literatuur op het einde van de elfde eeuw, en de werken die door hem vertaald zijn. Met een schat aan literatuur.

    R. Veit, Das Buch der Fieber des Isaac Israeli und seine Bedeutung im lateinischen Westen. Ein Beitrag zur Rezeption arabischer Wissenschaft im Abendland. Stuttgart, 2003. Sudhoffs Archiv Beihefte 51.

    J. Verdon, Travel in the Middle Ages. Vert. G. Holoch. Notre Dame, 2003.

    R. Vervoort, ‘De heilige, de heks en de tovenaar. Verklaring van de Bruegel-prent De legendarische ontmoeting tussen Sint Jacob en de tovenaar Hermogenes [1565]’. In: Millennium. Tijdschrift voor middeleeuwse studies 17 (2003), p. 26-45.
    Over tovenarij, demonologie en weermagie in de vijftiende en zestiende eeuw.

    J. Vrebos, ‘De mooiste anatomische dissectiescènes van de mens vóór Vesalius’. In: Geschiedenis der Geneeskunde 9 (2003), p. 132-138.
    Schitterend en kleurrijk geïllustreerd.

    P. Wackers, ‘[Recensie van: E. Huizenga, O.S.H. Lie, en L.M. Veltman (ed.), Een wereld van kennis. Bloemlezing van de Middelnederlandse artes-literatuur. Hilversum, 2002. Artesliteratuur in de Nederlanden 1]’. In: Millennium. Tijdschrift voor middeleeuwse studies 17 (2003), p. 95-98.
    Kritische, maar zeer waardevolle bespreking van het eerste WEMAL-boek.

    S.A. Walton, An Introduction to the Mechanical Arts in the Middle Ages. Toronto, 2003. [Internetpublicatie van AVISTA. Association Villard de Honnecourt for Interdisciplinary Study of Medieval Technology, Science and Art. Website: www.compilerpress.atfreeweb.com.]

    D. Weltecke, ‘Die Konjunktion der Planeten im September 1186. Zum Ursprung einer globalen Katastrophenangst’. In: Saeculum. Jahrbuch für Universalgeschichte 54 (2003), p. 179-212.

    S.J. Williams, The “Secret of Secrets”. The Scholarly Career of a Pseudo-Aristotelian Text in the Latin Middle Ages. Ann Arbor, 2003.

    J.M. van Winter, ‘Festive Meals in the late Middle Ages. An Essay on Dining as a Means of Communication’. In: Food & History 1 (2003), nr. 1, p. 95-102.

    B.C. Withers en J. Wilcox (ed.), Naked Before God. Uncovering the Body in Anglo-Saxon England. Morgantown, 2003. Medieval European Studies 3.

    2004

    B. van den Abeele, ‘Falken auf Goldgrund. Illuminierte Handschriften lateinischer Jagdtraktate des Mittelalters, mit 13 farbigen und 1 schwarz-weißen Abbildung‘. In: Librarium. Revue de la Société suisse des bibliophiles 47 (2004), p. 2-19. 

    A.R. Bell, War and the Soldier in the Fourteenth Century. Woodbridge, 2004. Warfare in Hitory 20.

    O.J. Benedictow, The Black Death 1346-1353. The Complete History. Woodbridge, 2004.

    D. Birkholz, The King’s Two Maps. Cartography and Culture in Thirteenth-Century England. New York, 2004.

    S. Boffa, Warfare in Medieval Brabant, 1356-1406. Woodbridge, 2004.Warfare in History 17.

    S. Bogaart, Geleerde kennis in de volkstaal. ‘Van den proprieteyten der dinghen’ (Haarlem 1485) in cultuurhistorisch perspectief. Hilversum, 2004 [ter perse]. Artesliteratuur in de Nederlanden 4.
    Uit de najaarscatalogus van Verloren: ‘Rond het midden van de dertiende eeuw voltooide Bartholomaeus Anglicus zijn De proprietatibus rerum, een encyclopedie waarin de hele schepping de revue passeert. Deze encyclopedie was zeer in trek. Niet allen zijn er veel handschriften en vroege drukken van bewaard gebleven, maar er verschenen ook vele vertalingen. In 1485 bracht de Haarlemse drukker Jacob Bellaert een Middelnederlandse vertaling op de markt onder de titel Van den proprieteyten der dinghen. In Geleerde kennis in de volkstaal schetst Saskia Bogaart de cultuurhistorische context van deze encyclopedie. Daarnaast beschrijft zij hoe de vertaler te werk is gegaan en vergelijkt zijn aanpak met die van Jacob van Maerlant in Der naturen bloeme en John Trevisa in On the properties of things. Deze praktijkgevallen bieden een goed inzicht in de wijze waarop in de Middeleeuwen oorspronkelijk Latijnse kennis in de volkstaal werd omgezet en weergegeven.’

    W.L. Braekman, ‘Bijdrage tot de studie van het raadsel: gedrukte raadselboekjes’. In: Volkskunde. Driemaandelijks tijdschrift voor de studie van de volkscultuur 105 (2004), nr. 2, p.121-145.

    W.L. Braekman, ‘Een “konstboecxken” met een spotrecept door eene volkscultubel in Den Haag, Koninklijke Bibliotheek, 1702 G 38, die niet vermeld wordt in het Repertorium van de Middelnederlandse artes-literatuur. Het gaat om een herdruk van de welbekende Sack der Consten, met toevoeging van nieuwe recepten. Deze nieuwe recepten worden geëditeerd.

    W.L. Braekman, ‘Onbekend zestiende-eeuws handboek van een anonieme chirurgijn’. In: Scientiarum Historia 30 (2004), nr. 1, p. 3-15.
    Betreft het tot op heden onopgemerkt gebleven maar belangrijke handschrift Bethesda, Maryland, USA, National Library of Medicine ms. 47 (niet in het Repertorium van de Middelnederlandse artes-literatuur). Het gaat om een codex van een onbekende zestiende-eeuwse chirurg uit het noordoosten van Nederland. Het handschrift ontstond gedurende een reeks van jaren, en werd voortdurend aangevuld met nieuwe recepten, teksten etc. De opmaak ervan was daarvoor ook aangepast. Het artikel geeft een zeer belangwekkende en gedetailleerde opsomming van de inhoud.

    V.L. Bullough, Universities, Medicine and Science in the Medieval West. Aldershot, [verschijnt 2004]. Variorum Collected Studies Series 781.

    H.M. Carey, ‘Astrological Medicine and the Medieval English Folded Almanac’. In: Social History of Medicine 17 (2004), p. 345-363.
    Betreft vervolg op eerder artikel dat genoemd werd in W-mail 5 (2004), nr. 1, p. 27.

    H.M. Carey, ‘What is the Folded Almanac? The Form and Function of a Key Manuscript Source for Astro-medical Practice in Later Medieval England’. In: Social History of Medicine 16 (2004), p. 481-509.
    Eerste van twee belangrijke artikelen over de gevouwen almanak als bron voor laatmiddeleeuwse geneeskunde en astrologie. In dit artikel wordt, op basis van een corpus van 29 overgeleverde handschriften, ingegaan op de gevouwen almanak als materieel voorwerp: met wat voor soort handschriften hebben we bij gevouwen almanakken eigenlijk te maken? Hoe werden ze op het lichaam gedragen? etc. In het tweede, aangekondigde, artikel zal worden ingegaan op de inhoud van dergelijke werkjes, en hun invloed op de uitoefening van de astrologische en iatromathematische geneeskunde.

    J. Caskey, Art and Patronage in the Medieval Mediterranean. Merchant Culture in the Region of Amalfi. Cambridge, 2004.

    J.J. Cohen, ‘The Flow of Blood in Medieval Norwich’. In: Speculum. A Journal of Medieval Studies 79 (2004), p. 26-65.

    W.R. Cook en R.B. Herzman, The Medieval World View. An Introduction. Tweede, herz. editie. Oxford, 2004.
    Tweede editie van het bekende naslagwerk, dat nog altijd een goed overzicht biedt van het onderwerp.

    C. Coppens en R. Tavernier, Hortus Botanicus. Vijf eeuwen plantenboeken te Leuven. Leuven, 2004. Ex Officina 3.
    Catalogus met een inventarisatie van plantenboeken in België, verschenen bij expositie.

    S.M.I. Damstra-Wijmenga, ‘Betekenis van Mondino de Luzzi voor het anatomisch onderwijs. Aanvang van het anatomisch onderzoek bij de mens’. In: Geschiedenis der Geneeskunde 10 (2004), 4-13.

    E. Edson en E. Savage-Smith, Medieval Views of the Cosmos. Picturing the Universe in the Christian and Islamic Middle Ages. Oxford, 2004.

    F. Egmond e.a. (red.), Het walvisboek. Walvissen en andere zeewezens beschreven door Adriaen Coenen in 1585. Zutphen, 2004.
    Uit de beschrijving op de website van de uitgever: ‘Aan het einde van de 16de eeuw speurde de Scheveningse jutter Adriaen Coenen de Nederlandse stranden af op zoek naar aangespoelde zeewezens. Zijn mooiste en zeldzaamste vondsten legde hij vast in enkele manuscripten boordevol aantekeningen en wonderlijke, kleurrijke illustraties – van een doodgewone haring tot een exotische maanvis. Zijn werk bevat de eerste Europese tekeningen van walvissen, in een naïeve, maar buitengewoon levendige stijl. Daarmee vormen zijn manuscripten een document van onschatbare waarde over de natuur in Coenens tijd. Het Walvisboek bevat een zeer ruime selectie van teksten en sprekende, in de oorspronkelijke waterverfkleuren overgenomen afbeeldingen uit het werk van Adriaen Coenen. De begeleidende teksten geven in modern Nederlands Coenens eigen woorden weer, waarbij zijn manier van schrijven – geestig, levendig, vol anekdotes, persoonlijk en bepaald niet literair – zo veel mogelijk is gerespecteerd. Bovendien vullen actuele marien-biologische gegevens de 16de-eeuwse observaties aan en wordt de informatie geplaatst binnen de bredere context van de Noord-Europese geschiedenis van deze periode.’

    H. Elkhadem en W. Bracke (ed.), Simon Stevin, 1548-1620. L'émergence de la nouvelle science. Turnhout, 2004. Publications of the Belgian Royal Library.

    M. Elsakkers, ‘Her anda neylar: An Intriguing Criterion for Abortion in Old Frisian Law’. In: Scientiarum Historia. Driemaandelijks tijdschrift voor de geschiedenis van de geneeskunde, wiskunde en natuurwetenschappen 30 (2004), p. 107-154.
    Ongewoon doorwrocht artikel over een opvallend verschijnsel, namelijk de onvrijwillige abortus in Oudfriese wetsteksten van de elfde tot de veertiende eeuw. Marianne Elsakkers brengt met de zeer grondige documentatie (ondersteund door een notenapparaat van dertien pagina’s!) het onderwerp, dat ze ook besprak in haar lezing op de WEMAL-studiedag in november 2003, volledig tot leven. Aan de orde komen onder andere de rol van vrouwelijke getuigen bij rechtszaken die onvrijwillige abortus behandelen, en de incorporatie van een medische tekst (Gynaecia van Vindicianus) in de Oudfriese wetten. Daarbij worden regelmatig Middelnederlandse gynaecologische en obstetrische teksten betrokken.

    C. Fisher, Flowers in Medieval Manuscripts. Toronto [etc.], 2004.

    G. Freudenthal, Science in the Medieval Hebrew and Arabic Traditions. Aldershot, 2004. Variorum Collected Studies Series 803.

    F. Fürbeth, Heilquellen in der deutschen Wissensliteratur des Spätmittelalters. Zur Genese und Funktion eines Paradigmas der Wissensvermmittlung am Beispiel des ‘Tractatus de balneis naturalibus’ von Felix Hemmerli und seiner Rezeption. Mit einer Edition des Textes und seiner frühneuhochdeutschen Übersetzung. Wiesbaden, 2004. Wissenliteratur im Mittelalter 42.
    Belangrijke studie over een belangrijk onderdeel van de laatmiddeleeuwse geneeskunde. Vgl. ook Fabiola van Dam in W-mail 4 (2003), nr. 2, p. 10-15.

    O. Gelderblom, ‘The Decline of Fairs and Merchant Guilds in the Low Countries, 1250-1650’. In: Jaarboek voor Middeleeuwse Geschiedenis 7 (2004), p. 199-238.

    W.E. Gerabek, B.D. Haage, G. Keil en W. Wegner (ed.), Enzyklopädie Medizingeschichte. Berlijn [etc.], 2004.
    Onmisbaar voor iedereen die zich met de geschiedenis van de geneeskunde bezighoudt; 1544 pagina’s in één band (!). Uit de folder van de uitgever: ‘Die Enzyklopädie Medizingeschichte bietet handlich in einem Band eine Übersicht über das Gesamtgebiet der Medizingeschichte von den frühen Hochkulturen bis in die heutige Zeit. Die Beiträge sind von Spezialisten ihres Fachgebietes verfasst. Ziel des Werkes ist eine wissenschaftliche Darstellung der Medizingeschichte in Sach- und Personenartikeln anhand grundlegender Sekundärliteratur. Die Enzyklopädie ist so angelegt, dass in Übersichtsartikeln wichtige Teilgebiete - z. B. Chirurgie in der Antike, im Mittelalter, in der Neuzeit, aber auch Mesopotamische, Ägyptische Medizin, Zahnmedizin, Apothekenwesen, Heilkunde der Romantik und nationalsozialistische Medizin - erschlossen werden. Hinzu kommt die große Zahl der Einzelartikel, die Fachautoren, anonym überlieferte Werke, Heilmittel, Krankheiten u.a. vertieft behandeln. Illustrationen unterstützen die Wissensvermittlung.’

    A. van Gijsen, Joos Balbian en de steen der wijzen. De alchemistische nalatenschap van een zestiende-eeuwse arts. Leuven, 2004. Antwerpse Studies over Nederlandse Literatuurgeschiedenis 9.
    Uit de begeleidende brochure van de uitgever: ‘Joos Balbian (Aalst, 1543 – Gouda, 1616), bankier en arts van beroep, hield zich uit liefhebberij intensief bezig met de alchemie. Dit boek bevat een inleiding over zijn leven en de alchemie van zijn tijd, gevolgd door een bloemlezing uit zijn alchemistische geschriften.’

    K. Goudriaan, J. van Moolenbroek en A. Tervoort (ed.), Education and Learning in the Netherlands, 1400-1600. Essays in Honour of Hilde de Ridder-Symoens. Leiden [etc.], 2004. Brill’s Studies in Intellectual History 123.

    J. Haines en R. Rosenfeld (ed.), Music and Medieval Manuscripts. Paleography and Performance. Aldershot, 2004.

    J. Hanselaer (eindred.), C. Coppens, J. Deschamps, Jos.M.M. Hermans, J. Storm van Leeuwen (red.), E Codicibus Impressisque. Opstellen over het boek in de Lage Landen voor Elly Cockx-Indestege. 3 Dln. Leuven, 2004. Miscellanea Neerlandica 18-20.
    Feestbundel in drie overvloedig geïllustreerde delen met tachtig (!) artikelen op het gebied van de boekwetenschap. Het eerste deel bevat artikelen over handschriften, incunabelen en kalligrafie. Het tweede deel handelt over drukken van de zestiende tot de twintigste eeuw. In het derde deel verschijnen studies over band en papier, verzamelaars en verzamelingen. Alle delen zijn voorzien van een index. Enkele specifiek voor de artes interessante artikelen uit het tweede deel:

    • P. Bockstaele, ‘Meester Thomas Montis en de zondvloed voorspeld voor het jaar 1524’, p. 3-18;

    • W. L. Braekman, ‘Het oudste vechtboek uit de Nederlanden: “La Noble Science des ioueurs despee” (1538)’, p. 49-66;

    • R. Jansen-Sieben, ‘Viskalenders’, p. 291-300.

    J.G. Harris, Sick Economies. Drama, Mercantilism, and Disease in Shakespeare’s England. Philadelphia, 2004.

    L. van den Hengel, ‘Magie, macht en castratie. De verbeelding van heksen in de vroege 16e eeuw’. In: Historica 27 (2004), p. 15-17.
    Met speciale aandacht voor de dominante opvattingen over vrouwelijke seksualiteit in afbeeldingen.

    H.L. Houtzager, ‘De oudste geschiedenis van het Heilige-Geestgasthuis te Deventer’. In: Geschiedenis der Geneeskunde 10 (2004), 33-37.

    Interessant artikel over de ontwikkeling van een laatmiddeleeuws gasthuis tot zieken- en verpleeghuis.

    E. Huizenga (ed.), Het Weense arteshandschrift. Hs. Wenen, Österreichische Nationalbibliothek, 2818. Hilversum, 2004. Middeleeuwse Verzamelhandschriften uit de Nederlanden 9.
    Zie W-mail 5 (2004), nr. 1, p. 6, en zie ook elders in deze W-mail.

    E. Huizenga, Bitterzoete Balsem. Geneeskunde, chirurgie en farmacie in de late Middeleeuwen. Hilversum, 2004.
    Zie W-mail 5 (2004), nr. 1, p. 6, en zie ook elders in deze W-mail.

    R. Jansen-Sieben, ‘[Recensie van: Il sole e la luna. The Sun and the Moon. Florence, 2004. Micrologus 12].’ In: Scientiarum Historia. Driemaandelijks tijdschrift voor de geschiedenis van de geneeskunde, wiskunde en natuurwetenschappen 30 (2004), p. 201-202.
    Voor een inhoudsopgave van deze belangrijke bundel, zie hieronder in deze literatuurlijst.

    R. Jansen-Sieben, ‘[Recensie van: E. Huizenga, Tussen autoriteit en empirie. De Middelnederlandse chirurgieën in de veertiende en vijftiende eeuw en hun maatschappelijke context. Hilversum, 2003. Artesliteratuur in de Nederlanden 2]’. In: Scientiarum Historia. Driemaandelijks tijdschrift voor de geschiedenis van de geneeskunde, wiskunde en natuurwetenschappen 30 (2004), p. 199-200.

    R. Jansen-Sieben, ‘Mensenvlees als medicijn of: Medicinaal kannibalisme. Een unieke getuigenis uit de middeleeuwse Nederlanden’. In: Scientiarum Historia. Driemaandelijks tijdschrift voor de geschiedenis van de geneeskunde, wiskunde en natuurwetenschappen 30 (2004), p. 155-184.
    Prachtig artikel over een heel bijzondere vorm van therapie, de organotherapie. Daarbij gaat het om het therapeutische gebruik van produkten van dierlijke en menselijke herkomst. Het stuk concentreert zich met name op het gebruik van mumia, ofwel gemummificeerd mensenvlees. Naast een grondige ordening van de manieren waarop mumia werd toegepast, wordt ook een belangrijk Middelnederlands traktaat over de mumia geëditeerd en van commentaar voorzien: hs. Amsterdam, Universiteitsbibliotheek, XV G 6, fol. 93r-94v.

    D.A. King, In Synchrony with the Heavens. Studies in Astronomical Timekeeping and Instrumentation in Medieval Islamic Civilization. Leiden [etc.], 2004.
    Vol. 1: The Call of the Muezzin (Studies I-IX);
    Vol. 2: Instruments of Mass Calculation (Studies X-XVIII).

    L. Kooijmans, ‘De doodskunstenaar. De anatomische lessen van Frederik Ruysch [Bespreking van gelijknamige boek, Amsterdam, 2004]’. In: Nieuwsbrief Universiteitsgeschiedenis 10 (2004), nr. 2, p. 85-87.
    Zie ook: www.cf.uba.uva.nl/nl/tentoonstelling/ruysch.

    M.P. Kucher, The Medieval Roots of the Modern Networked City. The Water Supply System of Sienna. Londen, 2004. Studies in Medieval History and Culture
    Veel aandacht voor Middeleeuwse technologie en ambachten in relatie tot het leven in de stad.

    P. Kunitzsch, Stars and Numbers. Astronomy and Mathematics in the Medieval Arab and Western Worlds. Aldershot, 2004. Variorum Collected Studies Series 791.

    K. van ‘t Land, ‘Chirurgie in context’. In: Madoc. Tijdschrift over de Middeleeuwen 18 (2004), nr. 4, p. 275-277. [Recensie van: E. Huizenga, Tussen autoriteit en empirie. De Middelnederlandse chirurgieën in de veertiende en vijftiende eeuw en hun maatschappelijke context. Hilversum, 2003. Artesliteratuur in de Nederlanden 2.]

    J. Langdon, Mills in the Medieval Economy. England 1300-1540. Oxford, 2004.

    W. Lefèvre (ed.), Picturing Machines 1400-1700. Cambridge, MA (2004). Transformations. Studies in the History of Science and Technology 12.

    B. Levack (ed.), The Witchcraft Sourcebook. New York [etc.], 2004.

    O.S.H. Lie en J. Reynaert (red.), Artes in context. Opstellen over het handschriftelijke milieu van Middelnederlandse artesteksten. Hilversum, 2004. Artesliteratuur in de Nederlanden 3.
    Voor een inhoudsopgave, zie W-mail 5 (2004), nr. 1, p. 5.

    O.S.H. Lie, ‘Over vrouwen en hun geheimen’. In: Mediator plus ultra 2 (2004), nr. 2, p. 22-27. Serie Achterom… Retro.

    M. van de Loo, E. van Assche en R. van Hee, ‘Pijn door de eeuwen heen. Algemeen overzicht en pijn bij kinderen’. In: Geschiedenis der Geneeskunde 10 (2004), 48-60.

    C. Märtl, ‘Von Mausen und Elefanten. Tiere am Papsthof im 15. Jahrhundert’. In: Deutsches Archiv für Erforschung des Mittelalters 60 (2004), p. 183-199.

    M.R. McVaugh, ‘Surgery in the Fourteenth-Century Faculty of Medicine of Montpellier’. In: D. Le Blévec en T. Granier (ed.), L’Université de Médecine de Montpellier et son rayonnement (XIIIe-XVe siècles). Actes du colloque international de Montpellier, organisé par le Centre historique de recherches et d’études médiévales sur la Méditerranée occidentale (Université Paul-Valéry-Montpellier III), 17-19 mai 2001. Turnhout, 2004, p. 39-49. De diversis artibus 71; N.S. 34.

    R. Mercier, Studies on the Transmission of Medieval Mathematical Astronomy. Aldershot, 2004. Variorum Collected Studies Series 787.

    Micrologus. Nature, Sciences and Medieval Societies 12: Il sole e la luna. Teorie, Immagini, simboli. The Sun and the Moon. Florence, 2004.
    Zeer rijke bundel met veel astrologie en astronomie, soms in samenhang met geneeskunde en het menselijk lichaam. Artikelen in het Italiaans, Frans, en Engels. Inhoud:

    • E. Poulle, ‘Quand le soleil a rendez-vous avec la lune’;

    • A. J. Turner, ‘A Use for the Sun in the Early Middle Ages, the Sun-Dial as Symbol and Instrument’;

    • Ch. Burnett, ‘Lunar Astrology. The Varieties of Texts Using Lunar Mansions, with Emphasis on Jafar Indus’;

    • S. Ackermann, ‘The Path of the Moon Engraved. Lunar Mansions on European and Islamic Scientific Instruments’;

    • N. Weill-Parot, ‘Magie solaire et magie lunaire: le soleil et la lune dans la magie astrale (XIIe-XVe siècle)’;

    • G. Federici Vescovini, ‘Il sole e la luna nelle citazioni di Pietro d’Abano dei segreti di Albumasar, di Sadan’;

    • O. Pompeo Faracovi, ‘Il tema dell’eclissi di sole alla morte di Cristo in alcuni testi del tardo Quattrocento’;

    • J. Pigeaud, ‘Sélénites et lunatiques’;

    • D. Jacquart, ‘Le soleil, la lune et les états du corps humain’;

    • P. Carusi, ‘Il sole e la sua ombra. Nodi lunari e rappresentazioni dell’eclisse nell’alchimia islamica’;

    • P. Dronke, ‘Sole e luna: l’immaginario poetico dal II al IX secolo’;

    • F. Mosetti Casaretto, ‘Sole e luna nell’Epistola ad Grimaldum abbatem. Il cielo ripiegato di Ermenrico di Ellwangen’;

    • J.-Y. Tilliette, ‘Couchers de soleil et clairs de lune dans la poésie latine du Moyen Age’;

    • C. Bologna, ‘La testa oltre le nuvole. Per un lessico del Pensiero nella tradizione europea’;

    • P. Morpurgo, ‘Apocalissi e amori del sole e della luna nell’immaginario politico del Medioevo’;

    • D. Quaglioni, ‘Quanta est differentia inter solem et lunam. Tolomeo e la dottrina canonistica dei duo luminaria’;

    • S. J. Williams, ‘Reflections on the Pseudo-Aristotelian Secretum secretorum as an Astrological Text’;

    • J. Rossiaud, ‘Temps des consuls et temps des clercs à Lyon aux XIVe et XVe siècles. Les Lyonnais, le soleil et la lune’;

    • J.-P. Boudet, ‘Le roi-soleil dans la France médiévale’;

    • F. Santi, ‘Giochi col sole e altri modi per controllarlo. Per una preistoria dell’elettricità’;

    • M. Montesano, ‘Il dio sole e la dea luna. Note sulla santa idoloclastìa’;

    • A. Sorci, ‘Il volto del sole. Intersezioni fra tradizione testuale e tradizione iconografica’;

    • V. Segre, ‘Botanica astrologica e alchimia vegetale: testi e immagini’;

    • D. Blume, ‘Children of the Planets: the Popularization of Astrology in the 15th Century’;

    • D. Laurenza, ‘Il sole e la luna in Leonardo: frammenti di un discorso’.

    P.D. Mitchell, Medicine in the Crusades. Warfare, Wounds and the Medieval Surgeon. Cambridge, 2004.

    P.D. Mitchell, Medicine in the Crusades. Warfare, Wounds and the Medieval Surgeon. Cambridge, 2004.

    A. Montford, Health, Sickness, Medicine and the Friars in the Thirteenth and Fourteenth Centuries. Aldershot, 2004. The History of Medicine in Context.
    Uit de begeleidende tekst van de aanbiedingsbrochure: ‘This book explores the attitudes and responses of the mendicant orders to illness, their contribution to medical history and the influence of health and sickness in the orders’ decision-making processes. The extent of their participation in treatments, their relationship with physicians or their own involvement in medical practice, and the problems which occurred as a result of these matters are also examined.’

    J. Nevile, The Eloquent Body. Dance and Humanistic Culture in Fifteenth-Century Italy. Bloomington, 2004.

    B. Obrist, La cosmologie médiévale. Textes et images I. Les fondements antiques. Florence, 2004. Micrologus’ Library 11.

    R.S. Oggins, The Kings and Their Hawks. Falconry in Medieval England. New Haven, 2004.

    F. Olthof, “Hier beghint eyn ander boec de gheheiten is die Antidotaris”. Algemene inleiding bij en editie van de folia 20r-52v van Mainz, Stadtbibliothek, Handschrift I 514. [Ongepubl. doctoraalscriptie.] Groningen, 2004.

    S. Page, Magic in Medieval Manuscripts. Toronto, 2004.

    S. Philips, ‘Cartografen aan de universiteit’. In: Nieuwsbrief Universiteitsgeschiedenis 10 (2004), nr. 2, p. 13-16.
    Bespreekt kort leven en werk van Mercator en Hondius in de zestiende eeuw.

    H. Pleij, J. Reynaert e.a., Geschreven en gedrukt. Boekproductie van handschrift naar druk in de overgang van Middeleeuwen naar moderne tijd. Gent, 2004.
    Ook van belang voor een groot aantal aspecten van de studie naar de artesliteratuur. Uit de beschrijving op de achterkant: ‘De vraag naar de effecten van de uitvinding van de typografie tegen het middel van de vijftiende eeuw is niet alleen eeuwenoud, maar blijkt ook te verleiden tot de meest wilde opvattingen over een (snelle) verandering van de wereld in elk denkbaar opzicht. De hier verzamelde opstellen tonen zich geïnspireerd door deze vraag in het algemeen, om die vervolgens toe te splitsen op de Lage Landen en vooral op het boekenbedrijf als zodanig. Hoe snel en in welke gedaante behield het handgeschreven boek nog een eigen plaats in het openbare leven? In een drietal symposia te Gent en te Amsterdam hebben verschillende boekhistorici, codicologen, analytisch bibliografen, literatuur-, kunst- en cultuurhistorici intensief gedebatteerd over dergelijke vraagstukken. Uiteindelijk heeft een aantal van hen de eigen bevindingen op papier gezet, tegelijkertijd vaak een persoonlijke plaatsbepaling, de verstrekking van nieuw materiaal en vooral de suggestie van nieuwe gezichtspunten en overwegingen.’

    Inhoud:
    • H. Pleij en J. Reynaert, ‘Boekproductie in de overgang van het geschreven naar het gedrukte boek’, p. 1-17;
    • Jos A.M.M. Biemans, ‘Handschrift en druk in de Nederlanden rond 1500’, p. 19-46;
    • Th. de Hemptinne, ‘Scriverssen en hun colofons. Op zoek naar de motivatie en werkomstandigheden van vrouwelijke kopiistes in de laatmiddeleeuwse Nederlanden’, p. 47-66;
    • J.W. Klein, ‘Ghescreven ofte gheprent. Aspecten van de (Goudse) middeleeuwse boekproductie’, p. 67-84;
    • J. Reynaert, ‘Boekbinders, scrivers en boekproductie te Gent ca. 1430-1530. Het traditionele ambacht tegenover de drukpers: breuk of continuïteit?’, p. 85-102;
    • H. Kienhorst, ‘Van hetzelfde laken een pak? Eenkolomsboekjes met Middelnederlandse rijmteksten in handschrift en druk’, p. 103-118;
    • W. Waterschoot, ‘Arend de Keysere. Een voorzichtig experimentator’, p. 119-135;
    • S.S. Sutch, ‘De Gouda-editie van Le Chevalier déliberé. Een boek uitgegeven in eigen beheer’, p. 137-155;
    • H. Brinkman, ‘De const ter perse. Publiceren bij de rederijkers voor de Reformatie’, p. 157-175;
    • R. Resoort, ‘De presentatie van drukwerk in de volkstaal in de Nederlanden tot 1501: waar zijn de auteurs, vertalers en opdrachtgevers? Een verkenning’, p. 177-206;
    • H. Pleij, ‘Over betekenis en belang van de leesinstructie in de gedrukte proza-Reynaert van 1479’, p. 207-232.

    Plinius, De wereld. Naturalis Historia. Vert. door J. van Gelder, M. Nieuwenhuis en T. Peters. Amsterdam, 2004.
    Plinius’ boek is één van de belangrijkste doorgeefluiken van de antieke kennis naar de middeleeuwen, met een enorme invloed op de artesliteratuur. Uit de beschrijving op de website van de uitgever: ‘“Twee keer per etmaal komt de Oceaan daar met geweldige watermassa’s over een onmetelijke afstand opzetten en bedekt eeuwig door de natuur omstreden gebied waarvan het onduidelijk is of het bij het vasteland hoort of deel uitmaakt van de zee. Daar bewoont dat arme volk hoge terpen.” Zo beschreef Plinius (23-79 n.Chr.) in zijn levenswerk, De wereld (Naturalis historia), de bewoners van de kust van de Waddenzee. In dit overzicht van antieke kennis, gebaseerd op honderden Griekse en Romeinse bronnen, behandelt Plinius achtereenvolgens de hemel, de aarde, mensen, dieren, planten, geneesmiddelen, steen, metalen en kunstwerken. Hij schrijft over insecten, vogels, exotische beesten, rare mensen, overstromende rivieren, ingepolderd land. Over 185 soorten wijn en de opslag ervan. Hoe je touw maakt, hoe papyrus, of glas, hoe je edelstenen vervalst. Honderden plantaardige en minerale geneesmiddelen somt hij op, tegen allerhande kwalen, vaak onzinnig, dikwijls effectief, maar altijd boeiend. En tussen alle wetenswaardigheden door is Plinius’ allesomvattende boek rijkelijk gelardeerd met anekdotes en sappige verhalen. De wereld bevat een ruime en representatieve selectie uit alle zevendertig boeken, waarmee, voor het eerst in het Nederlands, recht wordt gedaan aan een van de interessantste schrijvers uit de Oudheid, een schrijver die ons graag ook nog had verteld hoe een vulkaanuitbarsting er van dichtbij uitziet, maar dat experiment helaas niet overleefde.’

    V. Postel, ‘Conditoris imago: Vom Bilde menslicher Arbeit im frühen Mittelalter’. In: Saeculum. Jahrbuch für Universalgeschichte 55 (2004), p. 1-18.

    E. Poulle, ‘L’horloge planétaire d’Henri Arnault de Zwolle’. In: Scientiarum Historia 28 (2002), 31-46.

    H.C. Pouls, De landmeter Jan Pietersz. Dou en de Hollandse Cirkel. Delft, 2004. Nederlandse Commissie voor Geodesie 41.
    In 1612 verscheen van de hand van de landmeter Jan Pietersz. Dou het Tractaet vant maken ende Gebruycken eens nieu gheordonneerden Mathematischen Instruments. Hierin werd een nieuw landmeetkundig instrument beschreven. Dit nieuwe instrument had hij onder meer gebruikt bij de droogmakerij van de Beemster. Het werd gedurende bijna 200 jaar het meest gebruikte instrument van de Nederlandse landmeters. Dit instrument is men later Cirkel van Dou of Hollandse Cirkel gaan noemen. Interessant voor de artes, aangezien in deze publicatie niet alleen wordt ingegaan op de inhoud van het traktaat, maar op p. 2-35 o.a. ook aandacht voor zaken als ‘De Hollandse landmeter, ca.1300 - begin 17e eeuw’, ‘De theoretische en praktische kennis van de landmeter, 13e - 16e eeuw’, en ‘Het instrumentarium van de landmeter tot ca. 1600’. Online te bekijken via www.ncg.knaw.nl/Publicaties/Groen/pdf/41Pouls.pdf.

    J. Reijnders, ‘Eetregimes in de Middeleeuwen [Recensie van: P.J.E.M. van Dam en J.M. van Winter (gastred.), Eetregimes in de Middeleeuwen. Themanummer Tijdschrift voor Sociale Geschiedenis 29 (2003), 4]’. In: Madoc. Tijdschrift over de Middeleeuwen 18 (2004), 109-112.

    J. Reynaert, ‘Astrologie en determinisme in Middelnederlandse teksten omstreeks 1300’. In: Spiegel der Letteren. Tijdschrift voor Nederlandse literatuurgeschiedenis en voor literatuurwetenschap 46 (2004), nr. 2, p. 105-131.
    Mooi, in zijn preciesheid van formuleren typisch Reynaerdiaans artikel over de toenemende scepsis in met name het werk van Maerlant ten opzichte van de rol van astrologie, het lot en determinisme. Fascinerend.

    J. Reynaert, ‘Wereldbeeld en astrologie in Middelnederlandse didactische literatuur (tot ca. 1400)’. In: Nederlandse Letterkunde 9 (2004), p. 210-236.

    K. Robertson en M. Uebel (ed.), The Middle Ages at Work. Practicing Labor in Late Medieval England. New York 2004. The New Middle Ages.

    J. van Schaik, ‘De traditie van de biologisch-dynamische landbouw: Astrologie en magie in de middeleeuwen (tot 1300)’. In: Dynamisch Perspectief (2004), nr. 4, p. 27-30.

    J. van Schaik, ‘De traditie van de biologisch-dynamische landbouw: Van de middeleeuwen tot 1800’. In: Dynamisch Perspectief (2004), nr. 5, p. 26-29.

    K.A. Seaver, Maps, Myths, and Men. The Story of the Vinland Map. Stanford, 2004.

    J.A. Secord, ‘Knowledge in Transit’. In: Isis. International Review Devoted to the History of Science and its Civilisation 95 (2004), p. 654-673.

    S. Shahar, Growing Old in the Middle Ages. ‘Winter Clothes Us in Shadow and Pain’. Londen, 2004.

    S. Sweetinburgh, The Role of the Hospital in Medieval England. Gift-Giving and the Spiritual Economy. Dublin, 2004.
    Zie ook McCleery elders in deze literatuurlijst.

    R.W. Unger, Beer in the Middle Ages and the Renaissance. Philadelphia, 2004.
    Uit de recensie in The Medieval Review (06.01.15): ‘Unger traces the technical character of the beverage and the social context of beer drinking, which was very different from modern perceptions. […] During the fourteenth and fifteenth centuries, as beer became both better and relatively cheaper, and as wars disrupted French wine production and distribution, the border between wine and beer areas moved south and west as far as Paris. The northern Low Countries were the earliest major export market to develop for hopped north German beer. Faced with a loss of income from the gruitgeld, the counts of Holland initially forbade the production of and trade in hopped beer, but in the early fourteenth century several Dutch towns got charters permitting their brewers to make hopped beer. The charter of Dordrecht (1321) distinguished between hoppenbier and ael (unhopped beer). This distinction persisted in the English words and practice. The word "beer" was imported into England from continental usage. The older technique with gruit did not end immediately, for brewers had to learn the right proportions of hops and other ingredients by trial and error, just as North German brewers had made hopped beer for some time before they started exporting it, and the Dutch brewers were the same. The major increase in Dutch production came between c. 1380 and 1450. Hops were initially imported from Germany, but they were being grown in the northern Netherlands by the fourteenth century and soon exported. Production changed from the household to the workshop, and the trade became more professionalized. Beer, second only to export quality textiles, became crucial to the transformation of Holland to a primarily commercial and industrial economy.’

    L. Vaňková, Medizinische Fachprosa aus Mähren. Sprache – Struktur – Edition. Wiesbaden, 2004. Wissensliteratur im Mittelalter 41.
    Betreft uitvoerige studie naar laatmiddeleeuwse medische teksten uit Moravië, in het oosten van Tsjechië, die in het Duits zijn geschreven. Met kritische edities (afzonderlijk gepagineerd) van o.a. een medisch compendium, verschillende chirurgieën, een kruidenboek en een traktaat over oliën, zalven, poeders en plaesters. Veel overeenkomsten met vergelijkbare Middelnederlandse teksten.

    R. Vermeij, ‘De receptie van de copernicaanse astronomie in de Nederlandse Republiek, 1570-1750 [Bespreking van: R. Vermeij, The Calvinist Copernicans. the Reception of the New Astronomy in the Dutch Republic, 1575-1750. Amsterdam, 2002. Geschiedenis van de Wetenschap in Nederland 1]’. In: Nieuwsbrief Universiteitsgeschiedenis 10 (2004), nr. 2, p. 71-72.

    A. de Vries, ‘[Internetrecensie van: E. Huizenga, Bitterzoete Balsem. Geneeskunde, chirurgie en farmacie in de late Middeleeuwen. Hilversum, 2004].’ Internetpublicatie op website: www.historisch huis.nl/recensies/recensie298.htm.

    W.A. Wallace, Domingo de Soto and the Early Galileo. Essays on Intellectual History. Aldershot, 2004. Variorum Collected Studies Series 783.

    M. Weichenhan, Ergo perit coelum… Die Supernova des Jahres 1572 und die Überwindung der aristotelischen Kosmologie. Stuttgart, 2004.
    Belangrijke monografie over de overgang in de zestiende eeuw van de Aristotelische kosmologie naar een hemelbeeld waarin de aarde niet meer centraal staat. Begeleidende tekst uit de folder: ‘In der traditionellen Kosmologie galt seit Aristoteles der Himmel als unveränderlich. Die Erscheinung eines neuen Sterns 1572 und der Kometen nach 1577 erschütterten diese Gewißheit. Auf Grund präziser Beobachtungen und Berechnungen gelang der Nachweis, daß die Region oberhalb des Mondes im Gegensatz zur Kosmologie des Aristoteles veränderlich ist. Das letzte Drittel des 16. Jahrhunderts erweist sich demnach astronomiegeschichtlich nicht allein von der allmählichen Rezeption des heliostatischen Weltsystems geprägt, sondern stärker noch von den Interpretationen “neuer” Erscheinungen am Himmel. Der Band zeichnet die Geschichte der Auffassungen von der Unveränderlichkeit des Himmels seit Aristoteles nach, diskutiert einzelne traditionelle Alternativen und zeigt, in welch unterschiedlichen Kontexten die neuen Objekte des Himmels interpretiert wurden. Indem neben astronomischen und philosophischen Konzeptionen auch astrologische und theologische Vorstellungen thematisiert werden, entsteht ein Bild der Genese neuzeitlicher wissenschaftlicher Kosmologie, das deren Facettenreichtum zur Geltung bringt.’

    J.M. van Winter, ‘Green Salads. An Innovation in the Diet of the Renaissance Period’. In: P. Lysaght en C. Burckhardt-Seebass (ed.), Changing Tastes. Food Culture and the Processes of Industrialization. Proceedings of the 14th Conference of the International Commission for Ethnological Food Research, Basel and Vevey, Switzerland, 30 September - 6 October 2002. Basel, 2004, p. 182-190. Schweizerische Gesellschaft für Volkskunde in association with The Department of Irish Folklore, University College Dublin.

    J.M. van Winter, ‘Visrecepten in laat-middeleeuwse en vroeg-moderne kookboeken’. In: L.M. Helmus (red.), Vis. Stillevens van Hollandse en Vlaamse meesters 1550-1700. Utrecht, 2004, p.139-153. (Ook verschenen als: J.M. van Winter, ‘Fish Recipes in Late-Medieval and Early-Modern Cookbooks’. In: L.M. Helmus (red.), Fish. Still Lifes by Dutch and Flemish Masters 1550-1700. Utrecht, 2004, p.139-153.)

    M. de Wit, ‘Alfabetische droomboeken: antiek en actueel’. In: Madoc. Tijdschrift over de Middeleeuwen 18 (2004), nr. 4, p. 249-257.
    Ook van belang voor de studie naar de artes, aangezien een aanzienlijk aantal van dergelijke droomboeken (Somnialia) in bezit blijken te zijn geweest van én gebruikt door bijvoorbeeld medici en gegoede huishoudens.

    D. Wood (ed.), Medieval Money MattersOxford, 2004.

    R. Zanderink, ‘Herfsttij der geneeskunde. De geschiedenis van colchicine’. In: Geschiedenis der geneeskunde 10 (2004), 4-13.

    M.-T. Zenner (ed.), Villard’s Legacy. Studies in Medieval Technology, Science and Art in Memory of Jean Gimpel. Aldershot, [verschijnt 2004]. Avista. Studies in the History of Medieval Technology, Science and Art.

    M.T. Zenner (ed.), Villard’s Legacy. Studies in Medieval Technology, Science and Art in Memory of Jean Gimpel. Aldershot, 2004. Studies in the History of Medieval Technology, Science and Art.
    Veelzijdige huldebundel over o.a. de architectuur van Villard de Honnecourt, geometrie, kathedralenbouw en naamsvermeldingen van bouwmeesters in steen, middeleeuwse paardenharnassen, astronomie en tijdsbegrip.

    2005

    B. van den Abeele en H. Meyer (ed.), Bartholomaeus Anglicus, De proprietatibus rerum. Texte latin et réception vernaculaire - Lateinischer Text und volkssprachige Rezeption. Actes du colloque international - Akten des Internationalen Kolloquiums - Münster, 9.-11.10.2003. Turnhout, 2005. De Diversis Artibus 74. 

    B. van den Abeele, ‘Traités de fauconnerie de la Renaissance: quelques lignes de force.’ In: J.M. Fradejas Rueda (ed.), Los Libros de caza. Torsesillas, 2005, p. 207-237.

    P. Acker, ‘A Middle English Prognostication by Winds in Columbia University, Plimpton MS. 260’. In: Journal of the Early Book Society for the Study of Manuscripts and Printing History 8 (2005), p. 261-267.

    M. Atchison, The Chansonnier of Oxford Bodleian MS Douce 308. Essays and Complete Edition of Texts. Aldershot, 2005.

    A. Ayton en P. Preston, The Battle of Crecy, 1346. Woodbridge, 2005. Warfare in History 22.

    S. Barney (ed. en vert.), Isidore of Seville’s Etymologies. Cambridge, (ter perse; verschijnt 2005).
    Volledige, nieuwe vertaling van dit belangrijkste vroegmiddeleeuwse werk voor de transmissie van de zeven artes liberales.

    A.W. Bates, ‘Good, Common, Regular, and Orderly. Early Modern Classifications of Monstruous Births’. In: Social History of Medicine 18 (2005), nr. 2, p. 141-158.

    L. van Beek, ‘[Recensie van: O.S.H. Lie en J. Reynaert (red.), Artes in context. Opstellen over het handschriftelijke milieu van Middelnederlandse artesteksten. Hilversum, 2004. Artesliteratuur in de Nederlanden 3].’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Letterkunde 121 (2005), nr. 2, p. 191 [Rubriek: Signalementen].

    A.M.B. Berger, Medieval Music and the Art of Memory. Berkeley, 2005.

    B. Berger en A. Maria, Medieval Music and the Art of Memory. Berkely [etc.], 2005.

    B. Bildhauer, Medieval Blood. Cardiff, 2005. Religion and Culture in the Middle Ages.
    Belicht de middeleeuwse denkbeelden over bloed vanuit verschillende standpunten, waaronder het religieuze en het medische. Uit de begeleidende tekst op de website van de uitgever: ‘The author’s central thesis is that blood affirms the body as one of the major tenets of medieval thought and identity. ‘The body’ is not a given, enclosed, unified entity, always already different from the mind and from its surroundings. The concept of such an enclosed body is instead produced by various strategies, of which several use blood. The first chapter, ‘The secret of blood’, argues that blood is ascribed a huge value in establishing the truth. First and foremost, it reveals the integrity of the body in a circular conclusion in cases ranging from Christ’s body on the cross and in the eucharist to murder and the generation of embryos. In the second chapter, ‘Blood taboos’, the author discusses how situations in which the body bleeds are marked as transgressive and accordingly punished, thus paradoxically confirming the idea of the body as normally integral. Prohibitions of bloodshed and of other contact with blood thus work to uphold the model of a bounded body. However, the idea of an invulnerable, completely enclosed body is also exposed as an unattainable fantasy in medieval fiction. This book will appeal to scholars and students who are interested in the history of the body across a wide range of disciplines: German studies, literature, medieval history, history of religion, history of medicine and gender studies.’

    R.-A. Blondeau, Jan Yperman. Vader van de Vlaamse heelkunde ca. 1275-1331. Ieper, 2005.
    Monografie over de belangrijkste in het Middelnederlands schrijvende chirurg. Het boek is geen feitelijke biografie of bespreking van Ypermans werk, maar, in de woorden van de auteur zelf, ‘het verhaal van zijn ontdekking in de 19de eeuw, en van de tijd waarin hij leefde. Stap voor stap worden de pogingen nagegaan die ondernomen werden om steeds meer over hem te weet te komen’ (p. 12). Met aandacht voor Yperman-vorsers als Willems, Diegerick, Broeckx, Van Leersum en Elaut.

    S. Bogaart, ‘[Recensie van: H. Pleij, J. Reynaert e.a., Geschreven en gedrukt. Boekproductie van handschrift naar druk in de overgang van Middeleeuwen naar moderne tijd. Gent, 2004]’. In: Nederlandse Letterkunde 10 (2005), nr. 4, p. 340-342.
    Zie ook W-mail 6 (2005), nr. 1, p. 33-35.

    S. Bogaart, ‘[Recensie van: O.S.H. Lie en J. Reynaert (red.), Artes in context. Opstellen over het handschriftelijke milieu van Middelnederlandse artesteksten. Hilversum, 2004. Artesliteratuur in de Nederlanden 3]’. In: Nederlandse Letterkunde 10 (2005), nr. 4, p. 334-336.

    R. Bork (ed.), De Re Metallica. On Metals and Their Uses in the Middle Ages. Aldershot, [verschijnt 2005]. Studies in the History of Medieval Technology, Science and Art.
    Bundel van 23 artikelen.

    J. Boussauw, Vogels in volksgeloof, magie en mythologie. Baarn, 2005.
    Dit boek is een bundeling van de fantastische verhalen die in de loop der eeuwen over vogels de ronde hebben gedaan. Sommige zijn waar, andere niet. De verhalen zijn vermakelijk, leerzaam en boeiend opgeschreven. Het boek beschrijft niet alleen een vijftigtal veel voorkomende vogels, maar vooral ook de houding van de mens tegenover hen. Dat levert een interessant stuk cultuurgeschiedenis op. Er is verder veel aandacht voor volksnamen, en voor onderwerpen als volksgeloof, geneeskunde, sprookjes, en legenden. Dit alles wordt geïllustreerd met mooie houtsneden van vogels uit Middeleeuwse boeken – het is alleen al daarom de moeite waard.

    C. o’Boyle, ‘Astrology and Medicine in Later Medieval England. The Calendars of John Somer and Nicholas of Lynn’. In: Sudhoffs Archiv. Zeitschrift für Wissenschaftsgeschichte 89 (2005), nr. 1, p. 1-22.
    Interessant artikel over de relaties tussen geneeskunde en astrologie in twee Engelse kalenders uit het einde van de veertiende eeuw.

    W.L. Braekman, ‘[Recensie van: J. Claes, A. Claes en K. Vincke, Geneesheiligen in de lage landen. Leuven, 2005]’. In: Volkskunde. Driemaandelijks tijdschrift voor de studie van het volksleven 106 (2005), p. 438-439.

    W.L. Braekman, ‘Een nieuw zestiende-eeuws medisch manuscript uit Gelderland’. In: Scientiarum Historia. Tijdschrift voor de geschiedenis van de wetenschappen en de geneeskunde 31 (2005), nr. 2, p. 113-123.
    Betreft het zeer interessante maar totaal onbekende handschrift Bethesda (Maryland, USA), National Library of Medicine, Ms. 58 – het wordt niet genoemd in Jansen-Siebens Repertorium van de Middelnederlandse artes-literatuur. De kleine codex (octavo-formaat) is waarschijnlijk ontstaan in de eerste helft van de zestiende eeuw in Gelderland. De inhoud bestaat onder andere uit traktaten over brandewijntraktaat en urine, en een grote verzameling medische en culinaire recepten.

    W.L. Braekman, ‘Maycken Jacquets’ Brabants kookboek in opbouw (16de e.)’. In: Eigen Schoon en de Brabander 88 (2005), p. 93-108.
    Vgl. over Maycken Jacquet en haar kookboek ook W-mail 5 (2004), nr. 2, p. 29.

    H. Brand (ed.), Trade, Diplomacy and Cultural Exchange. Continuity and Change in the North Sea Area and the Baltic c. 1350-1750. Hilversum, 2005. Groninger Hanze Studies 1.
    Ook van belang voor de artes vanwege de aan de artes mechanicae gerelateerde onderwerpen (handel, koopmansboeken, vervoer, mechanische constructies etc.).

    D. Buisseret, The Mapmaker’s Quest. Depicting New Worlds in Renaissance Europe. Oxford, 2005.

    N. Chareyron, Pilgrims to Jerusalem in the Middle Ages. Vert. W.D. Wilson. New York, 2005.
    Uit de beschrijving van de uitgever: ‘As medieval pilgrims made their way to the places where Jesus Christ lived and suffered, they experienced, among other things: holy sites, the majesty of the Egyptian pyramids (often referred to as the “Pharaoh's granaries”), dips in the Dead Sea, unfamiliar desert landscape, the perils of traveling along the Nile, the customs of their Muslim hosts, Barbary pirates, lice, inconsiderate traveling companions, and a variety of difficulties, both great and small. In this richly detailed study, Nicole Cahreyron draws on more than one hundred firsthand accounts as she explores the journeys and worldviews of medieval pilgrims. Her work brings the reader into vivid, intimate contact with the pilgrims' thoughts and emotions as they made the frequently difficult pilgrimage to the Holy Land and back home again. Unlike the knights, princes, and soldiers of the Crusades, who traveled to the Holy Land for the purpose of reclaiming it for Christendom, these subsequent pilgrims of various nationalities, professions, and social classes were motivated by both religious piety and personal curiosity. The travelers not only wrote journals and memoirs for themselves but also to convey to others the majesty and strangeness of distant lands. In their accounts, the pilgrims relate their sense of astonishment, pity, admiration, and disappointment with humor and a touching sincerity and honesty.’

    J. Claes, A. Claes en K. Vincke, Geneesheiligen in de lage landen. Leuven, 2005.
    Belangrijk naslagwerk over heiligen die in de Middeleeuwen werden aangeroepen voor allerlei uiteenlopende ziekten, aandoeningen en kwalen. Uit de recensie van Braekman (zie verderop in deze W-mail): ‘Dit overvloedig, met talloze afbeeldingen in kleur geïllustreerd compendium is geordend naar vierenvijftig kwalen of ongemakken die alfabetisch zijn geschikt. Ze omvatten ziekten gaande van Antoniusvuur, armpijn, bedplassen, enz. tot zilt, zinneloosheid en zweren. Bij elke kwaal wordt, waar mogelijk, uitgegaan van die heilige die ervoor het representatiefst is, d.i. het meest tegen de besproken kwaal wordt vereerd. Eventueel andere heiligen zijn eveneens vermeld zonder dat daarbij echter volledigheid wordt beoogd. Na een samenvatting van leven, legenden en attributen van de betrokken heilige […] volgt een lijst van bedevaartsplaatsen met vermelding van eventuele opvallende rituelen en gebruiken.’

    S. Clark en E.E. Leach (red.), Citation and Authority in Medieval and Renaissance Musical Culture. Learning from the Learned. Essays in Honour of Margaret Bent. Rochester [etc.], 2005.

    M. Clouzot en C. Laloue (ed.), Les répresentations de la musique au Moyen Age. Parijs, 2005.

    M. Crosland, ‘Early Laboratories c. 1600 – c. 1800 and the Location of Experimental Science’. In: Annals of Science. The History of Science and Technology 62 (2005), nr. 2, p. 233-253.

    O. Damme, ‘Bibliografische nota’s 114’. In: Sci. Hist. 31 (2005), nr. 2, 167-230.
    Biedt schat aan bibliografie over de wetenschapsgeschiedenis en de artesliteratuur van de afgelopen drie, vier jaar.

    K. Davids, ‘Craft secrecy in Europe in the Early Modern Period: A Comparative View’. In: Early Science And Medicine. A Journal for the Study of Science, Technology and Medicine in the Pre-Modern Period 10 (2005), nr. 2, p. 341-348.

    K. Davids, ‘Public Knowledge and Common Secrets. Secrecy and its Limits in the Early-Modern Netherlands’. In: Early Science And Medicine. A Journal for the Study of Science, Technology and Medicine in the Pre-Modern Period 10 (2005), nr. 2, p. 411-427.

    I. Draelants, ‘La question ou le débat scolastique comme formes du discours scientifique dans les encyclopédies naturelles du XIIIe siècle: Thomas de Cantimpré et Vincent de Beauvais’. In: Scientiarum Historia. Tijdschrift voor de geschiedenis van de wetenschappen en de geneeskunde 31 (2005), nr. 2, p. 125-153.
    Ook van belang voor de Middelnederlandse artes in verband met Maerlants connectie met deze encyclopedieën, onder andere in zijn Der naturen bloeme.

    S. Dupré, ‘Ausonio´s Mirrors and Galileo´s Lenses. The Telescope and Sixteenth-Century Practical Optical Knowledge’. In: Galilaeana. Journal of Galilean Studies 2 (2005), p. 145-180.

    W. Eamon, ‘The Charlatan’s Trial. An Italian Surgeon in the Court of King Philip II, 1576-1577’. In: Cronos. Cuadernos Valencianos de Historia de la Medicina y de la Ciencia 8 (2005), p. 3-30.

    P. Feuersten (ed.), “Gots verhengnis und seine straffe”. Zur Geschichte der Seuchen in der Frühen Neuzeit. Wiesbaden, 2005. Ausstellungskataloge der Herzog August Bibliothek 84.
    Katalogus bij een gelijknamige tentoonstelling over de pest.

    D. Freedberg en D. Pegler (ed.), Fungi. The Paper Museum of Cassiano dal Pozzo, Natural History Series, II. 3 Dln. Londen, 2005. The Royal Collection in association with Harvey Miller. Series B - Natural History of the Paper Museum of Cassiano dal Pozzo.
    Uitgave van een bijzondere collectie natuurtekeningen. Uit de catalogus van de uitgever: ‘These three volumes catalogue the extensive corpus of mycological drawings in the Paper Museum of Cassiano dal Pozzo (1588-1657). Executed in watercolour between 1625 and 1630 and depicting fungi native to Umbria and the environs of Rome, they constitute the first sustained attempt to survey all the larger fungi of a region, recording in detail the stages of their growth. Laden with notes on colour, smell, taste, weight, season and the locality in which the specimens had been found, the almost six hundred folios were commissioned by Federico Cesi (1585-1630), founder of Europe’s first scientific academy, the Accademia dei Lincei. They were acquired by Cassiano dal Pozzo after Cesi’s death and were greatly admired by those who saw them in the seventeenth and eighteenth centuries. Thought to have been lost until their rediscovery in 1979 in the library of the Institut de France in Paris, the drawings are also remarkable for their pioneering use of the microscope, a novel instrument given to Cesi in 1624 by Galileo and used throughout the pages of these manuscripts to enhance the direct observation of nature. Also included are drawings of fungi commissioned by Cassiano and his brother Carlo Antonio dal Pozzo now in the Royal Library, Windsor Castle, and an early set of copies of the Cesi originals in the library of the Royal Botanic Gardens at Kew. Each drawing is reproduced in colour with accompanying text, and two introductory essays discuss the scientific investigations and collecting activities of Cesi and Cassiano and the importance of these drawings in the history of science and art.’

    G. van Gemert e.a. (red.), Orbis doctus, 1500-1850. Perspectieven op de geleerde wereld van Europa. Plaatsen en personen. Opstellen aangeboden aan professor dr. J.A.H. Bots. Amsterdam [etc.], 2005. Studies van het Instituut Pierre Bayle voor Intellectuele Betrekkingen tussen de Westeuropese Landen in de nieuwe tijd 34.
    Bijdragen in het Nederlands, Duits, Engels en Frans. Samenvatting uit de electronische nieuwsbrief NedCultuur 20 (2005), nr. 6: ‘[…] bevat achttien artikelen op het gebied van de intellectuele geschiedenis van de vroeg-moderne tijd. Een aantal bijdragen betreft de plaatsen waarin de productie van wetenschap en de uitwisseling van kennis tussen geleerden plaatsvonden. Dit waren bijvoorbeeld kloosters, vorstelijke hoven, militaire academies, literaire genootschappen, tuinen en uitgeverijen. Andere bijdragen zijn meer gericht op individuele geleerden […]. Onderwerp van onderzoek is de wetenschapsgeschiedenis van West-Europa en daarbij zijn enkele artikelen toegespitst op verschijnselen in Nederland.[…] De opstellen zijn opgedragen aan Hans Bots, directeur van het Pierre Bayle Instituut van de Radboud Universiteit Nijmegen, ter ere van diens emiraat.’

    R.H. van Gent, ‘Het sterrenlied in het Hollandse zeevaartonderwijs. Berijmde instructies voor het vinden van de sterrenbeelden en het uur van de nacht’. In: Gewina. Tijdschrift voor de Geschiedenis der Geneeskunde, Natuurwetenschappen, Wiskunde en Techniek 28 (2005), nr. 4, p. 208-221.
    Behandelt een zeer bijzondere categorie liederen, de zgn. ‘sterrenliederen’. Dergelijke liederen waren soms onderdeel van handleidingen voor zeelieden om te navigeren. Het waren mnemonische hulpmiddelen, bedoeld om de nachtelijke sterrenbeelden te leren of om ’s nachts het uur te bepalen. De oudste van deze liederen dateert uit het einde van de zestiende eeuw.

    W.P. Gerritsen, ‘De wereld volgens een zestiende-eeuwse arts. Joos Balbian en de alchemie’. In: Madoc. Tijdschrift over de Middeleeuwen 19 (2005), nr. 2, p. 85-89. [Bespreking van: A. van Gijsen, Joos Balbian en de steen der wijzen. De alchemistische nalatenschap van een zestiende-eeuwse arts. Leuven, 2004. Antwerpse Studies over Nederlandse Literatuurgeschiedenis 9.]

    B. Guineau, Glossaire des matériaux de la couleur et des termes techniques employés dans les recettes de couleurs anciennes. Turnhout, 2005. De Diversis Artibus 73.
    Uit de begeleidende tekst van de uitgever: ‘Bernard Guineau n'est pas seulement un pionnier dans l'application des méthodes physico-chimiques aux pigments et aux colorants anciens. Il a aussi scruté la littérature technique de la couleur depuis l'Antiquité jusqu'au XXe siècle. Le présent dictionnaire résulte d'immenses recherches documentaires. Il fournit l'identification, et très souvent la formule chimique de plusieurs milliers de termes anciens relatifs à la couleur et aux matériaux de la couleur. C'est un outil indispensable pour l'historien d'art, l'historien des sciences, l'analyste, mais aussi le restaurateur et l'artisan.’

    R. van Hee, ‘1543-1643: De eeuw van de definitieve afbraak van het Galenische denken’. In: Kring voor de geschiedenis van de pharmacie in Benelux 109 (2005), p. 7-20.

    R. van Hee, ‘Chirurgie in het Middelnederlands [Recensie van: E. Huizenga, Tussen autoriteit en empirie. De Middelnederlandse chirurgieën in de veertiende en vijftiende eeuw en hun maatschappelijke context. Hilversum, 2003. Artesliteratuur in de Nederlanden 2]’. In: Geschiedenis der Geneeskunde 10 (2005), nr. 6, p. 56-58.

    B. Hellemans, J. Raaijmakers en C. van Rhijn (samenst.), Ooggetuigen van de Middeleeuwen. In meer dan honderd reportages. Woord vooraf door F. van Oostrom. Amsterdam, 2005.
    Prachtige, buitengewoon informatieve bundel, waarin ruim honderd fragmenten uit ooggetuigeverslagen zijn verzameld, die een caleidoscopisch beeld geven van de middeleeuwse samenleving in de periode 500 tot 1550 n.Chr. Hoe zag het hof van Attila de Hun er eigenlijk uit? Wat waren motieven van de kruisvaarders zelf om haven en goed te verlaten, en hoe dachten hun tegenstanders over de invallers uit het Westen? Hoe moeten we ons het leven op een middeleeuws klooster precies voorstellen? En welke rol speelden heiligen en hun wonderen in het dagelijks leven van de mensen? En ook komen er talrijke artesonderwerpen aan bod, waarbij de middeleeuwse schrijvers zelf het woord voeren. Daarbij noem ik: Richard van Reims (10e eeuw) over de honger naar kennis (p. 57-59); Usamah Ibn Munqidh (ca. 1175) over heelmeesters (p. 99-101); Salimbene (1239) over een zonsverduistering (p. 113-114); Guy de Chauliac (1348) over de pest in Avignon (p. 142-145); Boccaccio (1348) over de pest in Florence (p. 145-147); Christine de Pisan (1405) over vrouwzijn (p. 167-169); Johannes van Lochem (1520) over de genezing van een breuk (p. 201-202); en een anonymus (1542) over een aardbeving in Scarperia (p. 203-205).

    L. Hill Curth, ‘The Medical Content of English Almanacs 1640–1700’. In: Journal for the History of Medicine and Allied Scienes 60 (2005), p. 255-282.
    Interessant vanwege de manier waarop ontwikkelingen, ingezet in de Middeleeuwen, zich manifesteerden in een latere periode. Samenvatting: ‘[…] the seventeenth century […] marked […] a dramatic rise in all types of printed works. The 1640s are especially significant in the evolution of printed vernacular medical publications, which continued to flourish during the rest of the century. While recent studies on popular medical books have contributed greatly to our understanding of contemporary medical beliefs and practices, they have failed to properly recognize the effect that almanacs had on early modern medicine. Although their primary function was not to disseminate medical information, most provided a great deal of medical information. Furthermore, these cheap, annual publications targeted and were read by a wide cross-section of the public, making them the first true form of British mass media. This article is based on the content of 1,392 almanacs printed between 1640 and 1700, which may make it the largest comparative study of the medical content of any early modern printed works. The project has resulted in two major findings. First of all, almanacs played a major part in the dissemination, continuing popularity, and longevity of traditional astrological and Galenic beliefs and practices. Secondly, at the same time, almanacs played an important early role in the growth of medical materialism in Britain.’

    H. Houtzager, ‘Nicolaas Florenas en zijn invloed op Versalius’. In: Tijdschrift voor Geneeskunde 61 (2005), nr. 1, p. 68-72.

    H. Houtzager, ‘Voor- en tegenstanders van Andreas Vesalius’. In: Geschiedenis der Geneeskunde 10 (2005), nr. 6, p. 39-45.

    M. Huglo, La théorie de la musique antique et médiévale. Aldershot, 2005.

    E. Huizenga, ‘Wetenschap in dienst van de fictie. Het gebed over de zeven planeten in de Malagis’. In: B. Besamusca en J. Tigelaar (red.), Karolus rex. Studies over de middeleeuwse verhaaltraditie rond Karel de Grote. Hilversum, 2005, p. 167-180. Middeleeuwse Studies en Bronnen 83.

    G. Ilnitchi, The Play of Meanings. Aribo's De musica and the Hermeneutics of Musical Thought. Lanham, MD, 2005.

    D. Jacquart en C. Burnett (ed.), Scientia in margine. Études sur les marginalia dans les manuscrits scientifiques du Moyen Age à la Renaissance. Genève, 2005. Hautes Études médiévales et modernes 88.

    D. Jacquart, ‘[Recensie van: M.H. Green, The Trotula. A Medieval Compendium of Women’s Medicine. Philadelphia, 2001; en van: R. Graves, Born to Procreate. Women and Childbirth in France from the Middle Ages to the Eighteenth Century. New York, 2001. Studies in the Humanities 53].’ In: Isis. International Review Devoted to the History of Science and its Civilisation 96 (2005), p. 95-96.

    K.P. Jankrift, Mit Gott und schwarzer Magie. Medizin im Mittelalter. Darmstadt, 2005.

    R. Jansen-Sieben, ‘[Recensie van: E. Huizenga (ed.), Het Weense arteshandschrift. Hs. Wenen, Österreichische Nationalbibliothek, 2818. Diplomatische editie. Hilversum, 2004. Middeleeuwse Verzamelhandschriften uit de Nederlanden 10]’. In: Gewina. Tijdschrift voor de Geschiedenis der Geneeskunde, Natuurwetenschappen, Wiskunde en Techniek 28 (2005), nr. 4, p. 240-242.
    Ook verschenen als: ‘De belangrijkste medische codex van de Nederlanden’. In: Queeste. Tijdschrift over middeleeuwse letterkunde in de Nederlanden 12 (2006), nr. 2, p. 175-177.

    F. de Jongh, ‘Sidrac – de vraagbaak van de Middeleeuwen!. In: Madoc. Tijdschrift over de Middeleeuwen 19 (2005), nr. 4, p. 246-247. [= Recensie van de tentoonstelling Sidrac – de vraagbak van de Middeleeuwen! in het Utrechts Universiteitsmuseum van 9 juli tot en met 30 oktober 2005.]
    Zie ook W-mail 6 (2005), nr. 2, p. 22.

    J.-P. de Keersmaeker en M. de Kleene, ‘Hematiet in de volksgeneeskunde’. In: Scientiarum Historia. Tijdschrift voor de geschiedenis van de wetenschappen en de geneeskunde 31 (2005), nr. 2, p. 85-112.
    Over de genezende en magische krachten van het mineraal Hematiet, een belangrijk onderdeel van ijzererts, onder andere in verschillende Middelnederlandse lapidaria (traktaten over mineralen en stenen).

    G. Keil, ‘Serapion’. In: R. Müller (red.); H. Beck, D. Geuenich en H. Steuer (ed.), Reallexikon der Germanischen Altertumskunde. Dl. 28. Berlijn [etc.], 2005, 194b-197a.

    Fachprosaforschung – Grenzüberschreitungen 1 (2005). Ed. G. Keil. Baden – Baden, 2007.
    Eindelijk is er onder de bezielende leiding van Gundolf Keil in Duitsland de eerste jaargang van een tijdschrift-in-jaarboekvorm verschenen dat zich speciaal richt op de (Duitstalige) artesliteratuur, en dat alles in zich heeft om voor de onderzoeker of geïnteresseerde een belangrijk instrument te worden. De nadruk ligt daarbij op de Middeleeuwen en de vroegmoderne periode, maar ook de eeuwen daarvoor en daarna komen aan bod. Er is ruimte voor lange tot zéér lange artikelen (zie hieronder). Het tijdschrift is nadrukkelijk interdisciplinair en het belang ervan is daarmee óók voor onderzoekers naar de Middelnederlandse artesliteratuur groot.
    Uit de introductie op het eerste nummer (2005; verschenen eind 2007) van de uitgever: ‘Die deutsche Fachliteratur des Mittelalters ist aus den modernen Darstellungen zur Literatur- und Wissenschaftsgeschichte nicht mehr wegzudenken; zahlreiche kulturgeschichtliche Disziplinen benutzen ihre Texte als Basis. Als Fachprosa der Freien und Eigenkünste umfaßt sie das Schrifttum von Medizin, Pharmazie, Alchemie, Mathematik, Astronomie und greift über den Bergbau, die Handwerke und das Kriegswesen bis zur Wald- und Landwirtschaft, zur Seefahrt, zum Handel und zu den Verbotenen Künsten aus. Die Fachprosaforscher kommen – wie nicht anders zu erwarten – aus heterogenen Disziplinen und arbeiten als Ärzte, Apotheker, Natur-, Kultur-, Gesellschafts- und Geisteswissenschaftler mit unterschiedlicher Methodik auf unterschiedlichen Gebieten des weiten Literaturkomplexes; entsprechend weit gestreut sind ihre disparat erscheinenden Veröffentlichungen. Insofern war es angezeigt, jenen Weg weiter zu beschreiten, den Sudhoff 1908 mit ‘Sudhoffs Archiv’ erstmals gewiesen hatte und der – von Gerhard Eis gebahnt – zu einer eignen Zeitschrift führen sollte: Die ‘Fachprosaforschung’ bietet sämtlichen Disziplinen, die sich mit altdeutschen Fachprosatexten befassen, das geeignete Forum; ‘grenzüberschreitend’ greift sie von der Sozial- bis zur Militärgeschichte aus; ‘grenzüberschreitend’ verfolgt sie die Wirkungsgeschichte über die Epochenschwelle bis in die Neuzeit, und grenzübergreifend geht sie jenen Entwicklungen nach, die bereits vor der antik-mittelalterlichen Epochengrenze einsetzen. Entsprechend übergreifend angesiedelt ist sie methodisch in Grenzgebieten zwischen einzelnen Disziplinen’.
    De belangrijkste artikelen op het gebied van de middeleeuwse artesliteratuur zijn in dit eerste nummer (voor een volledig overzicht zie www.dwv-net.de/inhaltkeil.jpg):

    • R. Vollmuth, ‘Originalität und Wirkungsstärke als Kriterien historischer Wertigkeit. Dargestellt am Beispiel Walther Herman Ryffs’, p. 11-24;

    • R. Platzek, ‘Zum Problemfeld der Arzt-Patient-Beziehung. Einige zeitlose Fragen aufgewiesen an einer ortolf-haltigen Bearbeitung der »Quaestiones de medicorum statu« aus dem spätmittelalterlichen Schlesien’, p. 25-34;

    • H.M. Wellmer en G. Keil, ‘Das »Würzburger chirurgische Rezeptar«. Untersuchungen zu einer wundärztlichen Formelsammlung des späten 15. Jahrhunderts mit Textausgabe’, p. 35-104;

    • G. Keil, ‘Das »Wässerbüchlein« Gabriels von Lebenstein und die »Oberschlesischen Roger-Aphorismen«. Beobachtungen zu Wirkungsgeschichte und Provenienz’, p. 105-154;

    • G. Keil en H.-M. Gross, ‘Die »kleine Wundarznei« des Codex Farfensis 200. »Oberschlesische Roger-Aphorismen« des 14. Jahrhunderts’, p. 155-188.

    E. Kennedy (vert.), Geoffroi de Charny, A Knight's Own Book of Chivalry. Introd. door R.W. Kaeuper. Philadelphia, 2005.

    N. Klunder, Lucidarius. De Middelnederlandse Lucidarius-teksten en hun relatie tot de Europese traditie. Amsterdam, 2005. Nederlandse Literatuur en Cultuur in de Middeleeuwen 27.

    P. Kurzmann, ‘Ein Manuskript mit Zeichnungen und Benennungen alchemistischer Geräte aus dem 14. Jahrhundert’. In: Sudhoffs Archiv. Zeitschrift für Wissenschaftsgeschichte 89 (2005), p. 151-169.
    Over een reeks alchemistische tekeningen in hs. Cambridge, Trinity College, 1122, fol. 120v. De schetsen van apparaten en vaten gaan vergezeld van Latijnse bijschriften, die op hun beurt werden vertaald in het Duits. De schetsen en bijschriften worden geëditeerd en becommentarieerd.

    C. Kwakman, ‘Slijkburgers in Utrecht’. In: Madoc. Tijdschrift over de Middeleeuwen 19 (2005), nr. 3, p. 167-174.
    Zeer interessant artikel over een opvallend laatmiddeleeuws verschijnsel: slijkburgers, burgers die door stedelijke overheden werden aangesteld om bepaalde, duidelijk omschreven plaatsen in de stad schoon te maken en schoon te houden. Daarmee verwierven zij het burgerschap van die stad, in het artikel met name van Utrecht. Slijkburgers vervulden daarmee een belangrijke rol in de verbetering van de hygiëne in steden. Uit het onderzoek blijkt dat ze met name werden aangesteld in tijden van ernstige epidemieën, een aanwijzing dat er een duidelijk verband werd gezien tussen het optreden van ziekten en het onderhouden van een zo goed mogelijke hygiëne in de volgepakte steden.

    K. van ‘t Land, ‘[Recensie van: E. Huizenga, O.S.H. Lie, en L.M. Veltman (ed.), Een wereld van kennis. Bloemlezing uit de Middelnederlandse artesliteratuur. Hilversum, 2002. Artesliteratuur in de Nederlanden 1]’. In: Gewina. Tijdschrift voor de Geschiedenis der Geneeskunde, Natuurwetenschappen, Wiskunde en Techniek 28 (2005), nr. 2, p. 113-114.

    K. van ‘t Land, ‘Het verloop van evenwicht. Mens en samenleving in laatmiddeleeuwse humoraaltheorieën’. In: Gewina. Tijdschrift voor de Geschiedenis der Geneeskunde, Natuurwetenschappen, Wiskunde en Techniek 28 (2005), nr. 2, p. 61-78.
    Prachtig artikel over een belangrijk aspect van een groot deel van de middeleeuwse artesliteratuur. Uit de samenvatting: ‘Medieval humoral theories reflected a view on both man and society. The theories clearly defined the worst and the best physical balance possible, and the ideas could be linked to judgments on society. The popular theory of temperaments envisaged the sanguine man as the perfect human being. He was a merry, wealthy, courteous nobleman; a powerful secular ideal. Learned medicine used a humoral theory in which health was described as the right proportion between the different quantities. In the fit body, every humour knew its correct place, and would not thread beyond its proper measure. This notion was to define the body politic: the humours of the healthy state accepted their position without ambitious quarelling. These views on man and his body differ from the ones defined by Galen […]. This article describes the most important developments of humoral theory from Antiquity to the Middle Ages.’

    K. van ’t Land, ‘Animal Allegory and Late Medieval Surgical Texts’. In: B. van den Abeele (ed.), Bestiaires médiévaux. Nouvelles perspectives sur les manuscrits et les traditions textuelles. Communications présentées au XVe Colloque de la Société Internationale Renardienne (Louvain-la-Neuve, 19-22 août 2003). Louvain-la-Neuve, 2005, p. 201-212. Collection Textes, Études, Congrès 21.
    Gaat met name in op de herkomst van dierlijke namen van die aan chirurgische kwalen werden toegekend, bijvoorbeeld Bubo of (nacht)uil, die in de teksten van Jan Yperman en Thomas Scellinck synoniem werd aan een kwalijke ontsteking van klieren – de overeenkomst was dat beiden zich ophielden in donkere plaatsen.

    J. Langdon en M. Watts, ‘Tower windmills in Medieval England’. In: Technology and Culture. The International Quarterly of the Society for the History of Technology 46 (2005), nr. 3, p. 697-718.

    H. Lengenfelder (ed), Iatromathematisches Kalenderbuch. Die Kunst der Astronomie und Geomantie. Farbmikrofiche-Edition der Handschrift Tübingen, Universitätsbibliothek. Md2. München, 2005. Codices Illuminati Medii Aevi 63.

    K.-H. Leven (ed.), Antike medizin. Ein lexikon. Munchen, 2005.

    O.S.H. Lie, ‘“Alsoe leerde Madelghijs sine const”. Magie in de Middeleeuwen: fictie of werkelijkheid? De Kareltraditie’. In: B. Besamusca en J. Tigelaar (red.), Karolus rex. Studies over de middeleeuwse verhaaltraditie rond Karel de Grote. Hilversum, 2005, p. 181- [ ]. Middeleeuwse Studies en Bronnen 83.

    O.S.H. Lie, ‘De verliefde leraar. Liefdesverzen in Middelnederlandse artesteksten’. In: R. Sleiderink, V. Uyttersprot, B. Besamusca (red.), Maar er is meer. Avontuurlijk lezen in de epiek van de Lage Landen. Studies voor Jozef D. Janssens. Leuven [etc.], 2005, p. 238-256.

    O.S.H. Lie, M. Buys, L. Karssenberg en E. Leijten (red.), Sidrac weet het. Middeleeuwse kennis in een tiental vraagstukken. Utrecht, 2005.
    Alleraardigste brochure bij de tentoonstelling Sidrac – de vraagbaak van de Middeleeuwen! in het Utrechts Universiteitsmuseum van 9 juli tot en met 30 oktober 2005. Buitengewoon fraai verzorgd, met veel afbeeldingen, en allemaal in kleur!

    O.S.H. Lie, Wat bezielt een mediëvist? Mastering the Middle Ages. Utrecht, 2005.
    Tekst van oratie, door Orlanda Lie uitgesproken bij de aanvaarding van het ambt van gewoon hoogleraar op het vakgebied van de middeleeuwen, in het bijzonder de middeleeuwse cultuur, aan de universiteit Utrecht op vrijdag 18 november 2005.

    A.R. Lucas, ‘Industrial Milling in the Ancient and Medieval Worlds. A Survey of the Evidence for an Industrial Revolution in Medieval Europe’. In: Technology and Culture. The International Quarterly of the Society for the History of Technology 46 (2005), nr. 1, p. 1-30.

    I. McCleery, ‘[Recensie van: S. Sweetinburgh, The Role of the Hospital in Medieval England. Gift-Giving and the Spiritual Economy. Dublin, 2004]’. In: Journal for the History of Medicine and Allied Scienes 60 (2005), p. 364-365.

    C.B. McClendon, The Origins of Medieval Architecture. Building in Europe, A.D. 600-900. New Haven/London, 2005.

    I. Metzler, Disability in Medieval Europe. Thinking about Physical Impairment in the High Middle Ages, c. 1100 – c. 1400. Abingdon, 2005. Routledge Research in Medieval Religion and Culture.

    Micrologus. Nature, Sciences and Medieval Societies 13: La pelle umana. The Human Skin Florence, 2005.
    Alweer zo’n rijke bundel, ditmaal met de menselijke huid als centraal thema. Artikelen in het Italiaans, Frans, Duits, en Engels. Inhoud:

    • B.Braude, ‘Black Skin/White Skin in Ancient Greece and the Near East’;

    • J. Pigeaud, ‘La peau comme frontière’;

    • V. Barras, ‘Le Galen’s Touch. Peau, objet et sujet dans le système médical galénien’;

    • P. Mudry, ‘La peau dans tous ses états. Fards et peinture à Rome’;

    • F. Mencacci, ‘Scortum. La pelle, il sacco e la «prostituta»‘;

    • A. Grondeux, ‘Cutis ou pellis: les dénominations médiolatines de la peau humaine’;

    • J. Wirth, ‘La représentation de la peau dans l’art médiéval’;

    • D. Régnier-Bohler, ‘Secrets et discours de la peau dans la littérature médiévale en langue vernaculaire’;

    • J. Cerquiglini-Toulet, ‘Poétique de la ride. L’inscription du passage du temps chez les poètes au Moyen Age’;

    • Y. Foehr-Janssens, ‘La littérature à fleur de peau, des mots qui grattent et des démangeaisons littéraires dans la poésie personnelle des XIIe-XIIIe siècles’;

    • G. Bolens, ‘La momification dans la littérature médiévale. L’embaumement d’Hector chez Benoît de Sainte-Maure, ‘Guido Delle Colonne et John Lydgate’;

    • N. Largier, ‘Tactus spiritualis. Remarques sur le toucher, la volupté, et les sens spirituels au Moyen Age’;

    • J.-Y. Tilliette, ‘Nigra sum, sed formosa. Le verset 1, 4 du Cantique des cantiques et l’hagiographie des saintes pénitentes’;

    • N. Bériou, ‘Pellem pro pelle (Job 2, 4). Les sermons pour la fête de saint Barthélemy au XIIIe siècle’;

    • S. Douchet, ‘La peau du centaure à la frontière de l’humanité et de l’animalité’;

    • E. Baumgarten, ‘Marking the Flesh: Circumcision, Blood, and Inscribing Identity on the Body in Medieval Jewish Culture’;

    • M. Pastoureau, ‘Le doigt dans la cire. Cent mille empreintes digitales médiévales’;

    • V. Groebner, ‘Maculae. Hautzeichen als Identifikationsmale zwischen dem 14. und dem 16. Jahrhundert’;

    • M. Ostorero, ‘Les marques du diable sur le corps des sorcières (XIVe-XVIIe siècles)’;

    • D. Bruna, ‘Le «labour dans la chair». Témoignages et représentations du tatouage au Moyen Age’;

    • G. Guerzoni, ‘Notae divinae ex arte compunctae. Prime impressioni sul tatuaggio devozionale in Italia (secoli XV-XIX)’;

    • M. van der Lugt, ‘La peau noire dans la science médiévale’;

    • P. Biller, ‘Black Women in Medieval Scientific Thought’;

    • D. Jacquart, ‘À la recherche de la peau dans le discours médical de la fin du Moyen Âge’;

    • J. Ziegler, ‘Skin and Character in Medieval and Early Renaissance Physiognomy’;

    • M. Gadebusch Bondio, ‘La Carne di fuori. Discorsi medici sulla natura e l’estetica della pelle nel ‘500’;

    • R. G. Mazzolini, ‘A greater division of mankind is made by the skinne: Thomas Browne e il colore della pelle dei neri’;

    • M. Rizzardini, ‘La “lettura della pelle”. Introduzione alla metoposcopia di Girolamo Cardano’;

    • L. Lazzerini, ‘Il problema dei kahirisiri, la pelle e il grasso’;

    • D. Chaperon, ‘Le travail du Cheveu (1850-1900). Fragment d’une histoire de la sensibilité sémiotique’;

    • P. Kaenel, ‘Physiognomonie du Poil. Freud, Michel-Ange et Lavater’;

    • É. Marié, ‘La dermatologie dans la médecine chinoise au XIVe siècle à partir du Waike Jingyi de Qi Dezhi’.

    B.T. Moran, Distilling Knowledge. Alchemy, Chemistry, and the Scientific Revolution. Cambridge [etc.], 2005. New Histories of Science, Technology, and Medicine. Edited by M.C. Jacob, S.R. Weart, and H.J. Cook.

    J.M. Murray, Bruges, Cradle of Capitalism. Cambridge, 2005.

    F. Olthof, ‘Bloedzuigers, koppen en lancetten. Aderlaten aan de hand van een 15e-eeuws aderlaattraktaat’. In: W-mail 6 (2005), nr. 2, p. 10-16.
    Interessant artikel in het vorige nummer van W-mail beschrijft de praktijk van de laatmiddeleeuwse aderlating aan de hand van een intrigerend Middelnederlands traktaat in handschrift Mainz, Stadtbibliothek, I 514.

    Revue du Nord. Histoire Nord de la France – Belgique – Pays-Bas 87 (2005). Themanummer: ‘L’invention du Nord de l’Antiquité à nos jours. De l’image géographique au stéréotype régional’. Red. O. Parsis-Barubé.
    Interessant voor de artes is met name de eerste afdeling, Espaces fantasmatiques: terres, mers et hommes du Nord dans l’imaginaire antique et médiéval. Hierin komen de volgende artikelen voor:

    • J. Boulogne, ‘Espaces et peuples septentrionaux dans les représentations mythiques des Grecs de l’Antiquité’, p. 277-292;

    • C. Mériaux, ‘Parochiae barbaricae? Quelques remarques sur la perception des diocèses septentrionaux de la Gaule pendant le haut Moyen Âge’, p. 293-304;

    • È.-M. Halba, ‘Le «Nord» dans l’imaginaire des personnages épiques. Étude de la notion d’étranger dans la geste de Doon de Mayence’, p. 305-322.

    A. Pavord, The Naming of Names. The Search for Order in the Worlds of Plants. Londen, 2005.
    Schitterend geïllustreerd overzicht van de manier waarop in twee millennia cultuurgeschiedenis plantennamen werden toegekend en gebruikt. Daarom ook van belang voor bijvoorbeeld de middeleeuwse herbaria, al spreekt de auteur met enig dédain over de middeleeuwse periode. Uit de recensie van Ursula K. Le Guin in The Guardian van 26 november 2005: ‘[…]
    Anna Pavord is making a specific approach to a great general topic - how we organise knowledge - and, as such, her book is an elegant, eloquent contribution to the history of science.
    Ever since the Stone Age people have had a practical knowledge of plants, their appearance and habits and uses, but it took a long, long time to make a coherent body of knowledge out of this empirical familiarity - what farmers, herb-gatherers, doctors, pharmacists and gardeners knew about their local flora. The process was slow because it was complicated in so many ways, certainly by the vast abundance and variety of plants, but also by the randomness of local plant names. […] Much of Pavord’s story, after a gleam of light from the clear Greek mind of Aristotle's friend Theophrastus, is a trudge through vast thickets of ignorance and incuriosity. Misinformation is laboriously copied and passed on from generation to generation with a few added mistakes. Pictures, of course, were more useful than local names or written descriptions when it came to identifying what herb or shrub you were talking about; but the pictures were often fanciful, copied inaccurately, badly reproduced, or attached to a text about a quite different plant. And in the Christian middle ages the delicate illustration of identifiable plants seen in Roman frescos or Persian miniatures often gave way to a kind of blobby conventionality - vaguely flower-shaped flowers, vaguely leaf-shaped leaves, like little children’s drawings, utterly useless for identification. The early Renaissance artists began to look again at the individuality of the flowers and foliage they drew, and to celebrate it. So the marvellous herbaries began to be produced. And as an increasing wealth of new plants came piling in to Europe from the east and west of the world, the inadequacy of the old books and names became obvious. A struggle to find organising principles at last began again - a search for method, which took 200 years or more. Much of the book is a history of the trials and setbacks and ambitions of the searchers.’

    C. Peña Muñoz en F.G. Irueste, ‘The identification of medieval fevers according to Al-Isra’ili, Avenzoar and Bernard Gordon’. In: Cronos. Cuadernos Valencianos de Historia de la Medicina y de la Ciencia 8 (2005), p. 95-120.

    E.A. Rauws en J.E. Rauws, ‘De baarstoel van Michele Savonarola’. In: Geschiedenis der Geneeskunde 10 (2005), nr. 6, p. 46-53.
    Derde artikel in een reeks over de geschiedenis van de baarstoel. Concentreert zich op het werk van de zestiende-eeuwse arts Michele Savonarola, maar bespreekt ook middeleeuwse gynaecologie en obstetrie.

    R. Reith, ‘Know-how, Technologietransfer und die Arcana artis im Mitteleuropa der frühen Neuzeit’. In: Early Science and Medicine. A Journal for the Study of Science, Technology and Medicine in the Pre-Modern Period 10 (2005), nr. 2, p. 349-377.
    Belangrijk artikel over de transmissie van technologische kennis in de overgangsperiode tussen Middeleeuwen en moderne tijd in het midden van Europa. Uit de samenvatting: ‘This article reviews several strategies of technology transfer in early modern Central Europe and will focus especially on transfers between individuals: the transfer of know-how in the context of apprenticeship that became an institutionalized kind of professional education and the transfer of technology by migration. The essay deals with different evaluations of the effects of technology transfer in the crafts production and will reflect recent discussions of the advantages and disadvantages of the tramping system. […] The discussion stressend all the strategies of transfer. In special workshops – as in porcelain manufacturing – the protection of know-how (arcanum) was widespread. While some European states like England in the later eighteenth century tended towards a policy of secrecy, the German territories depended on the acquisition of new technologies, and therefore preferred a policy of openness in technological knowledge.’

    R. Resoort, ‘[Online-recensie van: O.S.H. Lie en J. Reynaert (red.), Artes in context. Opstellen over het handschriftelijke milieu van Middelnederlandse artesteksten. Hilversum, 2004. Artesliteratuur in de Nederlanden 3]’. In: Neder-l 0501.a (= 2005), nr. 20. Website: www.neder-l.nl.

    J. Reynaert, ‘Kalenders, astrologie, literatuur. De functie van het voorwerk in handschrift Groningen, UB, 405’. In: R. Sleiderink, V. Uyttersprot, B. Besamusca (red.), Maar er is meer. Avontuurlijk lezen in de epiek van de Lage Landen. Studies voor Jozef D. Janssens. Leuven [etc.], 2005, p. 256-282.

    K. Robinson, ‘The Celestial Streams of Giulio Camillo’. In: History of Science 43 (2005), nr. 3, p. 321-341.
    Interessant artikel over de relaties tussen astrologie, astronomie en theologie bij Camillo, een Italiaanse natuurfilosoof levend rond 1500.

    M. de Roos, ‘Middeleeuwen. Schrijven is blijven’. In: Spiegel Historiael. Magazine voor geschiedenis en archeologie 40 (2005), nr. 3/4, p. 163-164. [Rubriek: Boekenspiegel.]
    Bespreekt in één beschouwing kort liefst vier publicaties op artesgebied die eerder in de W-mail werden vermeld: E. Huizenga (ed.), Het Weense arteshandschrift. Hs. Wenen, Österreichische Nationalbibliothek, 2818. Diplomatische editie. Hilversum, 2004; E. Huizenga, Bitterzoete Balsem. Geneeskunde, chirurgie en farmacie in de late Middeleeuwen. Hilversum, 2004; O.S.H. Lie en J. Reynaert (red.), Artes in context. Opstellen over het handschriftelijke milieu van Middelnederlandse artesteksten. Hilversum, 2004; S. Bogaart, Geleerde kennis in de volkstaal. ‘Van den proprieteyten der dinghen’ (Haarlem 1485) in cultuurhistorisch perspectief. Hilversum, 2004.

    R. Ryckaert, ‘[Recensie van: E. Huizenga, Bitterzoete Balsem. Geneeskunde, chirurgie en farmacie in de late Middeleeuwen. Hilversum, 2004]’. In: De Leeswolf 8 (2005), p. 677.

    W. Schipper, ‘Kruiswoordpuzzels. De beeldgedichten van Hrabanus Maurus’. In: Madoc. Tijdschrift over de Middeleeuwen 19 (2005), p. 2-8.

    A. Smets, ‘Bin medische kennis en medische wereld tijdens de Middeleeuwen’. In: Madoc. Tijdschrift over de Middeleeuwen 19 (2005), nr. 4, p. 234-236. [Recensie van: E. Huizenga, Bitterzoete Balsem. Geneeskunde, chirurgie en farmacie in de late Middeleeuwen. Hilversum, 2004.]

    A. Smets, ‘Op schrift stellen. Over handschriften met Middelnederlandse artesteksten’. In: Madoc. Tijdschrift over de Middeleeuwen 19 (2005), nr. 2, p. 108-110. [Recensie van: O.S.H. Lie en J. Reynaert (red.), Artes in context. Opstellen over het handschriftelijke milieu van Middelnederlandse artesteksten. Hilversum, 2004. Artesliteratuur in de Nederlanden 3.]

    L. Sondergaard en R.T. Hansen (ed.), Monsters, Marvels and Miracles. Imaginary Journeys and Landscapes in the Middle Ages. Odense, 2005.

    L. Stewart, ‘Science, Instruments, and Guilds in Early-Modern Britain’. In: Early Science And Medicine. A Journal for the Study of Science, Technology and Medicine in the Pre-Modern Period 10 (2005), nr. 2, p. 392-410.

    J.C. Szirmai en R. Lops (vert.), ‘Het beestenboek’ (Pierre de Beauvais) en ‘Het Beestenboek van de Liefde’ (Richard de Fournival). Hilversum, 2005. MemoranduM 5.

    J. Telle, ‘[Recensie van: V. Fraeters, Gods gouden thesaurus. Het Middelnederlandse handschrift Wenen, ÖNB, 2372 in de alchemistische traditie. Leuven, 1999. Antwerpse Studies over Nederlandse Literatuurgeschiedenis 3]’. In: Early Science and Medicine. A Journal for the Study of Science, Technology and Medicine in the Pre-Modern Period 10 (2005), p. 113-114.

    M. Thiery, ‘Trotula van Salerno (?-1097) en de Trotula-operatie’. In: Tijdschrift voor Geneeskunde 61 (2005), p. 482-484.

    J. Touber, ‘Het lichaam volgens Le Goff’. In: Madoc. Tijdschrift over de Middeleeuwen 19 (2005), nr. 2, p. 102-104. [Recensie van: J. le Goff en N. Truong, De geschiedenis van het lichaam in de Middeleeuwen. Vert. T. Buckinx. Amsterdam, 2004.]

    Um die Wurst. Vom Essen und Trinken im Mittelalter. Wenen, 2005. [Incl. cd-rom.]
    Kleurrijke catalogus bij de gelijknamige tentoonstelling in het Wien Museum, Wenen van 2 juni 2005 tot 8 januari 2006. Uit de beschrijving op de website van het museum: ‘Besonders für den Menschen im Mittelalter war, neben dem Tod, Essen das Hauptinteresse am Dasein, weil es nicht nur dem Überleben diente, sondern auch Ausdruck von sozialem Status, Macht, Reichtum und religiöser Lebensführung war. Der Umgang mit Essen und Trinken, von der Produktion bis zur Entsorgung der Stoffwechselprodukte, stellt ein wesentliches Element in der mittelalterlichen Gesellschaft dar; und es gibt kaum einen Bereich, vom Recht über die Medizin bis hin zur Religion, der nicht mit Essen und Trinken verbunden war. Die Ausstellung geht einerseits den soziologischen Phänomenen der besonderen Wertigkeit von Essen und Trinken im Mittelalter nach. Zum Anderen beschäftigt sich die Ausstellung mit der Technik der Nahrungszu- und aufbereitung (Konservieren, Herstellung, Kochen, Entsorgen). Daher werden vier Themenbereiche untersucht, die sich jeweils mit einer bestimmten sozialen Gruppe in Übereinstimmung bringen lassen: [1] Die Produktion der Nahrungsmittel lag bei den Bauern […]. [2] Handel mit und Veredelung von Nahrungsmitteln war Aufgabe und Privileg der Bürger […]. [3] Dem Adel blieb die Speise als Luxusgut vorbehalten […]. [4] Die Geistlichkeit pflegte ein streng reguliertes Leben, was auch ihr Verhältnis zur Nahrung prägte.’

    K. Vanagt, ‘[Recensie van: E. Huizenga, Bitterzoete Balsem. Geneeskunde, chirurgie en farmacie in de late Middeleeuwen. Hilversum, 2004]’. In: Gewina. Tijdschrift voor de Geschiedenis der Geneeskunde, Natuurwetenschappen, Wiskunde en Techniek 28 (2005), nr. 3, p. 157-158.

    J.R. Veenstra, ‘[Recensie van: S. Bogaart, Geleerde kennis in de volkstaal. ‘Van den proprieteyten der dinghen’ (Haarlem 1485) in cultuurhistorisch perspectief. Hilversum, 2004. Artesliteratuur in de Nederlanden 4]’. In: Gewina. Tijdschrift voor de Geschiedenis der Geneeskunde, Natuurwetenschappen, Wiskunde en Techniek 28 (2005), nr. 2, p. 105-106.

    L.M. Veltman, ‘“Geen steen zal op de andere blijven”. Zestiende-eeuwse natuurrampteksten: ooggetuigenverslag of godsdienstles?’. In: Gewina. Tijdschrift voor de Geschiedenis der Geneeskunde, Natuurwetenschappen, Wiskunde en Techniek 28 (2005), nr. 4, p. 186-207.

    L.M. Veltman, ‘[Recensie van: F. Egmond e.a. (red.), Het walvisboek. Walvissen en andere zeewezens beschreven door Adriaen Coenen in 1585. Zutphen, 2004]’. In: Gewina. Tijdschrift voor de Geschiedenis der Geneeskunde, Natuurwetenschappen, Wiskunde en Techniek 28 (2005), nr. 2, p. 112-113.

    J. Vrebos, ‘De eerste klinische autotransplantatie van een voet. Of de legende van de heilige Antonius van Padua’. In: Geschiedenis der Geneeskunde 11 (2005), nr. 1, p. 49-55.

    A. Willemsen, ‘Scholen en scholieren in de Nederlanden in de Late Middeleeuwen’. In: Madoc. Tijdschrift over de Middeleeuwen 19 (2005), nr. 3, p. 139-149.

    J.M. van Winter, ‘Lente’. In: Madoc. Tijdschrift over de Middeleeuwen 19 (2005), nr. 1, p. 33-35.
    Eerste van een reeks columns over o.a. diëten, regimina, temperamentenleer en humoren in de Middeleeuwen, geordend aan de hand van de vier jaargetijden.

    J.M. van Winter, ‘Zomer’. In: Madoc. Tijdschrift over de Middeleeuwen 19 (2005), nr. 2, p. 90-92.
    Tweede van een reeks columns (zie hierboven).

    J.M. van Winter, ‘Herfst’. In: Madoc. Tijdschrift over de Middeleeuwen 19 (2005), nr. 3, p. 150-152.
    Derde van een reeks columns (zie hierboven).

    J.M. van Winter, ‘Winter’. In: Madoc. Tijdschrift over de Middeleeuwen 19 (2005), nr. 4, p. 222-224.
    Vierde van een reeks columns (zie hierboven).

    S. Wittermans, ‘Het Schip van God’. In: Scientific American, Nederl. ed. 4 (2005), p. 52-53. Rubriek: Techniek in de Lage Landen.
    Over de ontwikkeling van de Fluit, een vrachtschip met grote capaciteit, vanaf het einde van de zestiende eeuw. De Fluit was een belangrijk element in de ontwikkeling van de Nederlanden tot de grootste zeemacht en handelsnatie in de de zeventiende eeuw.

    R. Zanderink, ‘Moederkoorn, Heilig Vuur versus hellevuur’. In: Geschiedenis der Geneeskunde 11 (2005), nr. 1, p. 17-26.
    Over één van de meest verbreide ziekten in de Middeleeuwen, het zogenoemde Sint Antoniusvuur (ook wel ergotisme). Fraai geïllustreerd.

    M. Zuccato. ‘Gerbert of Aurillac and a Tenth-Century Jewish Channel for the Transmission of Arabic Science to the West’. In: Speculum. A Journal of Medieval Studies 80 (2005), nr. 3, p. 742-763.

    2006

    B. van den Abeele, ‘Chasser au Moyen Age: des animaux, des techniques, un art’. In: A. Neuberg (ed.), Bestiaire d’Ardenne. Les animaux dans l’imaginaire, des Gallo-romains à nos jours. Bastenaken, 2006, p. 150-157.

    B. van den Abeele, V. Préat en N. Roland-Marcelle, Histoire de la pharmacie galénique. L’art de préparer les médicaments de Galien à nos jours. Louvain-la-Neuve, 2006.

    J. Adams, Power Play. The Literature and Politics of Chess in the Late Middle Ages. Philadelphia, 2006.

    T.W. Blomquist, Merchant Families. Banking and Money in Medieval Lucca. Aldershot, 2006. Variorum Collected Studies Series 828.

    S. Bogaart, ‘Over de aard van het beestje [Recensie van: J.C. Szirmai en R. Lops (vert.), Twee middeleeuwse beestenboeken. Het beestenboek van Pierre de Beauvais en het Beestenboek van de Liefde van Richard de Fournival. Hilversum, 2005. MemoranduM 5]’. In: Queeste. Tijdschrift over middeleeuwse letterkunde in de Nederlanden 13 (2006), nr. 2, p. 190.
    Zie ook W-mail 6 (2005), nr. 1, p. 36.

    K. de Bundel, ‘[Recensie van: S. Bogaart, Geleerde kennis in de volkstaal. ‘Van den proprieteyten der dinghen’ (Haarlem 1485) in cultuurhistorisch perspectief. Hilversum, 2004. Artesliteratuur in de Nederlanden 4]’. In: Millennium. Tijdschrift voor middeleeuwse studies 20 (2006), nr. 1, p. 75-78.

    Dan Burton (ed.), Nicole Oresme’s De visione stellarum (On Seeing the Stars. A Critical Edition of Oresme’s Treatise on Optics and Atmospheric Refraction, with an Introduction, Commentary, and English Translation. Leiden, 2006. Modern and Early Modern Science 7.

    K. Busby en C. Kleinhenz (ed.), Courtly Arts and the Art of Courtliness. Selected Papers from the Eleventh Triennial Congress of the International Courtly Literature Society, University of Wisconsin-Madison, 29 July-4 August 2004. Woodbridge, Suffolk, 2006.
    Online-recensie in The Medieval Review [tmrl@indiana.edu] 08.02.14 door A. Classen.

    A. Calvet, ‘Étude d’un texte alchimique latin du XIVe siècle. Le “Rosarius philosophorum” attribué au médecin Arnaud de Villeneuve (ob. 1311)’. In: Early Science and Medicine. A Journal for the Study of Science, Technology and Medicine in the Pre-Modern Period 11 (2006), nr. 2, p. 162-206.

    P. Caye, ‘Scientia sine arte nihil est… Architecture et mathématiques palladiennies II’. In: Revue d’Histoire des Sciences 59 (2006), nr. 2, p. 245-264. Themanummer: P. Caye en T. Gontier (ed.), Mathématiques et savoir à la Renaissance. [Alternatieve titel: Scientia sine arte nihil est… Palladian Architecture and Mathematics II’.]

    L.S. Chekin, Northern Eurasia in Medieval Cartography. Inventory, Texts, Translation, and Commentary. Turnhout, 2006.
    Uit de folder van de uitgever: ‘Scythia and the islands in the ocean, the farthest northern and northeastern regions of the world known to ancient and medieval geographers, roughly correspond to modern-day Scandinavia, Russia, eastern Europe, and central Asia. Those areas figured prominently in cartography of the Middle Ages. The mythical island of Scandza, the land of the Amazons, the apocalyptic tribes of Gog and Magog, and other traditional symbols of chaos and barbarity existed side by side and often merged with new knowledge about people, cities, and states. The book offers an analysis of 198 Western European and Byzantine maps that date between the eighth and thirteenth centuries and contain information about the north and northeast of the inhabited world. The maps are divided into fifteen groups. Each group of maps is discussed in its separate chapter and all the relevant place names and other legends on the maps are transcribed and translated into English. Included in the book are comprehensive glossaries, which comprise the names of persons, places, ethnicities, and animals, and provide commentaries on the cartographic legends. The book features reproductions of individual maps and their details.’

    K. van Dalen-Oskam, ‘[Recensie van: E. Huizenga, Tussen autoriteit en empirie. De Middelnederlandse chirurgieën in de veertiende en vijftiende eeuw en hun maatschappelijke context. Hilversum, 2003. Artesliteratuur in de Nederlanden 2].’ In: Amsterdamer Beiträge zur älteren Germanistik 61 (2006), p. 297-298.

    F. van Dam, ‘Tussen Hellebad en Liefdesbad. Het bad als beeldspraakelement’. In: Madoc. Tijdschrift over de Middeleeuwen 20 (2006), nr. 2, p. 75-86.

    P. van Dam, ‘Middeleeuwse bedrijven in zout en zel in Zuidwest-Nederland. Een analyse op basis van de moerneringsrekening van Puttermoer van 1386’. In: Jaarboek voor Middeleeuwse Geschiedenis 9 (2006), p. 85-115.
    Interessant artikel over de laatmiddeleeuwse zoutwinning in Zeeland en Brabant, en de sociaal-economische factoren die daarbij betrokken waren. Summary van de auteur: ‘In the Late Middle Ages a salt-producing industry existed in the Southwestern Netherland, extracting salt from salt water floded peat. This article investigates the economic changes in the production process, in particular the transition from a medieval entreprise where one owner controlled all production factors, into an early modern entreprise controlled by large collectives of investors. This coincided with processes of specialization, increasing transport distances, and changes in energy use and in the type of raw material. the article relates the development of the industry to long-term landscape changes. The main case study concerns a salt extraction at the river island of Putten. Markets for the products were found in Brabant and Flanders.’

    W. Davies, G. Halsall en A. Reynolds (ed.), People and Space in the Middle Ages, 300-1300. Met illustraties door A. Langlands. Turnhout, 2006. Studies in the Early Middle Ages 15.
    Online-recensie door J. Strothmann in The Medieval Review 08.04.05.

    M.-C. Déprez-Masson, Technique, mot et image. Le De re metallica d'Agricola. Turnhout, 2006. De Diversis Artibus 75.
    Uit de begeleidende tekst van Brepols : ‘Créer un langage technique: tel fut le défi à relever par Agricola, un médecin et humaniste saxon de la Renaissance, lorsqu'il voulut rédiger le premier traité technique complet concernant la métallurgie extractive, activité qui faisait alors la richesse de l'État saxon. En effet, on ne peut rédiger un texte technique sans utiliser un langage technique. Cette étude nous fait découvrir les méthodes linguistiques et iconographiques forgées par Agricola pour son De re metallica, un ouvrage qu'utilisèrent les exploitants miniers à travers toute l'Europe jusqu'à la Révolution industrielle.’

    J. Dequeker, De kunstenaar en de dokter – Anders kijken naar schilderijen. Leuven, 2006.
    Opvallend boek van een medicus over waarneembare symtomen van ziekten en afwijkingen bij mensen die zijn afgebeeld op schilderijen, tekeningen en etsen, waarvan veel van middeleeuwse origine. Een voorbeeld is een handschrift met taferelen uit de Roman de la Rose.

    Y. Desplenter, ‘Liber magnus of liber parvus: niet alleen een zaak van middeleeuwse geneeskundigen [Recensie van: E. Huizenga, Tussen autoriteit en empirie. De Middelnederlandse chirurgieën in de veertiende en vijftiende eeuw en hun maatschappelijke context. Hilversum, 2003. Artesliteratuur in de Nederlanden 2]’. In: Queeste. Tijdschrift over middeleeuwse letterkunde in de Nederlanden 12 (2006), nr. 2, p. 168-175.
    Uitvoerig en (deels terecht, EH) erg kritisch.

    A. Faems, ‘[Recensie van: E. Huizenga (ed.), Het Weense arteshandschrift. Hs. Wenen, Österreichische Nationalbibliothek, 2818. Diplomatische editie. Hilversum, 2004. Middeleeuwse Verzamelhandschriften uit de Nederlanden 10; en van E. Huizenga, Bitterzoete Balsem. Geneeskunde, chirurgie en farmacie in de late Middeleeuwen. Hilversum, 2004]’. In: Millennium. Tijdschrift voor middeleeuwse studies 20 (2006), nr. 1, p. 87-89.

    P. Falchetta, Fra Mauro's Map of the World. Turnhout, 2006. Terrarum Orbis 5.
    Toelichting op de website van de uitgever: ‘Fra Mauro’s map of the world – a masterpiece of western cartography, composed around 1450 – has until now never been the subject of a modern study, despite its immense renown. The map has been reproduced and cited in hundreds of books, but the most recent full study was in 1806: Placido Zurla’s Il mappamondo di Fra Mauro. In 1956 a facsimile edition on 46 sheets, accompanied by the transcription of the whole corpus of inscriptions (about 3000), was published. The present study aims at an analysis and an in-depth study of this important document, offering the reader an understanding within its contemporary cultural framework.’

    M. Folkerts, The Development of Mathematics in Medieval Europe. The Arabs, Euclid, Regiomontanus. Aldershot, 2006. Variorum Collected Studies Series 811.

    J. France (ed.), Medieval Warfare 1000-1300. Aldershot, 2006. The International Library of Essays on Military History.

    F. Furlan, ‘In margine allédizione degli Ex ludis rerum mathematicarum: Ossia osservazioni e note per l’edizione di un testo scientifico e delle sue figure.’ In: Revue d’Histoire des Sciences 59 (2006), nr. 2, p. 197-218. Themanummer: P. Caye en T. Gontier (ed.), Mathématiques et savoir à la Renaissance. [Alternatieve titel: Marginalia to an edition of Ex ludis rerum mathematicarum: ‘Observations and Notes for the Publication of a Scientific Text and its Figures’.]

    D. Gentilcore, Medical Charlatanism in Early Modern Italy. Oxford, 2006.
    Uit de beschrijving van de uitgever: ‘From the mid-sixteenth century onwards, the Italian Protomedicato tribunals, Colleges of Physicians, or Health Offices (jurisdiction varied from state to state) required charlatans to submit their wares for inspection and, upon approval, pay a licence fee in order to set up a stage from which to perform and sell them. The licensing of charlatans became an administrative routine. As far as the medical magistracies were concerned, charlatans had a defineable identity, constituting a specific trade or occupation. This book studies the way charlatans were represented, by contemporaries and by historians, how they saw themselves and, most importantly, it reconstructs the place of charlatans in early modern Italy. It explores the goods and services charlatans provided, their dealings with the public and their marketing strategies. It does so from a range of perspectives: social, cultural, economic, political, geographical, biographical and, of course, medical. Charlatans are not just some curiosity on the fringes of medicine: they offered health care to an extraordinarily wide sector of the population.; Moreover, from their origins in Renaissance Italy, the Italian ciarlatano was the prototype for itinerant medical practitioners throughout Europe. This book offers a different look at charlatans. It is the first to take seriously the licences issued to charlatans in the Italian states, compiling them into a 'charlatans database' of over 1,300 charlatans active throughout Italy over the course of some three centuries. In addition, it makes use of other types of archival documents, such as trial records and wills, to give the charlatans a human face, as well as a wide range of artistic and printed sources, not forgetting the output of the charlatans themselves, in the form of handbills and pamphlets.’

    Geschiedenis der Geneeskunde 11 (2006), nr. 4. Themanummer: R. Meerman en A. Oerlemans (ed.), Van menstruatie tot magie. Middeleeuwse geneeskunde in al haar facetten.
    Zeer interessant en bijzonder fraai verzorgd themanummer, met talloze (kleuren-) illustraties, dat een veel breder palet biedt dan alleen de middeleeuwse geneeskunde. Zeer toegankelijk en de moeite waard, zoals een overzicht van de inhoud laat zien:

    • M. Blankert, ‘Kijken of wijken: de ogen van de charadrius. Prognosticaties over genezing of dood in de Middeleeuwen’, p. 4-10;

    • A. Oerlemans en L. Zantkuijl, ‘Conceptie in de Middeleeuwen. De ondergeschikte rol van het vrouwelijk zaad’, p. 11-17;

    • F. Celie en N. Synhaeve, ‘Monsters. Ideeën uit de late Middeleeuwen over de oorzaak van hun misvorming’, p. 18-24;

    • M. Cissen, ‘Wereldgeschiedenis en mensenleven als symbolen. Levensfasen van de mens en de tijdperken van de wereld als voorbeeld voor het allegorisch denken in de Middeleeuwen’, p. 25-30;

    • A. Haasnoot en A. Planting, ‘Als een bloeiende boom… Enkele laatmiddeleeuwse visies op de menstruatie’, p. 31-37;

    • M. Raaphorst, ‘Magie in oud-Engelse kruidenboeken. Op zoek naar een verklaring voor de verschillen in magie in de “Lacnunga” en de “Old English Herbarium”’, p. 38-43;

    • S. van Bavel, ‘“Klikspaan, boterspaan, mag niet door mijn straatje gaan!” Melaatsheid in de Middeleeuwen: een bedreiging van gezondheid en zedelijk gedrag voor de samenleving’, p. 44-50;

    • M. Aerts en N. Hoekstra, ‘Veranderende Visies op Abortus’, p. 51-56;

    • S. Taffolo, ‘Eten naar stand. De invloed van sociale stratificatie op leefregels in de late Middeleeuwen’, p. 57-64.

    Gewina. Tijdschrift voor de Geschiedenis der Geneeskunde, Natuurwetenschap­pen, Wiskunde en Techniek 29 (2006), nr. 1. Themanummer: K. van 't Land en C. Santing (red.), Praktizijns en geleerden. De aanloop naar de moderne wetenschap.

    • Catrien Santing, ‘Inleiding’, p. 5-10;

    • K. van ‘t Land, ‘De grenzen van het vak. Selectie en twijfel in Middelnederlandse chirurgieën’, p. 11-25;

    • K. Vannagt, ‘“Hoe men zich voor brillen behoeden kan” of de moeizame verspreiding van optische kennis in vroegmoderne medische kringen’, p. 26-40;

    • J. Touber, ‘De miraculeuze mineralen van Michele Mercati. Natuurhistorie tussen geneeskunde en geestelijkheid in Rome in de tweede helft van de zestiende eeuw’, p. 53-66.

    A. van Gijsen, De vertroosting van Memoria. Geheugen en mnemotechniek in de Nederlanden van de late Middeleeuwen. Hilversum, 2006. Middeleeuwse Studies en Bronnen 93.
    Uit de catalogus van de uitgever: ‘In de Middeleeuwen, toen boeken nog schaars en kostbaar waren, speelde het geheugen een belangrijke rol bij het opslaan en de overdacht van kennis. Er werd dan ook zorg besteed aan scholing van het geheugen en aan de selectie en het beheer van het mentale bezit. De geheugentechnieken die tot het klassieke erfgoed behoorden, bleven in aangepaste versies zowel in het Latijn als in de volkstaal in omloop. Een goed gestoffeerd geheugen werd daarbij niet alleen op zichzelf hoog gewaardeerd, het droeg bovendien bij tot wijsheid en inzicht, en daardoor uiteindelijk tot het zielenheil. Annelies van Gijsen bespreekt deze opvattingen aan de hand van uiteenlopende geschriften uit de Lage Landen. Een passage uit het Middelnederlandse commentaar op Boethius’ Vertroosting van de filosofie (Gent, 1485) krijgt daarbij een centrale rol.’

    J.A. Givens, K.M. Reeds en A. Touwaide (ed.), Visualizing Medieval Medicine and Natural History, 1200-1550. Aldershot, 2006. Avista Studies in the History of Medieval Technology, Science and Art.
    Inhoud:

    • P.M. Jones, ‘Image, Word and Medicine in the Middle Ages’;

    • A. Touwaide, ‘Latin Crusaders, Byzantine Herbals’;

    • C. Hoeniger, ‘The Illuminated Tacuinum sanitatis Manuscripts from Northern Italy circa 1380–1400. Sources, Patrons, and the Creation of a New Pictorial Genre’;

    • S. Blake McHam, ‘Erudition on Display. The “scientific” Illustrations in Pico della Mirandola’s Manuscript of Pliny the Elder’s Natural History’;

    • J.A. Givens, ‘Reading and Writing the Illustrated Tractatus de herbis, 1280–1526’;

    • M. Azzolini, ‘Leonardo da Vinci’s Anatomical Studies in Milan. A Re-examination of Sites and Sources’;

    • P.D. Britton, ‘(Hu)moral Exemplars. Type and Temperament in Cinquecento Painting’;

    • K.M. Reeds, ‘Leonardo da Vinci and Botanical Illustration. Nature Prints, Drawings, and Woodcuts circa 1500’;

    • C. Swan, ‘The Uses of Realism in Early-modern Illustrated Botany’.

    D. Gottschall, ‘[Recensie van: N. Klunder, Lucidarius. De Middelnederlandse Lucidarius-teksten en hun relatie tot de Europese traditie. Amsterdam, 2005. Nederlandse Literatuur en Cultuur in de Middeleeuwen 27]’. In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde 122 (2006), p. 267-268.

    A. Gowland, The Worlds of Renaissance Melancholy. Robert Burton in Context. Cambridge, 2006. Ideas in Context.

    H. Greefs en M. ’t Hart (ed.), Water Management, Communities, and Environment. The Low Countries in Comparative Perspective, c. 1000- c. 1800. Hilversum, 2006. [= Jaarboek voor Ecologische Geschiedenis 2005-2006].
    Inhoud o.a.:

    • M. Reuss, ‘Introduction to the special issue on water management, communities and environment’;

    • A. Wareham, ‘Water management and the economic environment in Eastern England, the Low Countries and China c. 960-1650: comparisons and consequences’;

    • T. Soens, ‘Explaining deficiencies of water management in the late medieval Flemish coastal plain, 13th-16th centuries’;

    • M. van Tielhof en P. van Dam, ‘Losing land, gaining water. Ecological and financial aspects of regional water management in Rijnland, 1200-1800’;

    • Charles Cornelisse, ‘The economy of peat [veen] and its environmental consequences in Holland during the late Middle Ages’.

    F. Grund, ‘“ffor to make Azure as Albert biddes”: Medieval English Alchemical Writings in the Pseudo-Albertan Tradition’. In: Ambix. The Journal of the Society for the Study of Alchemy and Early Chemistry 53 (2006), nr. 1, p. 21-42.

    B.D. Haage en W. Wegner, Deutsche Fachliteratur der Artes in Mittelalter und Früher Neuzeit. M.m.v. G. Keil en H. Haage-Naber. Berlijn, 2006. Grundlagen der Germanistik 43.
    De titel belooft een belangrijk naslagwerk op het gebied van de studie naar de artesliteratuur te worden, óók voor de Nederlandse artesliteratuur. Uit de website van de uitgever (www.esv.info): ‘Bernhard Dietrich Haage und Wolfgang Wegner legen eine umfassende Übersicht über die deutsche Fachliteratur vom 8. bis zum 16. Jahrhundert vor. Sie beschreiben vielfältige Textzeugen der mittelalterlichen Schulwissenschaften, der Handwerkskünste und der Zauberei sowie der Zukunftsdeutung und ordnen sie in den jeweiligen zivilisations- und mentalitätsgeschichtlichen Hintergrund ein. Hierzu dienen insbesondere vertiefte Einführungen in die Theorien und in die Geschichte der herausragenden Wissensgebiete Astronomie, Astrologie, Alchemie und Medizin. Auf diese Weise entsteht ein hervorragender Überblick über die Textproduktion der “Artes liberales” (Grammatik, Dialektik, Rhetorik, Arithmetik, Geometrie, Musik, Astronomie), der “Artes mechanicae” (Handwerk, Kriegswesen, Heilkünste, Geographie, Landbau etc.) und der “Artes magicae” (Mantik und Magie).’ In het volgende nummer van W-mail zal een recensie van dit belangrijke boek komen, indien het beschikbaar is. ISBN: 3-503-09801-1. Ca. 450 pagina’s. Verschijnt in november 2006. Prijs: ongeveer € 30,-.

    A. Hagen, Anglo-Saxon Food and Drink. Production, Processing, Distribution and Consumption. Norfolk, 2006.

    P.D.A. Harvey (ed.), The Hereford World Map. Medieval World Maps and their Context. Londen, 2006.
    Uit de boekenbeschrijving van de uitgever: ‘The famous Hereford world map, the ‘Mappa Mundi,’ dates from around 1300, and was painted on one skin of calf-parchment, less than 1 mm thick and measuring about 130 cm square. When we read of its frequent ordeals we may marvel that it is still in good condition and can be examined. Yet it is by no means the oldest surviving mappamundi, nor was it the largest: the Ebstorf map (destroyed by bombing in 1943) was of similar age and almost three times bigger. Mappaemundi may be square or round, large or small, extremely simple or amazingly complex. Their geography is unfamiliar and many of their fauna are grotesque. Their importance is enormous: for their encyclopaedic ambition, for their place in devotional and romanesque iconography and for their attempts to document contemporary world views. In setting the Hereford world map in context, P.D.A. Harvey and his twenty-four collaborators introduce us to medieval ideas of the world and man’s place in it, in ways that will excite historians, geographers, students of art history, theologians, and anyone interested in the medieval world view.’

    H.F.J. Horstmanshoff, Patiënten zien. Patiënten in de antieke geneeskunde. Oratie, uitgesproken bij de aanvaarding van het ambt van bijzonder hoogleraar in de Geschiedenis van de Antieke Geneeskunde aan de Universiteit Leiden vanwege de Stichting Historiae Medicinae op vrijdag 20 januari 2006. Leiden, 2006.

    B. van den Hoven van Genderen, ‘De chirurgia ontleed [Recensie van E. Huizenga, Tussen autoriteit en empirie. De Middelnederlandse chirurgieën in de veertiende en vijftiende eeuw en hun maatschappelijke context. Hilversum, 2003. Artesliteratuur in de Nederlanden 2]’. In: Tijschrift voor Geschiedenis 119 (2006), p. 411-412.

    R. Jansen-Sieben, ‘[Recensie van: E. Huizenga, Tussen autoriteit en empirie. De Middelnederlandse chirurgieën in de veertiende en vijftiende eeuw en hun maatschappelijke context. Hilversum, 2003. Artesliteratuur in de Nederlanden 2]’. In: Millennium. Tijdschrift voor middeleeuwse studies 20 (2006), nr. 1, p. 66-67.

    L. Jongen (ed.), m.m.v. M. Meuwese, Over vogels. Jacob van Maerlant. Amersfoort, 2006. Miniaturen 6.
    Klein boekje met verhalen uit Der naturen bloeme, met kleurenafbeeldingen van miniaturen uit handschrift Den Haag, KB, KA XVI.

    L. Jongen en J. Jonkman, ‘Was koning Arthur wel goed in zijn hoofd? Over de botten en schedel van de legendarische Britse koning’. In: Madoc. Tijdschrift over de Middeleeuwen 20 (2006), nr. 2, p. 89-98.
    Fascinerend artikel over aanwijzingen in de botten van de vermeende koning Arthur dat hij aan een groeistoornis, acromegalie, zou hebben geleden, waardoor hij niet alleen figuurlijk maar ook letterlijk aan zijn tijdgenoten een reus moet hebben geleken.

    L. Jongen, ‘Bloedstelpende kruiden. Geneeskunst in de Middeleeuwen’. In: Kunst en wetenschap 15 (2006), nr. 2, p. 7-8.
    Over het middeleeuwse wereldbeeld, de bereiding van kruiden en de geneeskunst naar aanleiding van de avonturen van Walewein en andere ridders in de Roman van Moriaen.

    L. Jongen, ‘Een ongelikte beer. Biologie op z’n middeleeuws’. In: Kunst en Wetenschap 15 (2006), nr. 4, p. 7-8.

    L. Jongen, ‘Routeplanners naar de hemel. Twee middeleeuwse leerboeken’. In: Kunst en wetenschap 15 (2006), nr. 1, p. 13-14.
    Kort maar toegankelijk artikel over de encyclopedische functie van de Middelnederlandse Lucidarius.

    M. Keblusek, B. Noldus en H. Cools (ed.), ‘Your Humble Servant’. Agents in Early Modern Europe, 1500-1800. In samenwerking met het Koninklijk Nederlands Instituut te Rome. Hilversum, 2006.
    Opmerkelijk boek met vele artes-raakvlakken, over de rol van reizende agenten bij het doorgeven van nieuws en kennis op allerlei niveau’s. Er worden agenten beschreven uit verschillende professionele milieu’s, zoals kunstenaars, soldaten, clerici, diplomaten, kooplui en bankiers.

    G. Keil, ‘Wurm’. In: R. Müller (red.); H. Beck, D. Geuenich en H. Steuer (ed.), Reallexikon der Germanischen Altertumskunde. Dl. 34. Berlijn [etc.], 2006, p. 332a-340b.
    Over het voorkomen en de betekenis van het woord ‘worm’ [‘Wurm’] in de middeleeuwse geneeskunde, en het medische gebruik ervan.

    Klankbord. Nieuwsbrief voor antieke en middeleeuwse muziek.
    Nieuwe elektronische nieuwsbrief, met een interessante literatuurlijst op dit gespecialiseerde gebied. Red. U. Hascher-Burger en M. van Schaik. Toegankelijk via: http://www.klankbordsite.nl/.

    N. Klunder, ‘[Recensie van: E. Huizenga, Het Weense arteshandschrift. Hs. Wenen, Österreichische Nationalbibliothek, 2818. Diplomatische editie. Hilversum, 2004. Middeleeuwse Verzamelhandschriften uit de Nederlanden 10].’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde 122 (2006), p. 183-184.

    K. van ‘t Land, ‘De grenzen van het vak. Selectie en twijfel in Middelnederlandse chirurgieën’. In: Gewina. Tijdschrift voor de Geschiedenis der Geneeskunde, Natuurwetenschappen, Wiskunde en Techniek 29 (2006), z.p.

    K. van ’t Land, ‘[Recensie van: M. van der Lugt, Le ver, le démon et la vierge. Les théories médiévales de la génération extraordinaire. Une étude sur les rapports ente théologie, philosophie naturelle et médecine. Parijs, 2004.]’. In: Millennium. Tijdschrift voor middeleeuwse studies 20 (2006), nr. 1, p. 63-65.

    K. Lavezzo, Angels on the Edge of the World. Geography, Literature and English Community, 1000-1534. Ithaca, NY, 2006.

    O.S.H. Lie (eindred.), M. Banda e.a., Het boek van Sidrac. Een honderdtal vragen uit een middeleeuwse encyclopedie. Hilversum, 2006. Artesliteratuur in de Nederlanden 5.
    Alweer het vijfde deel uit de reeks, waarin een uiteenlopende reeks vragen uit het welbekende Boek van Sidrac in een moderne vertaling wordt gepresenteerd voor een breder publiek. Het boek is gestructureerd rond vier thema’s, getiteld: ‘Zo boven zo beneden – De mens en het heelal’; ‘De mens en zijn omgeving – Geografie, meteorologie, het dierenrijk’; ‘Het menselijk lichaam – Man en vrouw’; en ‘Mensen onder elkaar – Omgangsvormen en christelijke moraal’. Prachtige uitgave, met veel kleurenafbeeldingen.

    O.S.H. Lie (red.), Het boek van Sidrac. Een honderdtal vertaalde vraagstukken uit een middeleeuwse encyclopedie. Hilversum, 2006. Artesliteratuur in de Nederlanden 5.
    Prachtig eindresultaat van één van de WEMAL-werkgroepen, die zich jarenlang over de Sidrac gebogen heeft, en alweer het vijfde deel in de artes-reeks. Met bijdragen van Mirjam Banda, Wilma Feringa, Orlanda Lie, Trees Lunter, Marjolijn Saan, Jaap Staal en Gerrit Verbeek.

    Madoc. Tijdschrift over de Middeleeuwen 20 (2006), nr. 4. Themanummer: Zintuigen in de Middeleeuwen.
    Bijzonder en fraai uitgegeven themanummer rond de rol van de vijf zintuigen zicht, reuk, gehoor, tast en smaak in het laatmiddeleeuwse leven aan de hand van veel uiteenlopende bronnen, waaronder Middelnederlandse. De artikelen die aan ieder zintuig zijn gewijd worden omkaderd met afbeeldingen van een beroemde tapijtenserie, La dame à la licorne in Parijs, en pakkende citaten uit verschillende laatmiddeleeuwse oudfriese boeteregisters. Hoewel de artikelen zich vaak richten op aspecten uit het kerkelijk leven, valt er ook op het gebied van de artes veel te genieten. Zo kunnen de volgende bijdragen genoemd worden:

    • M. Teeuwen, ‘Horen met je ziel’, 242-249 [over de rol van de muziek op het middeleeuwse intellectuele wereldbeeld];

    • C. Muusers, ‘In de ban van Behemoth. Lekker eten in de Middeleeuwen?’, 264-271 [met betrekking tot het middeleeuwse oordeel over wat lekker was];

    • J. Weststrate, ‘Rotte vis en zure wijn. Houdbaarheid, bederf en manipulatie van voedsel in de late Middeleeuwen’, 272-280 [over het bederf waaraan met name het voedsel van de minder welgestelden vrijwel altijd onderhevig was].

    P. Magdalino, L'Orthodoxie des astrologues. La science entre le dogme et la divination à Byzance (VIIe – XIVe siècle). Parijs, 2006.

    J.L. Mancha, Studies in Medieval Astronomy and Optics. Aldershot, 2006. Variorum Collected Studies Series 852.

    N. De Marchi en H. Van Miegroet (ed.), Mapping Markets for Paintings in Europe, 1450-1750. Turnhout, 2006. Studies in European Urban History (1100-1800) 8.
    Beschrijft onder andere het beroep van schilder, hun technieken, en het verzamelen en doorgeven van hun kennis in de periode 1450-1800.

    W.P. Marvin, Hunting Law and Ritual in Medieval English Literature. Cambridge, 2006.

    I. McLean, ‘The “Sceptical Crisis” Reconsidered. Galen, Rational Medicine and the “Libertas philosophandi”’. In: Early Science and Medicine. A Journal for the Study of Science, Technology and Medicine in the Pre-Modern Period 11 (2006), nr. 3, p. 247-274.

    M.R. McVaugh, ‘Niccolò da Reggio’s Translations of Galen and their Reception in France’. In: Early Science and Medicine. A Journal for the Study of Science, Technology and Medicine in the Pre-Modern Period 11 (2006), nr. 3, p. 275-301.

    J. Mead, ‘Geoffrey Chaucer’s Treatise on the Astrolabe’. In: Literature Compass 3/5 (2006), p. 973-991.

    M. Meuwese, ‘De krekel in de oven. Een spannend avontuur in de Roman van Limborch’. In: Madoc. Tijdschrift over de Middeleeuwen 20 (2006), nr. 3, p. 139-145.
    Over het motief van marginale illustraties met zingende krekels in een Vlaams getijdenboekje, dat naar alle waarschijnlijkheid afkomstig is uit en verwijst naar natuurencyclopedische kennis.

    M. van der Molen-Willebrands en A. van ’t Hoog (ed.), Traktaat van de kampernoeljes of duivelsbrood. Hilversum, 2006. Zeven Provinciën Reeks 25.
    Hoewel strikt beschouwd natuurlijk niet meer tot de Middeleeuwen behorend (het uitgegeven traktaat stamt uit 1668), is het toch de moeite waard om dit bijzondere boek in deze lijst te vermelden, vanwege de erin besproken overgang van Middeleeuwse naar vroegmoderne opvattingen over geneeskunde, hygiëne, botanica en gezondheidsleer. Uit de catalogus: ‘In 1668 verscheen in Antwerpen het Traktaat van de kampernoeljes of duivelsbrood, geschreven door paddenstoelenliefhebber en –kenner pater Franciscus van Sterbeeck. De stad wemelde destijds van de Italiaanse kooplieden, die van huis uit dol waren op ‘funghi’. Zij leerden Brabantse boeren paddenstoelen zoeken en zo ontstond een levendige handel met als centrum de paddenstoelenmarkt bij de Antwerpse beurs. In zijn traktaat identificeert Van Sterbeeck eetbare en niet-eetbare soorten en beschrijft hun uiterlijk, vindplaats en effecten op de gezondheid. Daarnaast behandelt hij manieren om zwammen ete bereiden of bewaren en remedies tegen giftige soorten. Diëtiste en neerlandica Marleen van de Molen-Willebrands hertaalde het Traktaat in modern-Nederlands en achterhaalde oude medische opvattingen over de ‘abcessen’ van de aarde. Bioloog Arno van ’t Hoog onderzocht de invloed van klassieke bronnen en van herboristen zoals Dodoneus, Lobelius en Clusius en beschrijft in zijn bijdrage verschillende botanische aspecten.

    R. Netherton en G.R. Owen-Crocker (ed.), Medieval Clothing and Textiles, dl. 2. Woodbridge, 2006.
    Online-recensie in The Medieval Review [tmrl@indiana.edu] 08.02.19 door J.L. Ball.

    R.I.A. Nip, ‘[Recensie van: O.S.H. Lie en J. Reynaert (red.), Artes in context. Opstellen over het handschriftelijke milieu van Middelnederlandse artesteksten. Hilversum, 2004. Artesliteratuur in de Nederlanden 3]’. In: Bijdragen en Mededelingen betreffende de Geschiedenis der Nederlanden 121 (2006), z.p.

    F. van Oostrom, Stemmen op schrift. Geschiedenis van de Nederlandse literatuur vanaf het begin tot 1300. Amsterdam, 2006. Geschiedenis van de Nederlandse literatuur 1. Hoofdred. A.J. Gelderblom en A.M. Musschoot.
    Een must voor iedereen die ook maar iets met de Middelnederlandse letterkunde van doen heeft – dus ook artes-geïnteresseerden. Absoluut briljant geschreven. Uit de folder van de uitgever: ‘De Middelnederlandse literatuur kent verschillende klassiekers, zoals de Reynaert en Karel ende Elegast, maar ook meer obscure teksten die tot nu toe alleen bij specialisten bekend waren. In Stemmen op schrift ontsluit Frits van Oostrom ook deze onbekende werken voor een breed publiek. Zijn geschiedschrijving van zeven eeuwen Middelnederlandse letterkunde (600-1300) is een poging om de alleroudste teksten, en dus de alleroudste stemmen, te redden van verdrinking in de tijd. Het boek verhaalt over de grote processen achter de middeleeuwse literatuur: over hoe het Nederlands op schrift kwam, het ontstaan van de hoofse cultuur en de 'bevrijdingstheologie' van de middeleeuwse vrouwenmystiek. De auteur geeft een vernieuwde kijk op grote teksten en auteurs, zoals Hendrik van Veldeke, de ridderromans, de unieke mystica Hadewych en natuurlijk Jacob van Maerlant. Tien jaar werkte Van Oostrom aan dit vuistdikke werk dat het eerste deel is van een grote Nederlandse literatuurgeschiedenis, geschreven door negen deskundigen. Ook het tweede deel, over de literatuur van de 14de eeuw, zal hij voor zijn rekening nemen.’

    N. Orme, Medieval Schools. From Roman Britain to Renaissance England. New Haven, Conn. [etc.], 2006.
    Online-recensie in The Medieval Review [tmrl@indiana.edu] 08.02.11 door J. Taliadoros.

    K. Park, Secrets of Women. Gender, Generation, and the Origins of Human Dissection. New York, 2006.

    J.H. Pryor (ed.), Logistics of Warfare in the Age of the Crusades. Aldershot, 2006.
    Inhoud:

    • J.H. Pryor, ‘Introduction. Modelling Bohemond's March to Thessalonike’;

    • R. Amitai, ‘The Logistics of the Mongol-Mamluk War, with Special Reference to the Battle of Wadi 'l-Khaznadar, 1299 C.E.’;

    • B.S. Bachrach, ‘Crusader Logistics. From Victory at Nicaea to Resupply at Dorylaion’;

    • J.E. Dotson, ‘Ship Types and Fleet Composition at Genoa and Venice in the Early 13th Century’;

    • J. France, ‘Logistics and the Second Crusade’;

    • R. Gertwagen, ‘Harbours and Facilities Along the Eastern Mediterranean Sea Lanes to Outremer’;

    • C.R. Glasheen, ‘Provisioning Peter the Hermit. From Cologne to Constantinople, 1096’;

    • J. Haldon, ‘Roads and Communications in the Byzantine Empire. Wagons, Horses, and Supplies’;

    • B.Z. Kedar, ‘Reflections on Maps, Crusading, and Logistics’;

    • Y. Lev, ‘Infantry in Muslim Armies During the Crusades’;

    • T.F. Madden, ‘Food and the Fourth Crusade. A New Approach to the “Diversion Question”’;

    • A.V. Murray, ‘Money and Logistics in the Forces of the First Crusade. Coinage, Bullion, Service, and Supply 1096–99’;

    • R.W. Unger, ‘The Northern Crusaders. The Logistics of English and other Northern Crusader Fleets’;

    • J.H. Pryor, ‘Digest’;

    • ‘Glossary of technical terminology’.

    Queeste. Tijdschrift over middeleeuwse letterkunde in de Nederlanden 13 (2006), nr. 1: Synthese. Een meertalig themanummer naar aanleiding van «Stemmen op schrift».
    Belangrijk themanummer naar aanleiding van het verschijnen van F. van Oostrom, Stemmen op schrift. Geschiedenis van de Nederlandse literatuur vanaf het begin tot 1300. Amsterdam, 2006. Geschiedenis van de Nederlandse literatuur 1. Hoofdred. A.J. Gelderblom en A.M. Musschoot (zie ook W-mail 7 (2006), nr. 1, p. 31-32). Aan de hand van Van Oostroms geschiedenis worden verschillen en overeenkomsten met de (beoefening van de) mediëvistiek en de filologie in de omringende landen besproken. Inhoud:

    • E. van Houts, ‘Contrasts and Interaction. Neighbours of Nascent Dutch Writing: the English, Normans and Flemish’, p. 3-11;

    • P. Raedts, ‘Van magie en minne. De context van Middelnederlandse religieuze teksten’, p. 12-21;

    • B. Bastert, ‘Deutsch-niederländische Anregungen. Ein Plädoyer für eine simultane Berücksichtigung der mittelalterlichen deutschen und niederländischen Literaturtraditionen’, p. 22-34;

    • K. Busby, ‘Cuthbert Calculus, alias Tryphon Tournesol, lit «Kuifje». Ou: Un romaniste britannique aux prises avec des voix sur parchemin’, p. 35-48;

    • K. Dekker, ‘Journey Through an unfamiliar Literary Landscape. «Stemmen op schrift» from the Perspective of English Studies’, p. 49-60.

    C. Rawcliffe, Leprosy in Medieval England. Woodbridge, 2006.
    Belangrijk werk waarin veel misverstanden over lepra in de middeleeuwen worden weggenomen. Uit de recensie van S. Crawford in The Medieval Review 07.05.31: "The importance of this book"s contribution to our understanding of medieval English responses to disease cannot be understated. In this comprehensive, thoughtfully argued, compelling, fascinating, rigorous and extensively researched work, Carole Rawcliffe sets out to disabuse the reader of all the most dearly-held modern popular and scholarly misconceptions of the medieval leper, and succeeds. If your understanding of medieval leprosy is that medieval lepers were excluded, reviled, compulsorily segregated from the healthy population and removed to edges of society, only to live out the rest of their miserable days in a state of living death, with a clapper bell to warn all to keep away from them – if you thought any part of this description corresponded with a medieval reality, then you need to read this book. […] Clerics and lay people alike may have viewed leprosy as a form of purgatory on earth, but this did not prevent lepers and members of their social networks from seeking medical help. Rawcliffe is uncompromising in leaving no scope for modern sneering at the skills of medieval medical practitioners. She carefully proves that doctors routinely employed a range of tests, including blood and urine tests, and had a checklist of up to sixty symptoms to diagnose the type and severity of the leprosy. In addition, university-trained physicians did not have a monopoly on this information. Texts on the subject were widely available to a growing literate population. Medieval doctors had developed a sophisticated, holistic approach to the body, based on observation, learning and tradition, in which the sick person's needs extended beyond herbs and chemicals to include diet, environment, spiritual and emotional health, and the movements of planets and stars. A medieval practitioner who limited treatment of the leper to ointments and medicines in the modern manner, without giving due attention to these other factors, would have been negligent. […] Above all, this book stresses that the study of medieval leprosy is the study of individual responses and individual lives. The medieval sick cannot be pigeon-holed or defined by their illnesses, any more than they can today."

    J. Reynaert, ‘Met de zodiak op drift. Structuur en ‘stemmen’ in Jan van Leeuwens «Vanden seven teekenen der sonnen»’. In: Queeste. Tijdschrift over middeleeuwse letterkunde in de Nederlanden 12 (2006), nr. 2, p. 97-126.
    Fascinerend artikel over een bijzondere tekst van Jan van Leeuwen, kok in de kloostergemeenschap van Groenendaal en leerling van Ruusbroec. De tekst bevindt zich op het complexe raakvlak van spiritualiteit en astrologie. Zeven dierenriemtekens worden hierin gebruikt om een aantal fasen van het mystieke leven te typeren.

    K. Robertson, The Laborer's Two Bodies. Labor and the “Work” of the Text in Medieval Britain 1350-1500. New York, 2006.
    Uit de recensie van V. Postel in The Medieval Review 07.04.14: "The investigation of mental attitudes towards work is a neglected field of research on medieval culture, whereas studies in the history of technology, in economic history, in the history of the everyday working life of social groups such as craftsmen, artisans or merchants, in different regions and at different times, abound. […] The author […] sets out to describe how late medieval labor legislation in England after the plague changed mental attitudes towards labor. Workers were in short supply then and therefore had to be prevented from travelling around to negotiate better wages and working conditions. […] Robertson"s book […] presents a broad range of source material measuring and evaluating “work” in late medieval Britain, it offers valuable insight when indicating the late medieval shift from work as part of a larger, divinely sanctioned ethical system, to work seen as part of a nexus of earthly necessities."

    A. Sandman, ‘[Recensie van: D. Buisseret, The Mapmaker’s Quest. Depicting New Worlds in Renaissance Europe. Oxford, 2005]’. In: Early Science and Medicine. A Journal for the Study of Science, Technology and Medicine in the Pre-Modern Period 11 (2006), nr. 1, p. 111-113.

    A. Scafi, Mapping Paradise. A History of Heaven on Earth. Chicago, 2006.
    Uit de online-recensie door C. Serchuk in The Medieval Review 08.04.04: ‘Alessandro Scafi's magisterial Mapping Paradise is a beautifully produced multidisciplinary survey of the history of the cartography of Eden. Beginning with the scriptural text and its translations, lingering long in the Middle Ages, and concluding in the present day, Scafi moves with considerable agility through discussions of biblical exegesis, poetry, the disciplinary boundaries of university departments, contemporary art, the hydrology of the Nile, and the exact date of the Creation. Although not exclusively focused on medieval material, the mapping traditions of the Middle Ages dominate the book […]. The book comprises eleven chapters, framed by a prologue and an epilogue. The first chapter reviews the literature on the mapping of paradise, which is in large extent a microcosm of the broader historiography of cartography. In his even-handed and balanced discussion of the prior sources, Scafi illustrates the current discursive approach to the study of maps as a departure from a more positivist position taken in the nineteenth century. As he moves through the historiography of his subject, Scafi cautiously addresses the concerns of the two principal specialist audiences for his project: one conversant with the history of cartography and the other with medieval studies. […] Scafi makes an elegant case for the rich and dynamic intellectual life of the medieval period and also for the status of maps as graphic expressions of ideas about physical space. Scafi's agile interweaving of theology, philology, literature, and history reminds us of what Mapquest might let us forget: that maps are dense and complex images, that they are shaped by ideology, that they are never neutral transcriptions of a fixed reality.’

    U.J. Schneider (ed.), Seine Welt wissen. Enzyklopädien in der Frühen Neuzeit. Darmstadt, 2006. Catalogus bij de gelijknamige tentoonstellingen in Leipzig en Wolfenbüttel.

    S. Seyferth, ‘“Du solt wissen das gesunde leüt nit süllen lassen noch kein tranck nemen […]”. Medizinisch-astrologische Wissenspräsentationsformen und deren Textsyntax in einem iatro-mathematischen Hausbuch von 1487’. In: Amsterdamer Beiträge zur älteren Germanistik 61 (2006), z.p.

    E. Steegen, Kleinhandel en stedelijke ontwikkeling. Het kramersambacht te Maastricht in de vroegmoderne tijd. Hilversum, 2006. Maaslandse Monografieën 69.
    Van de website van de uitgever: ‘Dit boek gaat over de kleinhandel in Maastricht in de periode 1500-1800, geschetst tegen de achtergrond van de stedelijke ontwikkeling en veranderende consumptiegewoonten in Europa in de vroegmoderne tijd. De blik wordt vooral gericht op de kramers of meerseniers, het belangrijkste commerciële ambacht ter stede. Waar kwamen de Maastrichtse winkeliers vandaan, wat was hun sociale status, welke positie hadden zij in de corporatieve organisatie en welk aandeel hadden vrouwen in de kleinhandel? Erwin Steegen brengt in kaart waar de winkels lagen en laat zien hoe de winkellocatie gerelateerd was aan een bepaald welvaartsniveau. Tot slot beschrijft hij de strategieën waarmee de winkeliers hun koopwaar, in het bijzonder genotmiddelen als koffie, thee en tabak, aan de man probeerden te brengen.’

    R.E. Surtz, ‘A Spanish Midwife’s Uses of the Word: The Inquisitorial Trial (1485/86) of Joana Torrellas’. In: Mediaevistik. Internationale Zeitschrift für interdisziplinäre Mittelalterforschung 19 (2006), p. 153-168.
    Beschrijft het fascinerende proces tegen de Spaanse vroedvrouw Joana Torrellas, die werd beschuldigd van hekserij als gevolg van haar gebruik van magische boeken, teksten, spreuken en gebeden bij haar verloskundige werk.

    V. Sweet, Rooted in the Earth, Rooted in the Sky. Hildegard of Bingen and Premodern Medicine. Abingdon, 2006.

    J. Telle, ‘Zur Alchemiegeschichte vom Spätmittelalter bis zum Anfang des 17. Jahrhunderts’. In: Early Science and Medicine. A Journal for the Study of Science, Technology and Medicine in the Pre-Modern Period 11 (2006), nr. 3, p. 336-344. [Recensie-essay naar aanleiding van C. Crisciani en A. Paravicini Bagliani (ed.), Alchimia e medicina nel Medioevo. Florence, 2003; en A. van Gijsen, Joos Balbian en de steen der wijzen. De alchemistische nalatenschap van een zestiende-eeuwse arts. Leuven, 2004.]

    W. Urban, Medieval Mercenaries. The Business of War. Londen [etc.], 2006.
    Online-recensie in The Medieval Review [tmrl@indiana.edu] 08.02.15 door D. Williman.

    S.N. Vaughn en J. Rubenstein, Teaching and Learning in Northern Europe, 1000-1200. Turnhout, 2006. Studies in the Early Middle Ages 8.
    Uit de online-recensie van J. Mews in The Medieval Review 08.04.24: ‘The pedagogical slogan ‘teaching and learning’ draws attention to the importance of the experience of learning as much as on the content of teaching. This volume makes an important contribution towards such a perspective. Its wide and ambitious title might suggest that its geographical focus is wider than it actually is. ‘Northern Europe’ is here used to refer overwhelmingly to the Anglo-Norman domain, with a few essays on northern France, without anything on Germany. The volume is driven by a more specific aim, to get away from the traditional emphasis on the rise to dominance of Paris as an educational centre in the twelfth century, and to re-assert the influence of monastic schools, particularly within Normandy. […] The essays in this volume help question rhetorical assumptions about a scholastic/monastic divide, by considering cultural, political, and religious influences on educational practice within particular locations in Normandy and northern France in the eleventh and twelfth centuries.’ Inhoud van de bundel:

    • M.E. Moore, ‘Teaching and Learning History in the School of Reims, c. 800- 950’;

    • J.K. Glenn, ‘Master and Community in Tenth-Century Reims’;

    • P.D. Watkins, ‘Lanfranc at Caen: Teaching by Example’;

    • S.Vaughn's, ‘Anselm of Bec: the Pattern of his Teaching’;

    • B.C. Brasington, ‘Lessons of Love: Bishop Ivo of Chartres as Teacher’;

    • J.Rubenstein, ‘Guibert of Nogent's Lessons from the Anglo- Norman World’;

    • W. North, ‘St Anselm's Forgotten Student. Richard of Préaux and the Interpretation of Scripture in Early Twelfth-Century Normandy’;

    • J.S. Ott, ‘Educating the Bishop: Models of Episcopal Authority and Conduct in the Hagiography of Early Twelfth-Century Soissons’;

    • J.D. Cotts, ‘Monks and Clerks in Search of the Beata Schola. Peter of Celle's Warning to John of Salisbury Reconsidered’;

    • J.L. Snyder, ‘Reason and Original Thinking in English Intellectual Circles. Aristotle, Adelard, Auctoritas, and Theinred of Dover's Musical Theory of Species’;

    • M. Münster-Swendsen, ‘The Model of Scholastic Mastery in Northern Europe, c. 970-1200’.

    L.M. Veltman, ‘“Toscane getroffen door aardbeving!” Een ooggetuigenverslag van een zestiende-eeuwse natuurramp’. In: W-mail. Tijdschrift van de Werkgroep Middelnederlandse Artesliteratuur 7 (2006), nr. 2, p. 16-24.
    Aantrekkelijke bijdrage in de vorige W-mail, met inleiding, contextualisering en editie van een Middelnederlands gedrukt traktaat over een aardbeving die plaatsvond in Italië.

    R. Vermeij, Kleine geschiedenis van de wetenschap. Amsterdam, 2006.

    N. Versélewel de Witt Hamer, ‘Preciosissimum Donum Dei. Een uiterst kostbaar godsgeschenk.’ In: W-mail. Orgaan van de Werkgroep Middelnederlandse Artesliteratuur (WEMAL) 7 (2006), nr. 1, p. 15-23.
    Zeer toegankelijk artikel in de vorige W-mail over de Middelnederlandse vertaling van een moeilijke alchemistische tekst over de Steen der Wijzen. Beschrijft o.a. het handschrift, de Donum Dei-traditie, en de techniek, functie en publiek van de Middelnederlandse vertaling.

    S.A. Walton, Wind & Water in the Middle Ages. Fluid Technologies from Antiquity to the Renaissance. Tempe, Arizona, 2006. Medieval and Renaissance Texts and Studies.

    R. de Weijert, ‘[Recensie van: E. Huizenga, O.S.H. Lie, en L.M. Veltman (ed.), Een wereld van kennis. Bloemlezing van de Middelnederlandse artesliteratuur. Hilversum, 2002. Artesliteratuur in de Nederlanden 1].’ In: Amsterdamer Beiträge zur älteren Germanistik 61 (2006), p. 315-317.

    J.P. Westgeest, ‘Twee verschillende beestenboeken [Recensie van: J.C. Szirmai en R. Lops (vert.), Twee middeleeuwse beestenboeken. Het beestenboek van Pierre de Beauvais en het Beestenboek van de Liefde van Richard de Fournival. Hilversum, 2005. MemoranduM 5.]’. In: Madoc. Tijdschrift over de Middeleeuwen 20 (2006), nr. 3, p. 169-171.
    Zie ook W-mail 6 (2005), nr. 1, p. 36.

    J.P. Westgeest, De natuur in beeld. Middeleeuwse mensen, dieren, planten en stenen in de geïllustreerde handschriften van Der naturen bloeme, Jacob van Maerlants bestiaris. Diss. Leiden, 2006. [Te verschijnen.]

    M. van Winter, ‘Sugar – Spice of the Crusaders’. In: P. Lysaght en N. Rittig-Beljak (ed.), Mediterranean Food. Concepts and Trends. Proceedings of the 15th International Ethnological Food Research Conference, Dubrovnik, 27 September – 3 October, 2004. Zagreb, 2006, p. 301-307.
    Samenvatting van de auteur: ‘Hoewel de Moslim veroveraars van het oostelijk bekken van de Middellandse Zee sinds de 7e eeuw het gebruik kenden van suikerriet en de geraffineerde vormen daarvan, kwam het vasteland van Europa toch pas door de kruistochten (eind 11e eeuw) in aanraking met dit alternatief voor honing. De ridders van de Johannieter Orde verbouwden suikerriet bij hun burcht Kolossi op Cyprus, nadat ze in 1291 uit het Heilige Land waren verdreven en op Cyprus een nieuw hoofdkwartier hadden gevestigd. Zij raffineerden dit suikerriet en lieten het naar het westen exporteren door Venetiaanse kooplieden. Vanaf de 14e eeuw kan suiker worden aangetroffen in Italiaanse, Franse, Duitse en Engelse kookboeken, waarin het functioneert als een dure specerij zoals kaneel en peper. Soms zijn deze recepten beïnvloed door de nogal zoete Arabische keuken. Ook in farmaceutische recepten voor confituren nam suiker langzamerhand de rol van honing over. Sinds het einde van de 15e eeuw, toen de Portugezen suikerriet gingen verbouwen op de West-Afrikaanse eilanden, daalde de prijs van suiker drastisch en nam de consumptie ervan dienovereenkomstig toe.’

    2007

    B. van den Abeele, H. Meyer, M. W. Twomey, B. Roling, en R. J. Long (ed.), Bartholomaeus Anglicus, De proprietatibus rerum. Vol. I: Introduction, Prologue et Livres I-IV. Turnhout, 2007. De Diversis Artibus 78.
    Info van de uitgever: "Ce premier volume offre l’introduction générale, qui présente l’œuvre de Barthélemy et son contexte, sa diffusion manuscrite et sa postérité, décrit les manuscrits sélectionnés et énonce les principes éditoriaux suivis. Vient ensuite l’édition latine du prologue de Barthélemy et des livres I à IV, prend forme ainsi l’assise doctrinale et théorique du monde, dont les composantes seront décrites dans les livres successifs."

    A. Akasoy, ‘[Recensie van: Martínez Gázquez/McVaugh 2004]’ (zie elders in deze lijst). In: Early Science and Medicine 12 (2007), p. 94-96. Alleen nog online te raadplegen op: www.ingentaconnect.com/content/brill/esm/2007.

    B. Ballaux en B. Blondé, "Landtransportprijzen en de economische ontwikkeling van Brabant in de lange zestiende eeuw". In: Tijdschrift voor Sociale en Economische Geschiedenis 4 (2007), p. 57-85.

    P. Bange, ‘Licht in de duisternis. Over de invloed van een vroeg-twaalfde-eeuwse tekst in de late middeleeuwen. [Recensie van: N. Klunder, Lucidarius. De Middelnederlandse Lucidarius-teksten en hun relatie tot de Europese traditie. Amsterdam, 2005. Nederlandse Literatuur en Cultuur in de Middeleeuwen 27]’. In: Queeste. Tijdschrift over middeleeuwse letterkunde 14 (2007), nr. 1, p. 98-100. Themanummer: Wonder groet. Het wonderbaarlijke in Middelnederlandse teksten.

    C.F. Barnes Jr. (ed.), The Portfolio of Villard de Honnecourt Paris, Bibliothèque Nationale de France, Ms. Fr. 19093. Aldershot, [verschijnt 2007].
    Belangrijke facsimile-editie van het beroemde schetsboek van Villard de Honnecourt uit de eerste helft van de dertiende eeuw, met honderden gedetailleerde tekeningen en schetsen over o.a. dieren, architectuur, houthakken, de inrichting van kerken, geometrie, mensen, metselwerk en mechanische apparaten.

    B.S. Bowers, The Medieval Hospital and Medical Practice. Aldershot, [versch. 2007]. Avista Studies in the History of Medieval Technology, Science and Art.
    Inhoud o.a.:

    • J.M. Riddle, ‘On Doing Medieval Medical Research. Research Procedures in Evaluating Medieval Medicine’;

    • B. Tabuteau, ‘Historical Research Developments on Leprosy in France and in Western Europe’;

    • W. White, ‘Excavations at St Mary Spital. Burial of the “Sick Poore” of Medieval London, the Evidence of Illness and Hospital Treatment’;

    • J. Brodman, ‘Religion and Discipline in the Hospitals of 13th-Century France’;

    • P. Horden, ‘A Non-natural Environment. Medicine Without Doctors and the Medieval European Hospital’;

    • A. Touwaide, ‘Byzantine Hospital Manuals (Iatrosophia) as a Source for the Study of Therapeutics’;

    • M.K.K. Yearl, ‘Medieval Monastic Customaries on Minuti and Infirmi’;

    • R. Hyacinthe, ‘De Domo Sancti Lazari Milites Leprosi. Knighthood and Leprosy in the Holy Land’;

    • M.A. d’Aronco, ‘The Benedictine Rule and the Care of the Sick. The Plan of St Gall and Anglo-Saxon England’.

    H. Breuer, Crafting the Witch. Gendering Magic in Medieval and Early Modern England. Abingdon, 2007.

    K. de Bundel, ‘[Recensie van: O.S.H. Lie (eindred.), Het boek van Sidrac. Een honderdtal vragen uit een middeleeuwse encyclopedie. Hilversum, 2006. Artesliteratuur in de Nederlanden 5]’. In: Millennium. Tijdschrift voor middeleeuwse studies 21 (2007), nr.1, p. 64-65.

    L.R. Chardonnens, "Cijferen met middeleeuwse kopiisten en moderne filologen". In: Madoc. Tijdschrift over de Middeleeuwen 21 (2007), nr. 1, p. 10-19.
    Beschrijft de verwarring die kon ontstaan bij moderne filologen wanneer middeleeuwse kopiisten om uiteenlopende redenen veranderingen aanbrachten in de data van de zogenaamde Dies Egyptiae, de ´Egyptische dagen´. Dergelijke dagen, die manifest slecht van karakter waren, speelden een belangrijke rol in de toekomstvoorspelling, met name in de prognosticaties.

    M. Connolly, ‘Practical Reading for body and Soul in Some Later Medieval Manuscript Miscellanies’. In: Journal of the Early Book Society for the Sudy of Manuscripts and Printing History 10 (2007), p. 151-174.
    Over de vermenging van medische en religieuze formules, bezweringen en spreuken die in veel middeleeuwse volkstalige verzamelhandschriften plaatsvindt, in dit geval Engelse.

    A. Cooper, Inventing the Indigenous. Local Knowledge and Natural History in Early Modern Europe. Cambridge [etc.], 2007.
    Uit de boekbeschrijving van de uitgever: "In the wake of expanding commercial voyages, many people in early modern Europe became curious about the plants and minerals around them and began to compile catalogs of them. Drawing on cultural, social and environmental history, as well as the histories of science and medicine, this book argues that, amidst a growing reaction against exotic imports – whether medieval spices like cinnamon or new American arrivals like chocolate and tobacco – learned physicians began to urge their readers to discover their own “indigenous” natural worlds. In response, compilers of local inventories created numerous ways of itemizing nature, from local floras and regional mineralogies to efforts to write the natural histories of entire territories. Tracing the fate of such efforts, the book provides new insight into the historical trajectory of such key concepts as indigeneity and local knowledge."

    O. Cullin (ed.), La place de la musique dans la culture médiévale. Turnhout, 2007. Rencontres Médiévales Européenne 7.

    H. Deelstra, "De oudste keure over de vervalsing van eetwaren te Antwerpen (1312)". In: Geschiedenis der Geneeskunde 11 (2007), nr. 5, p. 281-287.

    P. Depreux (ed.), Les élites et leurs espaces. Mobilité, rayonnement, domination (du VIe au XIe siècle). Turnhout, 2007. Haut Moyen Âge 5.

    C.N. Fabbri, ‘Treating Medieval Plague. The Wonderful Virtues of Theriac’. In: Early Science and Medicine 12 (2007), nr. 3, p. 247-283. Speciale aflevering: Medieval and Early Modern Medicine, Alchemy and Magic (Part I). Alleen nog online te raadplegen op: www.ingentaconnect. com/content/brill/esm/2007.
    Uit de abstract: ‘This paper examines one of the most popular remedies in medieval plague medicine, namely theriac, and explores possible reasons for its remarkable continuity in the late medieval and early modern medical tradition. Theriac, reputed as a universal antidote since ancient times, was a complex compound, composed of multiple ingredients, difficult to prepare, and subject to strict manufacturing and commercial controls. The paper centers on the therapeutic applications of theriac and on its relative pharmacologic efficacy in treating the symptoms of plague. The consistent use of theriac in plague medicine attests not only to the conservatism of medieval medical practice, but also to an underlying solidly founded rationale that combined humoral doctrine, empiric observation, and pharmacologic effect.’

    L. Fagnart, ‘L’Appartement des bains de François Ier à Fontainebleau. Certitudes et conjectures autour des œuvres de Léonard de Vinci.’ In: Journal de la Renaissance 5 (2007), p. 117-127. Themanummer: Les machines proto-industrielles de Léonard.

    A. Gajewski en Z. Opacic (ed.), The Year 1300 and the Creation of a New European Architecture. Turnhout, 2007. Architectura Medii Aevi 1.

    F. Garbari en L. Tongiorgi Tomasi, Flora. The Erbario Miniato and other Drawings. 2 Dln. Turnhout, 2007.
    Editie van een prachtig herbarium. Uit de tekst van de uitgever: "The drawings were commissioned by Federico Cesi, Prince of Acquasparta (1585–1630), founder of Europe’s first scientific academy, the Accademia dei Lincei in Rome, and were acquired by Cassiano dal Pozzo after Cesi’s death. Botanical drawings commissioned by Cassiano himself and his brother Carlo Antonio dal Pozzo are presented at the end of the catalogue. Most of the drawings represent the native flora of central Italy, but mycological specimens, rarities from across Europe and recently imported species such as the crown imperial, the tobacco plant, the tomato and the aubergine are also included. Each drawing is reproduced in colour, and its botanical, medicinal and historical aspects discussed in the accompanying text. An introductory essay places the drawings in their art- and botanico-historical contexts, with comparative illustrations of earlier and contemporary plant illustrations."

    W.P. Gerritsen, ‘De eenhoorn, de Bijbel en de Physiologus. De metamorfose van een Oud-Indische mythe’. In: Queeste. Tijdschrift over middeleeuwse letterkunde 14 (2007), nr. 1, p. 78-87. Themanummer: Wonder groet. Het wonderbaarlijke in Middelnederlandse teksten.
    Prachtig artikel over de rol van de eenhoorn in verschillende klassieke en middeleeuwse werken, waaronder wetenschappelijke; in dezelfde traditie over de verhouding tussen literatuur en wetenschap waarover Gerritsen al eerder mooie beschouwingen schreef. (Zie bijvoorbeeld W.P. Gerritsen, De clepsydra, een tunnel naar de antipoden, en de natuur in een middeleeuwse proeftuin. Een beschouwing over wereldbeeld en natuur in de Middeleeuwen. Voordracht, uitgesproken ter gelegenheid van de viering van de 342ste dies natalis der Rijksuniversiteit te Utrecht op 17 maart 1978 in de Domkerk. Utrecht, 1978; en: W.P. Gerritsen, ‘Mandeville en het astrolabium’. In: De nieuwe Taalgids 76 (1983), p. 481‑495.)

    W.P. Gerritsen, Europa’s leerschoool: de zeven vrije kunsten. Een rondgang langs Leidse handschriften. Leiden, 2007. Scaliger Lezingen 3.
    Beschrijft middeleeuwse handschriften, aanwezig in de Universiteitsbibliotheek van Leiden, rondom het thema van de zeven artes liberales.

    A. Goddu, ‘[Recensie van Obrist 2004]’ (zie elders in deze lijst). In: Early Science and Medicine 12 (2007), p. 91-93. Alleen nog online te raadplegen op: www.ingentaconnect. com/content/brill/esm/2007.

    E. Grant, A History of Natural Philosophy From the Ancient World to the Nineteenth Century. Cambridge, 2007.
    Uit de beschrijving van de uitgever: ‘Natural philosophy encompassed all natural phenomena of the physical world. It sought to discover the physical causes of all natural effects and was little concerned with mathematics. By contrast, the exact mathematical sciences were narrowly confined to various computations that did not involve physical causes, functioning totally independently of natural philosophy. Although this began slowly to change in the late Middle Ages, a much more thoroughgoing union of natural philosophy and mathematics occurred in the seventeenth century and thereby made the Scientific Revolution possible. The title of Isaac Newton's great work, The Mathematical Principles of Natural Philosophy, perfectly reflects the new relationship. Natural philosophy became the “Great Mother of the Sciences”, which by the nineteenth century had nourished the manifold chemical, physical, and biological sciences to maturity, thus enabling them to leave the “Great Mother” and emerge as the multiplicity of independent sciences we know today.’

    A. Greenberg, From alchemy to Chemistry in Picture And Story. Hoboken, NJ, 2007.

    C. Griffin, ‘“A Good Reder and a Deuout”. Instruction, Reading and Devotion in the Wise Book of Philosophy and Astronomy’. In: Journal of the Early Book Society for the Sudy of Manuscripts and Printing History 10 (2007), p. 107-127.

    G. Gross, Chanter en polyphonie à Notre-Dame de Paris au 12e et 13 e siècles. Turnhout, 2007. Studia artistarum 14.
    Korte omschrijving: ‘Cette étude concerne l’ars musica dans ses relations avec les arts du trivium et la mémoire et veut ancrer les compositions dans le contexte intellectuel et éducatif qui a permis leur éclosion et leur développement.’

    Y.N. Harari, Special Operations in the Age of Chivalry, 1100-1550. Woodbridge, 2007.
    Betreft een overzicht van speciale militaire operaties en hun plaats in de geschiedenis van krijgskunde en oorlog in de middeleeuwen.

    S.R. Havsteen, N.H. Petersen, H.W. Schwab, en E. Østrem (ed.), Creations. Medieval Rituals, the Arts, and the Concept of Creation. Turnhout, 2007. Ritus et Artes 2.
    Uit de beschrijving van de uitgever: ‘The meaning of terms like 'creation' or 'to create' - as well as other derivations of such words - range from the traditional theological idea of God creating ex nihilo to a more recent one of artistic creation. This collection of essays written by scholars of music, literature, the visual arts, and theology - which chronologically spans the period from the Carolingians to the twentieth century - explores the complicated relationship between medieval rituals and theology, and the development of an idea of human artistic creation. From the fifteenth century this idea comes to the fore and as late as the early nineteenth century it is occasionally used with reference to Pythagorean cosmology. It may also be directly connected to a medieval ritual heritage. Each study in the volume examines a particular topic concerned with ritual or artistic beginnings, inventions, harmony, disharmony, or representations or celebrations of creation, involving, not least, the interplay of the ideas of God the creator, God as being actively present in the medieval liturgy, God as artist, deus artifex, and, finally, homo creator, man reflecting God in his own (more modest) creativity. The book provides new contributions from the individual scholarly disciplines as well as an impulse to a complex interdisciplinary and large-scale historical construction.’

    R. van Hee, "Hygiëne in de 16e eeuw: een keerpunt?". In: Geschiedenis der Geneeskunde 11 (2007), nr. 5, p. 260-269.

    N. Hiscok, The Symbol at Your Door. Number and Geometry in Religious Architecture of the Greek and Latin Middle Ages. Aldershot, 2007.

    G. Hollister-Short, ‘Leonardo’s Mechanical Inventions’. In: Journal de la Renaissance 5 (2007), p. 19-115. Themanummer: Les machines proto-industrielles de Léonard.

    K. Hoogendoorn, "De werken van de meetkundige rekenmeester Sybrandt Hansz. Cardinael (1578-1647)". In: De Boekenwereld. Tijdschrift voor boek en prent 23 (2007), nr. 5, p. 276-290.
    Fraai overzicht van het werk van de rekenmeester en onderwijzer Cardinael in de overgangsperiode van de zestiende naar de zeventiende eeuw, op het gebied van de geometrie, rekenkunde, boekhouden, meetkunde, zeevaartkunde en astronomie.

    M. Hoogvliet, Pictura et scriptura. Textes, images et herméneutique des mappae mundi (XIIIe-XVIe siècles). Turnhout, 2007. Terrarum Orbis 7.
    Beschrijving van de uitgever: ‘Cet ouvrage a pour but de montrer la survivance des idées médiévales dans la cartographie du xvie siècle, sous plusieurs aspects originaux. L’étude procède non seulement à partir du genre médiéval des mappae mundi, mais encore des textes de géographie descriptive. En effet, comme nombre de descriptiones orbis peuvent être considérées comme des cartes du monde sous forme écrite, il importe d’apprécier leur signification dans le contexte textuel où elles apparaissent et de mesurer les correspondances et les divergences qui s’aperçoivent entre les deux types de représentation. D’autre part, même si la découverte du Nouveau Monde introduisit d’évidents changements, l’influence de la description de l’orbis tripartitus médiéval reste sensible au xvie siècle. Enfin, en ce qui concerne le rapport, au sein des cartes elles-mêmes, entre la figuration et le texte, là où l’on perçoit traditionnellement au xvie siècle la naissance de la cartographie scientifique, l’étude démontre la survivance des mirabilia (animaux exotiques et monstres humains) et de la figure de deux souverains fréquemment représentés sur les mappae mundi médiévales, Alexandre le Grand et le Prêtre Jean. Il ressort de cette monographie fouillée, appuyée sur l’examen approfondi de nombreux documents que, les cartes pré-modernes comme les mappemondes médiévales étaient de façon indissoluble à la fois des documents « scientifiques » et des supports de nature religieuse invitant à la méditation allégorique.’

    C. Hourihane (ed.), Time in the Medieval World. Occupations of the Months & Signs of the Zodiac in the Index of Christian Art. Princeton, 2007.
    Online-recensie in: The Medieval Review [tmrl@indiana.edu] 07.11.22, door M.A. Castineiras Gonzalez.

    E. Huizenga, ‘Een zak vol parels. Imponerend overzicht van de Duitse artesliteratuur. [Recensie van: B.D. Haage en W. Wegner, Deutsche Fachliteratur der Artes in Mittelalter und Früher Neuzeit. M.m.v. G. Keil en H. Haage-Naber. Berlijn, 2007. Grundlage der Germanistik 43]’. In: W-mail 8 (2007), nr. 2, 13-25.

    L. Jongen, ‘Een boom van een vent. Middeleeuwse verhalen over Karel de Grote’. In: Kunst en wetenschap 16 (2007), nr. 2, 15-16.

    L. Jongen, ‘Hoogmoed komt voor de val. Alexander de Grote in de Middeleeuwen’. In: Kunst en Wetenschap 16 (2007), nr. 1, p. 15-16.
    O.a. over de zucht naar kennis van Alexander de Grote in de Middelnederlandse Alexanders Geesten, en de rol van filosofen in Der naturen bloeme.

    F. de Jongh, ‘Het boek van Sidrac [Recensie van: O.S.H. Lie (eindred.), Het boek van Sidrac. Een honderdtal vragen uit een middeleeuwse encyclopedie. Hilversum, 2006. Artesliteratuur in de Nederlanden 5]’. In: Madoc. Tijdschrift over de Middeleeuwen 21 (2007), nr. 2, p. 111-113.

    Journal for the History of Astronomy 38 (2007), nr. 3. Themanummer: The Circulation of Astronomical Practices in Late Medieval Europe.
    Inhoud:

    • J. Chabás, "From Toledo to Venice. The Alfonsine Tables of Prosdocimo de" Beldomandi of Padua (1424)", p. 269-282;

    • R.L. Kremer, "“Abbreviating” the Alfonsine Tables in Cracow. The Tabulae Aureau of Petrus Gaszwiec (1448)", p. 283-304;

    • A. Hadravová en P. Hadrava, "Astronomy in Paulerins’s Fifteenth-Century Encyclopaedia Liber Viginti Arcium", p. 305-324;

    • M.H. Shank, "Regiomontanus as a Physical Astronomer. Samplings from The Defence of Theon Against George of Trebizond", p. 325-350;

    • J. Włodarczyk, "Solar Eclipse Observations in the Time of Copernicus: Tradition or Novelty?", p. 351-379.

    G. Keil, ‘Die absteigende Konsistenzreihe als makrostrukturelles Gliederungsprinzip in wundärztlichen Arzneimittelhandbüchern des Spätmittelalters’. In: J. Kiefer (ed.), Parerga. Beiträge zur Wissenschaftsgeschichte. In Memoriam Horst Rudolf Abe. Erfurt, 2007, p. 9-22. Sonderschriften der Akademie gemeinnütziger Wissenschaften zu Erfurt 37.
    Zeer interessante studie naar de manier waarop de ordening van laatmiddeleeuwense chirurgische traktaten een weerspiegeling is van de verschillende medicamenten die door de chirurgen bewaard en meestal aan de buitenkant van hun patiënten aangebracht werden. Veel recepten en formules blijken te zijn bijeengebracht op de consistentie van de ingrediënten, dat wil zeggen de mate waarin ze vloeibaar, gasvormig of vast waren, en daarmee bijvoorbeeld kneedbaar of strijkbaar opgebracht konden worden.

    J. Klápšte en P. Sommer (ed.), Arts and Crafts in Medieval Rural Environment. L'artisanat rural dans le monde médiéval. Handwerk im mittelalterlichen ländlichen Raum. Turnhout, 2007. Ruralia 6.
    Bevat een groot aantal detailstudies over uiteenlopende gebieden in middeleeuws Europa, met name het noordelijk, niet-Romaanse deel daarvan (Groot-Brittannië, de Nederlanden, Duitsland, Scandinavië, Polen, Oostenrijk en Hongarije. Hieronder een deel van de inhoud van deze rijke en uitvoerige bundel:

    • R. Marti, ‘The early Medieval Potteries from Basle´s Hinterland (Switzerland). Origin, Production and Diffusion of the Pottery Ware’;

    • J. Tauber, ’Das Eisengewerbe im Schweizerischen Jura. Ergebnisse der neueren Forschung’;

    • K. Tarcsay, ‘Standortfaktoren der Glasproduktion im österreichischen Mühl- und Waldviertel’;

    • M. Takács, ‘Handwerkliche Produktion in den dörflichen Siedlungen im árpádenzeitlichen Ungarn (10. bis 13. Jahrhundert)’;

    • A. Pálóczi-Horváth, ‘The Archaeological Material of the Households of the Medieval Village of Szentkirály’;

    • Z. Miklós en M. Vizi, ‘Beiträge zum Handwerk des mittelalterlichen Marktfleckens Ete (Ungarn)’;

    • T. Sabján, ‘Hungarian Vernacular Stoves of the Late Middle Ages in Regional Kontext’;

    • H. Kirjavainen en J. Riikonen, ‘Changing Textile Crafts in Turku, SW Finland. Following Traditions and Adopting Innovations’;

    • J. Taivainen, ‘Late Iron Age and Medieval Crafts in Rural Environment. With special reference to the Retula Village in Southern Finland’;

    • E. Svensson, ‘Before World-system? The Peasant-Artisan and the Market’;

    • N. Mehler, ‘Viking Age and Medieval Craft in Iceland. Adaptation to Extraordinary Living Conditions on the Edge of the Old World’;

    • N. Brady, ‘Agricultural Tools and Agrarian Development in Early Medieval Ireland’;

    • M. Gardiner, ‘Graffiti and their Use in Late Medieval England’;

    • J. Bond, ‘Medieval Charcoal-burning in England’;

    • J.K. Knight, ‘Rural Industries in Pre-industrial South Wales’;

    • B. Groenewoudt, ‘Charcoal Burning and Landscape Dynamics in the Early Medieval Netherlands’;

    • R. Vanmechelen en S. de Longueville, ‘Habitat rural et production céramique. l´Atelier de potier de Haillot (Belgique), Xe – XIe siècles’;

    • S. Krabath, ‘Mittelalterliche Buntmetallverarbeitung in ländlichen Siedlungen’;

    • C. Theune, ‘Ländliches und städtisches Handwerk im mittelalterlichen Brandenburg’;

    • S. König en G. Alper, ‘Mittelalterliche Töpfereien im ländlichen Raum in Südniedersachsen und Nordhessen’;

    • S. Arnold, ‘Salzgewinnung in Mittelalter und früher Neuzeit im Südwesten Deutschlands’.

    N. Klunder, ‘Alles wat je ooit hebt willen weten maar nooit hebt durven vragen. [Recensie van: O.S.H. Lie (eindred.), Het boek van Sidrac. Een honderdtal vragen uit een middeleeuwse encyclopedie. Hilversum, 2006. Artesliteratuur in de Nederlanden 5]’. In: Queeste. Tijdschrift over middeleeuwse letterkunde 14 (2007), nr. 1, p. 95-97. Themanummer: Wonder groet. Het wonderbaarlijke in Middelnederlandse teksten.

    T. Kohanski en C.D. Benson, The Book of John Mandeville. Kalamazoo, 2007.

    M. Kožluk, ‘«Pour satisfaire tant aux doctes, que aux peu savans». Traduction et terminologie médicale en France à la Renaissance’. In: Journal de la Renaissance 5 (2007), p. 11-18. Themanummer: Les machines proto-industrielles de Léonard.

    C. Lee, Feasting the Dead. Food and Drink in Anglo-Saxon Burial Rituals. Woodbridge, 2007. Anglo-Saxon Studies 9.
    Online-recensie in The Medieval Review [tmrl@indiana.edu] 08.03.19 door M. Weiss Adamson.

    D. Lehoux, ‘Observers, Objects, and the Embedded Eye. Or, Seeing and Knowing in Ptolemy and Galen. In: Isis. International Review Devoted to the History of Science and its Civilisation 98 (2007), nr. 3, p. 447-467.

    O.S.H. Lie, ‘Hoerenwijsheid: de Middelnederlandse Evangelien vanden spinrocke’. In: Madoc. Tijdschrift over de Middeleeuwen 21 (2007), nr. 3, p. 169-179.
    Opmerkelijk artikel over een bijzondere tekst. Een groep vrouwen wisselt tijdens zes spinavonden allerlei kennis en wijsheden met elkaar uit. De vertellingen worden opgetekend door een geleerde klerk. Uit het gedetailleerde onderzoek van Orlanda Lie blijkt dat deze zogenoemde spinrokevangelies, daar waar de tekst aanvankelijk een vrouwvriendelijk vertelkader voor de overdracht van kennis lijkt te zijn, zij uiteindelijk niets anders illustreert dan de minderwaardigheid van de kennis van deze vrouwen en de verderflijkheid van hun leefwijze.

    S. Lightsey, Manmade Marvels in Medieval Culture and Literature. New York, 2007.
    Bijzonder boek over een opvallend verschijnsel: wonderbaarlijke, door de mens gemaakte mechanieken, bedoeld om te imponeren. Uit de beschrijving van de uitgever: ‘Manmade marvels of the later medieval courts — animated golden birds, mechanical angels, and other fantastic machines — were not merely amusing distractions, but also agents of social negotiation and political import. In Manmade Marvels, the dancing metal peacocks, animated statuary, and spectacular illusions of the romance tradition are disembedded from traditional literary representation as supernatural fictions, and situated in the political culture where mechanical marvels were fashioned to delight courts, garner prestige, and symbolize power. This book provides a synthesis of court politics and technological history, intellectual traditions, and the practices of everyday life. Lightsey restores these marvels to the cultural roles they played as they were created by craftsmen and consumed by elite culture, invigorating our understanding of the role of craft in embellishing noble lives with the marvelous.’

    J. Martínez Gázquez & M. R. McVaugh, Arnau de Vilanova, Translatio Libri Albuzale de Medicinis Simplicibus; A. Labarta (ed.), Abū-’l-Ṣalt Umayya, Kitāb al-adwiya al-mufrada; L. cifuentes (ed.), Libre d’Albumesar de Sim@ples Medecines. Voorw. en comm. door A. Labarta, J. Martínez Gázquez, M. R. McVaugh, D. Jacquart & L. Cifuentes. Barcelona, 2007. Arnaldo de Villanova Opera Medica Omnia 17.
    Editie van drie versies van het traktaat van Arnaldus de Villanova over enkelvoudige medicijnen.

    N. Masciandaro, The Voice of the Hammer. The Meaning of Work in Middle English Literature. Notre Dame, IN, 2007.

    A. McCabe, A Byzantine Encyclopaedia of Horse Medicine. The Sources, Compilation, and Transmission of the «Hippiatrica». Oxford, 2007.
    Uit de recensie van M. Decker in The Medieval Review [tmrl@indiana.edu] 08.01.22: ‘A Byzantine Encyclopaedia of Horse Medicine by Anne McCabe deals with a little known work called the Hippiatrica, a handbook for veterinarians and horse keepers. […] The study begins with an overview of the Hippiatrica and immediately stresses that it, like the Geoponica, the agricultural manual with which it is often compared, is the product of two movements. The first of these is the development of specialized disciplinary knowledge in the technical arts that we detect over the third through sixth centuries AD. The second is the trend of scribal excerpting that occurred in the tenth century, when technical literature was revived in intellectual circles in Constantinople. Although they were produced in the rather rarified environment of elite circles in the imperial center, these books had an utterly practical function. […] We glimpse something of the richness of information contained in the Hippiatrica. The text offers nuggets of precious information on a range of subjects, especially the materia medica that veterinary writers presumed available to the horse doctor, among them saffron, myrrh, and cassia. Such exotic substances were put to common uses. They were used to treat wounds or to fumigate stalls. These practices are echoed in the Geoponica and suggest that the available range of exotic substances and experimental nature of treatments were varied and rich. McCabe has a keen eye for the enlightening, often humorous anecdotes which frequently reveal precious glimpses of medical thought, theory, and practice. […] A Byzantine Encyclopaedia of Horse Medicine establishes a new standard work that will be consulted by those interested in the Hippiatric corpus as well as those undertaking broader research in the communication of scientific knowledge and its transmission through the centuries.’

    K.H. Metz, ‘Technik als Wissen. Thesen zu einer historischen Theorie der Technik’. In: Saeculum. Jahrbuch für Universalgeschichte 58 (2007), nr. 2, p. 317-326.
    Beschrijft de rol van de techniek in de geschiedenis van de mensheid als middel om kennis te verwerven en vast te leggen.

    B. de Munck, Technologies of Learning. Apprenticeship in Antwerp from the 15th Century to the End of the Ancien Régime. Turnhout, 2007. Studies in European Urban History 14.
    Begeleidende tekst van de uitgever: ‘The importance of training and education is on the increase. While the production of ‘human capital’ is seen as a motor for a competitive economy, skills and expertise proof to be necessary for social mobility. Before the advent of a formal schooling system, training took place on the shop floor, under the roof of a master. The apprentice not only worked but also lived in his master’s house and was thus trained and educated at the same time. In cities, this system was formally complemented by an official apprenticeship system, prescribing a minimum term to serve and an obligatory masterpiece for those who wanted to become masters themselves. Traditionally, historians see this as an archaic and backward way of training, yet this book’s aim is to show that is was instead a very flexible and dynamic system, perfectly in tune with the demands of an early modern economy.’

    R. Nanni, ‘Leonardo’s Kinematics and his Legacy in Early Modern Europe’. In: Journal de la Renaissance 5 (2007), p. 11-18. Themanummer: Les machines proto-industrielles de Léonard.

    P. Nightingale, Trase, Money and Power in Medieval England. Aldershot, 2007. Variorum Collected Studies Series 894.

    M. Patijn, Yperman opnieuw bekeken. Afbeeldingen in de Cyrurgie van Jan Yperman (ca. 1260-1330). 2 Dln. Doctorale scriptie Amsterdam, 2007.
    Schitterende scriptie op het raakvlak van kunstgeschiedenis en Middelnederlandse chirurgische teksten, die het waard is om een ruimer publiek te krijgen: een dergelijk onderzoek was op deze manier nog niet eerder uitgevoerd. De afbeeldingen in de handschriften met de tekst van Yperman"s Cyrurgie, veelal schetsmatig van aard, worden hierin aan een vergelijkend onderzoek onderworpen. Het gaat daarbij vaak om tekeningen van chirurgische instrumenten als pincetten, naalden en beenspalken. Tussen de handschriften blijken zowel opmerkelijke overeenkomsten als verschillen in de schetsen te bestaan. De scriptie is bijzonder zorgvuldig uitgevoerd, met talrijke afbeeldingen in kleur. In een zeer uitvoerige bijlage worden alle besproken tekeningen zorgvuldig naast elkaar gezet. Desgewenst kan een exemplaar worden besteld bij de auteur: mariapatijn@hotmail.com.

    J.-P. Peeters, "Het geld- en kredietwezen in de laat-middeleeuwse stad Tienen: joden, lombarden, wisselaars en muntcirculatie". In: Eigen Schoon en de Brabander 90 (2007), nr. 2, p. 235-244.

    J. Prins en M. Teeuwen (red.), Harmonisch Labyrint. Hilversum, 2007. [Verschijnt mei 2007.]Interessante bundel over de plaats van de muziek in het middeleeuwse wereldbeeld. Uit de catalogus van de uitgever: ‘Eeuwenlang bloeide de overtuiging dat muziek een spiegel vormt voor de perfecte ordening die de schepper in zijn wereld heeft aangebracht. De wetten van de perfecte wereld, waarin muziek, wiskunde en filosofie een geheel vormen, liggen volgens deze overtuiging ten grondslag aan het ontwerp van de kosmos. In de banen van de planeten, die met sferen aangeduid worden, en de muziek die zij voortbrengen, zou de universele harmonie van de kosmos op de meest perfecte wijze tot uitdrukking komen. De leer van de harmonie der sferen, die al in de zesde eeuw voor Christus door Pythagoras werd geformuleerd, fungeerde tot ver in de zeventiende eeuw als een inspirerende factor in het denken over de kosmos en de muziek. Deze bundel exploreert het harmonisch labyrint dat deze denkbeelden samen vormen.’ De bijdragen zijn ondergebracht in vijf delen, die het onderwerp beschrijven in verschillende periodes, te weten de Middeleeuwen, de Renaissance, de zeventiende eeuw, en de negentiende en twintigste eeuw; daaraan vooraf gaat nog een deel dat de kosmologie beschrijft die ten grondslag ligt aan de traditie van de harmonie der sferen. Inhoud o.a.:

    • J. Prins en M. Teeuwen, ‘Inleiding. De traditie van de harmonie der sferen: een harmonisch labyrint’;

    • R. van Gent, ‘Harmonie als sleutel tot het universum van de Oudheid tot en met de Renaissance;

    • M. Teeuwen, ‘Hemelse harmonie in de vroege Middeleeuwen: visies op antieke tradities;

    • J. van der Helm, ‘Harmonie der sferen in Dantes Divina Commedia’;

    • E. Vetter, ‘Hildegard van Bingen en de harmonie der sferen’;

    • W. Elders, ‘Symbolische partituren: de notie van “musica celestis” in composities uit de Renaissance’;

    • J. Prins, ‘Marsilio Ficino over Plato’s Timaeus. Kosmische harmonie en de lever’.

    Publications du Centre Européen d’Etudes Bourguignonnes (XIVe-XVIe s.) 47 (2007). Themanummer: Boire et manger en pays bourguignons (XIVe - XVIe siècles).
    Inhoud van dit rijke nummer:

    • M.-T. Caron, ‘Le banquet dans la mémoire collective. La vision des chroniqueurs’;

    • J. Paviot, ‘Tenir état à table’;

    • Y. Morel, ‘«Et ce jour mondit seigneur fist fere un banquet». Les banquets à la cour de Philippe le Bon et Charles le Téméraire’;

    • J. Theurot, ´Approvisionnements de bouche et repas dans le comté de Bourgogne (1286-1374) d’après des comptes des Archives de Doubs, de la Côte-d’Or et du Pas-de-Calais’;

    • P. Gresser, ‘L’approvisionnement en gibier et poisson de la table des comtes et comtesses de Bourgogne aux XIVe et XVe siècles’;

    • S. Bepoix, ‘La nourriture fournie aux corvéables et aux travailleurs dans le comté de Bourgogne au début du XVe siècle’;

    • D. Clauzel, ‘Le vin et la bière à Lille à la fin du Moyen Age. Approches quantitatives’;

    • C. Chatellain, ‘Le maïeur et les échevins d’Amiens à table (1385-1483)’;

    • L. Clauzel-Delannoy, ‘«Le hareng roi». Boulogne et le marché du poisson à la fin du Moyen Age;

    • S. Curveiller, ‘L’alimentation d’après une source comptable. L’exemple de Dunkerque (fin XIVe-début XVe siècle)’;

    • J. Heuclin, ‘La table des chanoinesses de Maubeuge à la fin du XIVe siècle’;

    • M. Mestayer, ‘L’alimentation dans les «bonnes maisons» douaisiennes entre 1309 et 1365’;

    • L. Paquay, ‘Les dépenses en cuisine de la troupe de Guillaume de Juliers avant, pendant et après la Bataille des Eperons d’Or (23 mai-6 août 1302)’;

    • F. Viltart, ‘S’alimenter dans les armées de Charles Quint d’après les comptes des commissaires aux vivres des camps (1542-1543)’;

    • B. Jongenelen, ‘Food and beverage in «Le chevalier délibéré»’;

    • L. Plouvier, ‘La gastronomie dans les Pays-Bas méridionaux sous les ducs de Bourgogne. Le témoignage des livres de cuisine’;

    • D. Soumillion, ‘Le «Mesnagier de Paris» ou l’art culinaire médiéval’;

    • G. Naegle, ‘Garder la porte du diable. «Mengier deux fois le jour est vie humaine»’.

    F. Ravoire en A. Dietrich (éd.), La cuisine et la table dans la France de la fin du Moyen-Âge. Contenus et contenants du XIVe au XVIe siècle. Actes du colloque de Sens (2004). Turnhout, 2007. Publications du Centre de Recherches Archéologiques et Historiques Médiévales.
    Uit de omschrijving van de uitgever: ‘Le livre est divisé en quatre parties: a. La table d'après les données historiques, iconographiques, archéologiques; b. Conservation, préparation et cuisson des aliments; c. Le contenu: la production alimentaire végétale, animale et les boissons; d. Les contenants: la vaisselle en métal, en bois, en verre et en céramique.’

    S. de Renzi, "Medical Expertise, Bodies, and the Law in Early Modern Courts". In: Isis. International Review Devoted to the History of Science and its Civilisation 98 (2007), p. 315-322.

    A. Reynders, ‘Het wonder gerelativeerd. Magie in de Parthonopeus van Bloys’. In: Queeste. Tijdschrift over middeleeuwse letterkunde 14 (2007), nr. 1, p. 45-58. Themanummer: Wonder groet. Het wonderbaarlijke in Middelnederlandse teksten.

    A.I. Sabra, The “Commentary” That Saved the Text. The Hazardous Journey of Ibn al-Haytham's Arabic Optics. In: Early Science and Medicine 12 (2007), nr. 2, p. 117-133.

    G. Saliba, Islamic Science and the Making of the European Renaissance. Cambridge, MA, 2007.

    J. Samsó, Astronomy and Astrology in al-Andalus and the Maghrib. Aldershot, 2007. Variorum Collected Studies Series 887.

    C. Santing, ‘[Recensie van E. Huizenga, Tussen autoriteit en empirie. De Middelnederlandse chirurgieën in de veertiende en vijftiende eeuw en hun maatschappelijke context. Hilversum, 2003. Artesliteratuur in de Nederlanden 2]’. In: Bijdragen en Mededelingen betreffende de Geschiedenis der Nederlanden 122 (2007), nr. 1, p. 113-115.

    C. Schweikardt, "Taboe of toegepaste wetenschap? Anatomie en vivisectie in de geneeskunde in de oudheid, middeleeuwen en renaissance". In: Geschiedenis der Geneeskunde 11 (2007), nr. 5, p. 288-294.

    M. Stolberg, ‘The Decline of Uroscopy in Early Modern Learned Medicine (1500-1650)’. In: Early Science and Medicine 12 (2007), nr. 3, p. 313-336. Speciale aflevering: Medieval and Early Modern Medicine, Alchemy and Magic (Part I). Alleen nog online te raadplegen op: www.ingentaconnect. com/content/brill/esm/2007.

    M. Teeuwen, ‘[Recensie van: W.P. Gerritsen, Europa’s leerschoool: de zeven vrije kunsten. Een rondgang langs Leidse handschriften. Leiden, 2007. Scaliger Lezingen 3]. In: Gewina. Tijdschrift voor de Geschiedenis der Geneeskunde, Natuurwetenschappen, Wiskunde en Techniek 30 (2007), nr. 4, p. 283.

    A. Vanderjagt, "[Recensie van: F. van Oostrom, Stemmen op schrift. Geschiedenis van de Nederlandse literatuur vanaf het begin tot 1300. Amsterdam, 2006. Geschiedenis van de Nederlandse literatuur 1. Hoofdred. A.J. Gelderblom en A.M. Musschoot]". In: Bijdragen en Mededelingen betreffende de Geschiedenis der Nederlanden 122 (2007), nr. 2, p. 262-264.

    I. Ventura (ed.), Bartholomaeus Anglicus, De proprietatibus rerum. Vol. VI: Livre XVII. Turnhout, 2007. De Diversis Artibus 79.
    Info van de uitgever: "Ce volume présente le texte latin du livre XVII en édition critique, basée sur cinq manuscrits. Il est consacré à la botanique et traite en 197 chapitres d’une succession d’arbres et de plantes, dont il décrit l’apparence, les propriétés, les usages pratiques et médicinaux."

    L. Visser-Fuchs, ‘[Recensie van: J.M. van Winter, Spices and Comfits. Collected Papers on Medieval Food. Voorwoord P.L. Totnes. Devon, 2007 (zie ook W-mail 8 (2007), nr. 2)]’. In: Queeste. Tijdschrift over middeleeuwse letterkunde in de Nederlanden 14 (2007), nr. 2, p. 188-190.

    G. Warnar, "[Recensie van: S. Bogaart, Geleerde kennis in de volkstaal. ‘Van den proprieteyten der dinghen’ (Haarlem 1485) in cultuurhistorisch perspectief. Hilversum, 2004. Artesliteratuur in de Nederlanden 4; en: H. Pleij, J. Reynaert e.a., Geschreven en gedrukt. Boekproductie van handschrift naar druk in de overgang van Middeleeuwen naar moderne tijd. Gent, 2004]". In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde 123 (2007), nr. 2, p. 172-174.

    J.M. van Winter, Spices and Comfits. Collected Papers on Medieval Food. Hilversum, 2007.
    Uit de beschrijving van de uitgever: "Throughout a long teaching career in academic life in Holland, Johanna Maria van Winter has specialized in the study of food and drink in the Middle Ages. Many of her articles and papers have been gathered together here within a single volume. Invariably, the work is founded on a close study of written sources, either the medieval records of towns and feudal lords of The Netherlands, early printed cookery books, or the best international scholarship. Some of the topics discussed are: fasting and asceticism in the Middle Ages; fish recipes in late medieval and early modern cookery books; the use of cannabis in two cookery books of the fifteenth century; green salads in the Renaissance; invalid food in the fifteenth century; regional cookery of the Low Countries; festive meals; dining as a means of communication; and the role of preserved food in Dutch medieval households."

    J. Ziegler, ‘Philosophers and Physicians on the Scientific Validity of Latin Physiognomy, 1200-1500’. In: Early Science and Medicine 12 (2007), nr. 3, p. 285-312. Speciale aflevering: Medieval and Early Modern Medicine, Alchemy and Magic (Part I). Alleen nog online te raadplegen op: www.ingentaconnect. com/content/brill/esm/2007.
    Uit de abstract: ‘The article surveys and contextualizes the main arguments among philosophers and academic physicians surrounding the status of physiognomy as a valid science from the thirteenth to the early sixteenth centuries. It suggests that despite constant doubts, learned Latin physiognomy in the later Middle Ages was recognized by natural philosophers (William of Spain, Jean Buridan, William of Mirica) and academic physicians (Rolandus Scriptor, Michele Savonarola, Bartolomeo della Rocca [Cocles]) as a body of knowledge rooted in a sound theoretical basis. Physiognomy was characterized by stability and certainty. As a demonstrative science it was expected to provide rational explanation for every bodily sign. In this respect, learned physiognomy in the Middle Ages was dramatically different from its classical sources, from Islamic and possibly from early-modern physiognomy as well.’

    C. Zika, The Appearance of Witchcraft. Abingdon, 2007 [verschijnt december 2007]. Christianity and Society in the Modern World.

    2008

    A. Akasoy, Ch. Burnett en R. Yoeli-Tlalim (ed.), Astro-Medicine. Astrology and Medicine, East and West. Florence, 2008. Micrologus. Nature, Sciences and Medieval Societies 25.
    Belangrijke bundel over een voor de artes belangrijk gebied, die zich nu eens niet beperkt tot West-Europa, maar uitwaaiert over de hele wereld. Uit de inhoudsbeschrijving van de uitgever: ‘This collection of essays demonstrates the richness and variety of the forms in which astrology and medicine have interacted in different cultures and at different times. Both medicine and astrology are concerned with the circumstances that have led to a condition of the body and with the prognosis of outcomes. The underlying framework is clear when the human body itself is regarded as being a ‘little world’ (microcosm) which corresponds in all its parts to the world as a whole (macrocosm). The association between human anatomy and the stars is found already in ancient Egypt and was later incorporated into Greek medical theory. […] The significance of the cycles of the moon, in particular, for the development of a disease, lies at the heart of the theory of ‘critical days’, which was espoused by doctors from Classical Antiquity into the early modern period.There was always criticism of being guided by astrology, especially on the grounds that certain practices were superstitious rather than rational.’ Inhoud:

    • N.P. Heeßel, ‘Astrological Medicine in Babylonia’;

    • V. Nutton, ‘Greek Medical Astrology and the Boundaries of Medicine’;

    • H.M. Carey, ‘Medieval Latin Astrology and the Cycles of Life. William English and English Medicine in Cambridge,Trinity College MS O.5.26’;

    • C. Pennuto, ‘The Debate on Critical Days in Renaissance Italy’;

    • Y.T. Langermann, ‘The Astral Connections of Critical Days. Some Late Antique Sources Preserved in Hebrew and Arabic’;

    • A. Akasoy, ‘Arabic Physiognomy as a Link between Astrology and Medicine’;

    • V. Lo, ‘Heavenly Bodies in Early China. Astro-Physiology in Context’;

    • A. Beinorius, ‘Astral Hermeneutics. Astrology and Medicine in India’;

    • V.A. Wallace, ‘A Convergence of Medical and Astro-Sciences in Indian Tantric Buddhism. A Case of the Kālacakratantra’;

    • R. Yoeli-Tlalim, ‘Tibetan Medical Astrology’;

    • D. Gieseler Greenbaum, ‘From Lilly to Steiner and Jung. Temperament in Astrology and Psychology, Seventeenth and Twentieth Centuries’.

    C.F. Barnes (ed.), The Portfolio of Villard de Honnecourt (Paris, Bibliothèque nationale de France, MS Fr 19093). A New Critical Edition and Color Facsimile. With a glossary by S.L Hahn. Aldershot, 2008.

    R. Bork en A. Kahn, The Art, Science, and Technology of Medieval Travel. Aldershot, 2008. Avista Studies in the History of Medieval Technology, Science and Art 6.
    Uit de omschrijving van de uitgever: ‘In recent years, scholarship has increasingly emphasized the importance of travel and intercultural exchange in the Middle Ages. The notable medieval phenomena of pilgrimage and crusade obviously involved travel, while the growth of international commerce contributed decisively to the emergence of Europe as a major force in the world. Medievalists in all fields thus have good reason to consider this issue. The contributors here explore medieval travel from a variety of interdisciplinary perspectives, placing the physical practice of transportation into the larger context of medieval thought about the world and its meaning. The four sections move in focus from the practical to the theoretical, and back. The first section deals with medieval vehicles and logistics, considering Carolingian military planning, Venetian ship design, the origin of the coach, and trade-offs between land and water transport. In the second section, the authors look at ways in which medieval artists responded to travel in creating city gates, representations of earthly travel, and devotional images based on the idea of spiritual pilgrimage. The next papers deal with maps and their meanings, opening with an argument for the importance of Platonic symbolism for medieval mapmakers, followed by studies on the Hereford Mappa Mundi, the Gough Map, and Petrarch's travel guide to the Holy Land. The final section discusses the history of navigational instruments in the Middle Ages. Together, these papers constitute important explorations of how the practical and theoretical concerns of medieval travellers intersected, from the early Middle Ages to the dawn of the Renaissance.’ Inhoud:

    R. Bork en A. Kahn, ‘Introduction. The Art, Science, and Technology of Medieval Travel’;

    Part I: Medieval Vehicles and Logistics:

    • B.S. Bachrach, ‘Carolingian Military Operations. An Introduction to Technological Perspectives’;

    • J.E. Dotson, ‘Everything is a Compromise. Mediterranean Ship Design, 13th to 16th Centuries’;

    • J. Munby, ‘From Carriage to Coach. What happened?’;

    • D.H. Kennett, ‘Caister Castle, Norfolk, and the Transport of Brick and other Building Materials in the Middle Ages’;

    Part II: Medieval Travel and the Arts:

    • M. Duran-McLure, Pilgrims and Portals in Late Medieval Siena’;

    • A. McClanan, ‘The Strange Lands of Ambrogio Lorenzetti’;

    • A. Lermack, ‘Spiritual Pilgrimage in the Psalter of Bonne of Luxembourg’;

    Part III: Medieval Maps and their Uses:

    • N. Hiscock, ‘Mapping the Macrocosm. Christian Platonist Thought Behind Medieval Maps and Plans’;

    • D. Terkla, ‘Informal Catechesis and the Hereford Mappa Mundi’;

    • N. Millea, ‘The Gough Map. Britain's Oldest Road Map, or a Statement of Empire?’;

    • E. Edson, ‘Petrarch's Journey Between 2 Maps’;

    Part IV: Medieval Navigational Instruments:

    • R.A. Paselk, ‘Medieval Tools of Navigation. An Overview’;

    • S. Schechner, ‘Astrolabes and Medieval Travel’.

    F.B. Brévart, ‘Between Medicine, Magic, and Religion. Wonder Drugs in German Medico-Pharmaceutical Treatises of the Thirteenth to the Sixteenth Centuries’. In: Speculum. A Journal of Medieval Studies 83 (2008), nr. 1, p. 1-57.
    Zeer uitvoerig en bijzonder goed gedocumenteerd artikel (alleen de noten maken dit artikel de moeite waard om door te spitten) over Duitse middeleeuwse beschrijvingen van geneesmiddelen waaraan een wonderbaarlijke genezingskracht werd toegekend. De auteur concentreert zich achtereenvolgens op plantaardige wondermiddelen, gevolgd door minerale en dierlijke wonder drugs. Speciale aandacht is er voor de tekst Epistula de vulture, waarin beschreven wordt hoe geneesmiddelen bereid kunnen worden van een gevangen genomen gier.

    B.M.S. Campbell, Field Systems and Farming Systems in Late Medieval England. Aldershot, 2008. Variorum Collected Studies Series 903.

    Martine Clouzot, Images de musiciens (1350 – 1500). Typologie, figurations et pratiques sociales. Turnhout, 2008.
    Uit de omschrijving door de uitgever: ‘Les livres enluminés du Moyen Age résonnent de mélodies instrumentales jouées par des musiciens hauts en couleurs: ménestrels, jongleurs, muses, animaux, grotesques, sirènes, anges, ainsi que le roi David emplissent les peintures des bibles, des psautiers, des livres d’heures, des traités, des chroniques et des romans. Toute une palette visuelle et sonore s'offre à la vue et à l’ouïe des lecteurs, spectateurs et auditeurs de l'époque et d'aujourd'hui. La beauté des images doit tout autant au talent des enlumineurs qu’à la pensée symbolique qui la structure. Quelles sont alors les formes iconographiques des musiciens dans les manuscrits peints? Quelles conceptions de la musique et des instrumentistes nous donnent-elles à voir et à entendre? En quoi la mise en image de la musique est-elle une clé de compréhension du monde au Moyen Age? La société bourguignonne de la deuxième moitié du XIVe siècle à la fin du XVe siècle sert de cadre à cette réflexion située à la croisée de l’histoire, de la musique, de la culture et de l’art.’
    Inhoud:

    • Aux marges de la musique: Entre dérision et sacrilège: animaux, grotesques et squelettes musiciens;

    • L’animal musicien: Le diable au corps – Une farandole d’animaux chez Philippe le Hardi – Une parodie chevaleresque – Résonances diaboliques – Une morale des marges?

    • Une iconographie musicale de la mort: Le silence des grotesques – La femme, la musique et la mort: les sirènes;

    • Danses et mélodies macabres;

    • Le jongleur, figure et discours: Le jongleur homo ludens – Le jongleur homo viator, un marginal? – Diabolisation et moralisation des discours;

    • La musique du pouvoir;

    • La musique de la cité: Les instruments de la ville – Les ménestrels au service d’ordre – Du miracle à la confrérie: le métier de musicien

    • Les ménestrels du prince: Une hiérarchie des instruments et des musiciens – Le statut des ménestrels à la cour – Le duc et ses trompettistes: service et fidélité

    • Harmonies princières: La cour en représentation: musique et cérémoniels – Les trompettes aux tournois et à la guerre – Le son et le pouvoir: les entrées solennelles;

    • De la musica à l’harmonie du monde;

    • Au rythme des processions et des mystères: Une société en ordre: la procession religieuse;

    • Une musique théâtralisée: le Mystère de la Passion – Le théâtre du monde?

    • Musica: des mathématiques à la science divine;

    • Les « inventeurs » de la musica: Pythagore, Tubal et les allégories de la musique – Les musiciens savants à la cour: entre théorie et pratique – Musique et médecine: une image et un remède à la mélancolie – Musicus et Praefigura Christi: le roi David harpiste

    • L’harmonie du monde: Les anges de l’Apocalypse et du Jugement dernier – Le cosmos musical: l’harmonie des sphères et la musique des anges – Une hymne à la beauté du monde.

    K. Cregan, The Theatre of the Body. Staging Death and Embodying Life in Early Modern London. Turnhout, 2008. Late Medieval and Early Modern Studies 10. [Verschijnt mei 2008.]
    Beschrijving door de uitgever: ‘This study is a threefold investigation of understandings of embodiment – as displayed in the playhouses, courthouses, and anatomy theatres of London between 1540 and 1696. These dates mark the waxing and waning of the Worshipful Company of Barber-Surgeons’ domination of the practice of dissection in London. In 1540 Henry VIII gave them his approval and encouragement but by 1696 Edward Ravenscroft’s The Anatomist: Or the Sham Doctor staged their loss of power. This loss of power, the book contends, is symptomatic of a major shift in the concept of embodiment. The book explains the changing understanding of the human body throughout this period by analysis of the interplay between the texts used in and the material practices of three specific public sites: the public playhouses, the Sessions House, and the Anatomy Theatre of the Worshipful Company of Barber-Surgeons of London. […] In presenting this analysis, the author argues that the quality of embodiment begins to shift during this period from the mid-sixteenth century and throughout the course of the seventeenth century. In this shift one can observe how the earlier, ‘traditional’ interpretation of embodiment is intensified and resolidified into the beginnings of the medicalized ‘modern’ body.’

    Y. Desplenter, ‘Vrouwe, laet Jan de mamme suyken / Barthelmees is een kolkuyken. Een Middelnederlandse cisiojaan in een bijzonder Hollands psalter (ca. 1485)’. In: Queeste. Tijdschrift over middeleeuwse letterkunde in de Nederlanden 15 (2008), nr. 1, p. 36-54. Themanummer: Tweespraak. Het continuüm van Middelnederlandse literatuur en Latinitas.

    E. Gertsman (ed.), Visualizing Medieval Performance. Perspectives, Histories, Contexts. Aldershot, 2008.

    J. Henry, ‘The Fragmentation of Renaissance Occultism and the Decline of Magic’. In: History of Science. A Review of Literature and Research in the History of Science, Medicine and Technology in its Intellectual and Social Context 46 (2008), p. 1-39.
    Belangrijk beschouwend overzichtsartikel over de vraag hoe het magische en het hermetische van de Renaissance (en de Middeleeuwen, waaraan ook veel aandacht wordt geschonken) geleidelijk aan werd vervangen door een meer rationeel wereldbeeld.

    P. Horden, Hospitals and Healing from Antiquity to the Later Middle Ages. Aldershot, 2008. Variorum Collected Studies Series 881.

    E. Huizenga, ‘Cutting and Writing. Medieval Dutch Surgeons and Their Books’. In: A.M.W. As-Vijvers, Jos. M.M. Hermans en G.C. Huisman (red.), Manuscript Studies in the Low Countries. Proceedings of the ‘Groninger Codicologendagen’ in Friesland, 2002. Groningen [etc.], 2008, p. 81-102. Boekhistorische Reeks 3.

    E. Huizenga, ‘Facetten van het Middelnederlands in middeleeuwse chirurgieën’. In: Geschiedenis der Geneeskunde 12 (2008), p. 181-189.

    E. Huizenga, ‘Unintended signatures. Middle Dutch translators of surgical works’. In: M. Goyens, P. de Leemans en A. Smets (ed.), Science translated. Latin and Vernacular Translations of Scientific Treatises in Medieval Europe. Leuven, 2008, 405-438. Mediaevalia Lovaniensia, Series I, 40.

    L. Jefferson, The Medieval Account Books of the Mercers Of London. An Edition and Translation. 2 Dln. Aldershot, 2008.

    L. Jongen, ‘Als je maar gezond bent. Hildegard van Bingen: mystica, componiste en kruidenvrouwtje’. In: Kunst en wetenschap 17 (2008), nr. 2, p. 5-6.

    D.C.J. Kinable, ‘Latijnse en Middelnederlandse “disputaties”. Babelse tweespraak en lexicale analyse’. In: Queeste. Tijdschrift over middeleeuwse letterkunde in de Nederlanden 15 (2008), nr. 1, p. 70-95. Themanummer: Tweespraak. Het continuüm van Middelnederlandse literatuur en Latinitas.

    E.S. Lane, E. Pastan en E.M. Shortell (ed.), The Four Modes of Seeing. Approaches to Medieval Imagery in Honor of Madeleine Harrison Caviness. Aldershot, 2008.

    O.S.H. Lie en L.M. Veltman, Kennis-maken. Bloemlezing uit de Middelnederlandse artesliteratuur. Hilversum, 2008. Artesliteratuur in de Nederlanden 6.
    Tweede bloemlezing met edities van zeer uiteenlopende artesteksten door leden van de WEMAL. Inhoud:

    • O.S.H. Lie en L.M. Veltman, ‘Ter inleiding’, p. 9-26;

    • S. Bogaart, ‘De onderste steen boven. Het lapidarium in de Middelnederlandse vertaling van Bartholomaeus Anglicus’ De proprietatibus rerum‘, p. 27-48;

    • F. van Dam, ‘De consideracie des badens. De badvoorschriften in Tregement der ghesontheyt (1514), de eerste Nederlandse vertaling van Magninus Mediolanensis’ Regimen sanitatis (ca 1335) ‘, p. 49-72;

    • A. Faems, ‘Deynde der werelt naket. Een eindtijdvoorspelling uit het begin van de zestiende eeuw‘, p. 73-90;

    • A. van Gijsen, ‘Hoe alkemie van selves warachtich es. De alchemie-passage in de Gentse Boethius‘, p. 91-112;

    • N. Klunder, ‘Hoe dese werelt is ghedeelt in viven. Geografie in de Middelnederlandse Artes-Lucidarius‘, p. 113-136;

    • V. Krah en O.S.H. Lie, ‘De hand als persoonlijke routekaart. Een middeleeuwse handleiding voor het handlezen: hs. Gent, UB, 697‘, p. 137-162;

    • O.S.H. Lie, ‘Brokstukken van een middeleeuwse encyclopedie voor vrouwen? De Brusselse fragmenten (Brussel, KB, KB 19.571)‘, p. 163-180;

    • J. Mateboer, ‘Alles wat je altijd al over vrouwen wilde weten. Een voorlichtingsboek voor mannen uit de zestiende eeuw‘, p. 181-204;

    • J. Reynaert, ‘Over de namen en de invloed van de tekens van de dierenriem. Het zodiologium Leiden, UB, Ltk. 1202. (Met als Bijlage II: Tekst en vertaling van Johannes de Sacrobosco, Computus Ecclesiasticus, bezorgd door Jaap Staal)‘, p. 205-230;

    • N. Rietveld - De Jong, ‘Veilig bevallen in de Middeleeuwen. Verloskundig onderwijs in Den Roseghaert vanden Bevruchten Vrouwen’, p. 231-256;

    • L.M. Veltman, ‘Bloedstollende verhalen. De bloedregen in Stralesont en andere zestiende-eeuwse natuurrampteksten‘, p. 257-282;

    • J.M. van Winter, ‘Van ‘smeinscen lede. Brussel, KB 19.308, fol.33v-39v; verzen 1-337‘, p. 283-304.

    C. Martello, C. Militello en A. Vella (ed.), Cosmogonie e cosmologie nel medioevo. Atti del convegno della Società Italiana per lo Studio del Pensiero Medievale (s.i.s.p.m.), Catania, 22-24 settembre 2006. Turnhout, 2008.

    A. Musco en M. Romano (ed.), Il Mediterraneo del '300: Raimondo Lullo e Federico III d'Aragona, re di Sicilia. Omaggio a Fernando Dominguez Reboiras Atti del Seminario internazionale di Palermo, Castelvetrano - Selinunte (TP), 17-19 novembre 2005. Turnhout, 2008. Instrumenta Patristica et Medievalia 49. [Verschijnt mei 2008.]

    P. Radelet – de Grave, m.m.v. C. Brichard, Liber amicorum Jean Dhombres. Brepols, 2008. Réminisciences 8.
    Betreft met name studies naar mathematisch-wiskundige teksten uit de vijftiende en zestiende eeuw, evenals geometrie en fysica. Uit de inhoud (selectie):

    • J. Aczél, ‘Pexider Equations Restricted to Open Regions’;

    • C. Alvarez, ‘François Viète et la mise en équation des problèmes solides’;

    • J.-R. Armogathe, ‘«La nouvelle porte du ciel». Sur la Dioptrique de Kepler’;

    • J. Bricmont, ‘Determinism, Probability and Physics’;

    • A. Djebbar, ‘La géométrie du mesurage et du découpage dans les mathématiques d’Al-Andalus (Xe - XIIIe s.)’;

    • P. Freguglia, ‘Les équations algébriques et la géométrie chez les algébristes du XVIe siècle et chez Viète’;

    • E. Giusti, ‘La théorie des proportions au XVIe siècle: entre philologie et mathématiques’;

    • A. Malet, ‘Just before Viète. Numbers, Polynomials, Demonstrations, and Variables in Simon Stevin’s L’Arithmétique (1585)’.

    G. Rex Smith, A Traveller in Thirteenth-Century Arabia. Ibn al-Mujawir’s Tarikh al-Mustabsir. Aldershot, 2008.

    M.H. Sitters, Sybrandt Hansz. Cardinael 1578-1647, rekenmeester en wiskundige. Zijn leven en werk. Hilversum, 2008.
    Hoewel natuurlijk op het randje van wat met goed fatsoen nog middeleeuwse artesliteratuur genoemd kan worden, is deze studie toch belangwekkend genoeg om hier te worden vermeld. Uit de beschrijving van de uitgever: ‘Sybrandt Hansz Cardinael (1578-1647) verhuisde in 1605 van Harlingen naar Amsterdam, waar hij een rekenschool hield. Met de publicatie van Hondert Geometrische questien (Blaeu 1614) vestigde hij zijn reputatie als meetkundige. In het eerste deel van deze omvangrijke studie beschrijft Sitters Cardinael en zijn familie tegen de achtergrond van de politieke en godsdienstige ontwikkelingen in de Gouden Eeuw. […] Het tweede deel behandelt zijn werk. Na een inleiding in de Elementen van Euclides en een analyse van de Questien schetst Sitters Cardinaels betekenis voor de meetkunde in het licht van zijn afwijzing van de algebra. Vervolgens komen zijn overige publicaties, waaronder een astronomieboekje en een leerboek over Italiaans boekhouden, aan de orde en zijn lessen over (land)meetkunde, wijnroeien, astronomie en navigatie die een leerling heeft opgetekend in een monumentaal handschrift.’

    Ph. Vendrix (ed.), Music and Mathematics. Turnhout, 2008 [verschijnt juni 2008]. Epitome musical.

    Inhoud:

    • P. Vendrix, ‘Music and Model in the Renaissance’;

    • O.J. Abdounur, ‘Ratios and Music in the Late Middle Ages. A Preliminary Survey’;

    • D. Tanay en R. Chen-Morris, ‘Music, Mathematics and the Rejection of Pansemioticism in the Renaissance’;

    • B. van Wymeersch, ‘Qu’entend-on par “nombre sourd”’;

    • A.E. Moyer, ‘Music, Mathematics and Aesthetics. The Case of the Visual Arts in the Renaissance’;

    • B. Boccadoro, ‘Le passioni e i numeri’;

    • G. Mambella, ‘Corpo sonoro, geometria e temperamenti. Zarlino e la crisi del fondamento numerico della musica’;

    • C.V. Palisca, ‘Applications of Mathematic and Geometry in Galilei’s Dialogo of 1581’;

    • R. Rasch, ‘Simon Stevin and the Calculation of Equal Temperament’;

    • D. Sabaino, ‘Il Rinascimento dopo il Rinascimento. Scientia musicae e musica scientia nella Musica di Juan Carmuel Lobkowitz’;

    • G. Bogeret, ‘Tempérament mésotonique et représentation’.

    O. Weijers, Le travail intellectuel à la Faculté des arts de Paris: textes et maîtres (ca. 1200-1500) VII. Répertoire des noms commençant par P. Turnhout, 2008. Studia Artistarum 15.

    J. Weststrate, In het kielzog van moderne markten. Handel en scheepvaart op de Rijn, Waal en IJssel ca. 1360-1560. Hilversum, 2008. Middeleeuwse Studies en Bronnen 113.

    A. Willemsen, Back to the Schoolyard. The Daily Practice of Medieval and Renaissance Education. Turnhout, 2008. Studies in European Urban History (1100-1800) 15. [Verschijnt mei 2008.]
    Uit de tekst van de uitgever: ‘After about 1300, most schools in the Netherlands came under secular rule. It managed to create good and accessible schools, causing a hey-day for education in the 14th, 15th and 16th century. As a result, more than half of the children participated in basic instruction and literacy rate went relatively high. A contemporary Italian visitor noted with awe that “in the Low Countries everybody could read and write, even the peasants”. In the 16th century, the curriculum changed because of the Reformation and the availability of printed texts. In this book, the favourable situation in the Netherlands is compared with the rest of Western Europe.’